Waarom 2020 op orkaangebied een uniek jaar is geweest

In Honduras zorgden de orkanen Eta en Iota vorige week nog voor enorme overstromingen. FOTO GERMAN REYES

2020 blijkt op orkaangebied een uniek jaar te zijn geweest. Wetenschappers Dim Coumou en Nadia Bloemendaal leggen uit waarom.

Op 30 november liep het orkaanseizoen in de noordelijke Atlantische Oceaan officieel op z’n einde, en ook in dit opzicht was 2020 uniek. Een recordaantal van 30 stormen kreeg een naam, wat betekende dat, naast ons eigen alfabet, ook het Griekse alfabet geraadpleegd moest worden. Van deze 30 groeiden er 13 uit tot orkanen (‘Hurricanes’) en 6 zelfs door tot ‘Major Hurricanes’ van categorie 3 of hoger met windsnelheden boven de 175 km/u.

Alleen het orkaanseizoen van 2005 komt in de buurt van dit soort activiteit; toen kregen 28 stormen een naam en groeiden er 15 uit tot orkanen, waaronder orkaan Katrina die New Orleans verwoestte. Met de 29ste storm van dit jaar, Theta, werd derhalve een record gevestigd.

Het Atlantische orkaanseizoen begint officieel op 1 juni, maar werd dit jaar al op 16 mei afgetrapt met de vorming van tropische storm Arthur. De laatste storm ontstond op 13 november, en groeide uit tot de categorie 5-orkaan Iota met windsnelheden van ruim 250 km/u. Hiermee werd Iota de eerste orkaan ooit, die zo laat in het seizoen nog zulke windsnelheden wist te bereiken.

Wat maakte 2020 tot zo’n extreem seizoen?

Wat maakte 2020 tot zo’n extreem seizoen? Twee zaken spelen hierbij een rol: natuurlijke variabiliteit en klimaatverandering. De natuurlijke variabiliteit – dus de normale jaar-op-jaar- schommelingen in de intensiteit van het Atlantische orkaanseizoen – wordt in hoge mate bepaald door de El Nino-La Nina cyclus. Tijdens een El Nino is het zeewater in het oostelijk deel van de Stille Oceaan rondom de evenaar warmer dan normaal, en in het westelijk deel juist koeler.

De tegenhanger van El Nino is La Nina, waarbij dit patroon precies omgekeerd is. Deze verschuivingen, die eens in de paar jaar voorkomen, hebben een grote invloed op de grootschalige luchtstromen en daarmee op mondiale weerpatronen. Voor de Atlantische Oceaan betekent een La Nina dat de zogenaamde windschering (het verschil in windsnelheid tussen het oppervlak en op grote hoogte) afneemt, wat de vorming van orkanen makkelijker maakt.

Een sterke windschering zorgt ervoor dat de wolkentoppen van een zich vormende storm kapot geblazen worden, waardoor de storm niet in kracht kan winnen en uiteindelijk uitdooft. KNMI’s orkaanexpert Rein Haarsma vergelijkt het met een campingbrandertje: als het hard waait worden de vlammetjes snel uitgeblazen.

Extreem warme oceaanwater

Een andere belangrijke factor was het extreem warme oceaanwater. Grote delen van de Atlantische Oceaan waren deze zomer veel warmer dan normaal en in het Caribisch gebied werden zelfs nieuwe recordtemperaturen gemeten. Orkanen worden aangedreven door het verdampen van zeewater, en warmer oceaanwater leidt dus in de regel tot krachtigere orkanen. Het extreem warme water in de Atlantische Oceaan is deels terug te voeren op klimaatverandering (ongeveer 1 graad over de afgelopen 100 jaar) en deels op natuurlijke variabiliteit.

De temperatuur van het zeewater in de Atlantische Oceaan schommelt over een tijdschaal van een paar decennia van warmere naar koudere fases en weer terug – de zogenaamde Atlantische Multidecadale Oscillatie – en 2020 was een warme fase. Deze warme fase in de natuurlijke cyclus, gecombineerd met de langjarige opwarming door klimaatverandering, was bijzonder gunstig voor de vorming van orkanen. Orkanen kunnen ontstaan boven zeewater dat warmer is dan 27 graden celsius en dus geldt: hoe groter dit gebied, hoe makkelijker orkanen zich vormen.

Rapid intensification

Bovendien, hoe warmer het water is, hoe sneller stormen kunnen doorgroeien tot zeer krachtige orkanen. Bij het zeer snel intensiveren, ook wel rapid intensification genoemd, neemt de windsnelheid van een orkaan met meer dan 55 km/u toe binnen een etmaal. Dit jaar zagen we 10 van dat soort snel intensiverende stormen (waarvan 9 orkanen). Orkaan Delta spande de kroon en groeide binnen twee dagen van een tropische storm naar een orkaan van de 4de categorie. Recent onderzoek laat zien dat over de laatste 40 jaar het aantal stormen met rapid intensification is toegenomen door klimaatverandering.

Naast rapid intensification zijn er nog een paar andere belangrijke factoren toe te schrijven aan klimaatverandering. Warme lucht kan meer vocht vasthouden en dus leidt klimaatverandering tot orkanen met meer vocht en dus extremere neerslag. Deze trend is inmiddels ook zichtbaar. In 2017 dumpte orkaan Harvey in enkele dagen meer dan 1 meter regen over Houston – meer dan Nederland in een heel jaar te verwerken krijgt.

Verontrustend vooruitzicht

Recent onderzoek van het KNMI laat zien dat de kans op zulke intense regen nu drie keer groter is dan 100 jaar geleden. Verder lijkt de snelheid waarmee orkanen zich voortbewegen sinds het midden van de 20ste eeuw afgenomen te zijn. Dit kan desastreuze gevolgen hebben wanneer een orkaan aan land komt: hoe langer een orkaan boven een bepaalde plek blijft hangen, hoe meer regen er op die plek valt, met overstromingen tot gevolg.

In 2020 zagen we dit bijvoorbeeld met orkaan Sally, die met de snelheid van een voetganger (5 km/u) tergend langzaam over Florida en Alabama trok. Ter vergelijking: normaal beweegt een orkaan zich met ongeveer 30 km/u voort.

Het vooruitzicht van snel intensiverende orkanen die veel regen veroorzaken, en zich daarbij ook nog eens traag voortbewegen, is verontrustend. Zulke orkanen kunnen enorme schade aanrichten, zoals we zagen in Midden-Amerika in de afgelopen maand. Nicaragua zag binnen twee weken twee van dit soort monsterorkanen aan land komen met zware overstromingen en honderden doden tot gevolg. De uiteindelijke schade voor de regio zal pas in de komende maanden goed duidelijk worden