Petra Possel FOTO HOGE NOORDEN/JAAN SCHAAF

Waarom een Amsterdamse de stad verruilde voor de dijk van Gaast (en niet meer weg wil)

Petra Possel FOTO HOGE NOORDEN/JAAN SCHAAF

Petra Possel, presentatrice van Mangiare, verruilde vier jaar geleden Amsterdam voor Gaast. In haar boek De stad uit laat ze zich oude en minder oude gebruiken van het Friese plattelandsleven uitleggen en bespiegelt ze haar voormalig urbane bestaan.

De boerendeur klemt. Gemakkelijk in en uit het huis lopen van Petra Possel (56) uit Gaast gaat niet. Met een ferme ruk opent de deur, met een knal sluit hij. Je moet even weten hoe het werkt.

Eenmaal buiten is het luttele meters wandelen naar de dijk: door het steegje naast de voormalige pastorie („daar wonen nu randstedelingen”) of over het kerkhof. De stenen vermelden typisch Gaaster familienamen als Kalsbeek en De Boer. „Ik denk erover ook een plekje te reserveren.”

Want Gaast is thuis. Possel gaat er niet meer weg. In de pas, de door een timmerman uit het dorp gemaakte aanbouw aan de keuken, kan ze zelfs als hulpbehoevende op termijn prima wonen. Het is haar stem waaraan ze wellicht het meest wordt herkend: ze presenteert op vrijdagavond het radioprogramma Mangiare! en tot januari van dit jaar nam ze samen met Jellie Brouwer het NTR-radioprogramma Kunststof voor haar rekening. Voor de NRC schrijft ze restaurantrecensies in de zaterdagse bijlage.

Groen en Geel

Vier jaar geleden ruilde ze Amsterdam in voor Gaast. De rouw om haar gestorven man bracht de al langer sluimerende behoefte aan rust, reinheid en regelmaat naar de oppervlakte. Behoorlijk impulsief kocht ze het rode huisje in de Gaaster dorpskom. „Die verandering, dat contrast is een verhaal, dat wist ik gelijk.”

Dus verscheen onlangs haar boek De stad uit. In korte hoofdstukken laat Possel zich oude en minder oude gebruiken van het Friese plattelandsleven uitleggen en bespiegelt haar voormalig urbane bestaan. Hierover later meer.

'Geel van het riet, groen van de dijk al of niet met schaap'

Possel wil zich verklaren. Ze roemt Gaast op allerlei manieren. Gesticulerend staat ze op de dijk. Wijst op de ronde vorm van het dorp. „De huizen staan om de kerk heen. Het geeft een geborgen gevoel en het roept het idee op dat daar de verzamelplek, het hart is van het dorp, waar alles gebeurt en gedeeld wordt. Dat heb ik altijd gemist in het Twentse lintdorp waar ik ben opgegroeid.”

Dan het groen en het geel dat er altijd is. Geel van het riet, groen van de dijk al of niet met schaap. Daarachter het water dat nooit hetzelfde is en de veranderende luchten boven het IJsselmeer. Het is romantisch, ideaal, bijna volmaakt.

Lippenstift

Hoewel impulsief gekocht, speurde ze de hele Friese kust af naar een geschikte plek. Een huis ver weg van een dorp midden in een weiland was geen optie. „De eenzaamheid zou klaar liggen om me neer te knallen.” Twee, drie keer per week moet ze naar Amsterdam. „Een uurtje, je bent er zo vanaf hier. Hoewel, Amsterdammers vinden Gaast heel ver. Vrienden zie ik vaak daar maar komen ze hier, dan blijven ze slapen en worden het hele sessies.”

'Stads is ook dat ik altijd lippenstift op doe als ik naar de dijk ga'

Het verrast haar dat dorpelingen niet vaker net als zij de dijk beklimmen en plaatsnemen in het gras met een mandje vol lekkers en een glaasje cava. „Ik kom het zeer weinig tegen. Het is het stadse aan mij. Stads is ook dat ik altijd lippenstift op doe als ik naar de dijk ga.”

Ja, ze voelt zich hier de uitbundige. „Verlegenheid en schuchterheid zijn eigenschappen die je hier toch meer ziet dan in de stad”, constateert ze. „Dat is heel jammer als het bijvoorbeeld gaat om de strijd tegen windmolens. 89 stuks van 200 meter hoogte komen hier vlak voor de kust. Ik zou willen dat de Friezen zich hier vuriger tegen hadden verzet. Dan zit die verlegenheid mogelijk toch in de weg.”

'In mijn tweede week hier zat ik al bij de buren aan de stimpestamp'

Tegelijk, in de stad is het gemakkelijker uitbundig te zijn. Ze woonde in de Pijp, daar had ze de stamkroeg om de hoek en lag de zo geliefde kunst en (eet)cultuur om de hoek. „Feit is wel dat je daar mensen opzoekt uit je eigen bloedgroep, mensen die op je lijken. Met mijn Turkse buren dronk ik nooit koffie. Hier in Gaast moet je het met z’n tweehonderden met elkaar doen en dat vraagt iets anders. Je wordt niet automatisch in je beelden bevestigd, om maar iets te noemen. Elke politieke visie vind ik hier op armslengte. Dat is spannend en leuk. Daarbij, in mijn tweede week hier zat ik al bij de buren aan de stimpestamp.”

Observaties

In De stad uit neemt Possel de lezer mee naar het plattelandsleven door de observaties van de buitenstaander te koppelen aan informatie die ze weet op te halen bij dorpsbewoners of deskundigen. Zachtmoedig vertelt ze over de Zwaluwman (bioloog Theunis Piersma), de Vuurtorenwachter (Reid de Jong), de Groenteboer, Doede Bleeker, de Weduwvrouw en de Sokkenvrouw.

wilsterflappen, palingvissen, fierljeppen en kaatsen

Het zijn de verhalen over landschapspijn, biodiversiteit, de eenzaamheid en de tanende sociale cohesie. Het boek ontzenuwt mythes die in Friesland al lang niet meer leven, maar mogelijk daarbuiten wel. Wie de krant leest of leeft in de provincie, weet dat weilanden haast niets anders zijn dan groene fabrieksterreinen, herinnert zich het grote aantal moorden in 2017, voelt het lot van verdwenen vogels en biodiversiteit en kent tegelijk alle boerendilemma’s die daarbij horen.

Waar ze verder over schrijft zijn de ambachten, de tradities, zoals het wilsterflappen, het palingvissen, fierljeppen en het kaatsen. Daar kan zelfs menig minder plattelandse Fries zich over verbazen zou hij zich daarin verdiepen. Of misschien aan ergeren, want gaat het over Friesland en het leven hier dan gaat het juist lang niet alleen meer over kaatsen en Beerenburg.

loading

'Als ik alles zou opschrijven wat ik weet uit het dorp, dan was het sappiger geworden'

Bron

De Gaasters vormen geen decoratie, maar de bron van verhalen. Dit vraagt om grote zorgvuldigheid, gezien haar toekomstwens in het dorp. Ze heeft zichzelf censuur moeten opleggen om het boek te schrijven. „Soms dacht ik echt: nee, dit moet je nu juist niet tegen mij zeggen. Als ik alles zou opschrijven wat ik weet uit het dorp, dan was het sappiger geworden.”

Genoeg dorpelingen en mensen uit naburige dorpen die wel beschreven worden en sommige neemt ze lichtvoetig op de hak. Niemand die er echt aanstoot aan kan nemen. Inmiddels kreeg ze een dozijn kaartjes door de bus gedrukt van dorpsgenoten die hoorden over het verschijnen van het boek. Ze reageren allemaal positief hoewel vast niet iedereen nog alles heeft gelezen, denkt ze. En van wie ze niets hoort, daar zal het misschien minder goed zijn gevallen. Hoe dan ook, alle figuren die in het boek voorkomen, kunnen een bezoek van de auteur verwachten. „Ik wil iedereen in de ogen kunnen blijven kijken.”

Possel, gezeten in de toekomstbestendige uitbouw met zicht op de smûke binnentuin waar vroeger wel vijftig kinderen aan woonden, vraagt zich hardop af hoe het moet met een dorp als Gaast. „Die vraag houdt me echt bezig. Er zijn amper voorzieningen en je weet dat alle kinderen buiten het dorp naar school moeten. Zelfs de school in Ferwoude is nu echt dicht.”

„Het is ambivalent: niemand wil lege huizen in het dorp – mijn huis stond ook een tijd leeg. En iedereen wil zijn huis kunnen verkopen en tegelijk moet het liefst alles zo blijven zoals het is. Ik geloof dat import de redding zal zijn van dorpen als Gaast.”

Zetje

Om de vinger aan de pols te houden bij haar geliefde dorp, zal ze verhalen blijven verzamelen en documenteren. Zij wil in elk geval oud worden in Gaast. Cultuur: daar rijdt ze wel wat verder voor. En wat ze heeft aan behoeftes qua boeken sleept ze wel mee of krijgt ze toegezonden. De Harmonie in Leeuwarden biedt wat, het filmhuis is in de buurt. Verder verzamelde de culinaire genieter een restaurant of tien in de buurt waar ze prima uit de voeten kan. Ze staat open voor tips.

Niet dat het haar bedoeling is, maar voor vermoeide stedelingen kan De stad uit het zetje in die richting betekenen. Na haar boekpresentatie een maandje terug in een Makkumer café, tuurde toch een aantal van haar vrienden door de ramen van de plaatselijke makelaar. „Prima, als dat zo is, maar weet wel waar je aan begint, zou ik zeggen. Ik ken ook de verhalen van stedelingen die hier komen wonen en er ineens achter komen dat hun nieuwe buurman ’s ochtends om half zeven de mest uitrijdt en dat dit niet lekker ruikt.” Je moet even weten hoe het werkt.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct