Voorzitter VNO-NCW Hans de Boer.

Voorzitter VNO-NCW Hans de Boer uit Witmarsum maakt op de drempel van zijn afscheid de balans op: 'Nederland is toe aan mensen die ergens voor staan'

Voorzitter VNO-NCW Hans de Boer. FOTO GUUS SCHOONEWILLE

Op de drempel van zijn afscheid wenst voorzitter Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW Nederland een twee- of driepartijencoalitie toe in 2021. ,,Versnippering is brandstof voor het steeds verdergaande populisme.’’

Als voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW deed Hans de Boer (65) in de polder veel zaken voor zijn achterban met de politiek. Nu zijn afscheid nadert, is het tijd om voorzichtig de balans op te maken. ,,Ik denk dat ik de geschiedenis inga als de werkgeversvoorzitter die de meeste akkoorden heeft gesloten met de vakbeweging. Het pensioenakkoord, de industriële strategie voor het klimaatakkoord, de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers’’, aldus De Boer. ,,Waar ik heel trots op ben is het gezamenlijke verhaal met toenmalig FNV-voorzitter Ton Heerts over de sociale werkvoorziening. Het akkoord over meer vrouwen en diversiteit in de top van het bedrijfsleven. Dit is in een periode van vooral de laatste drie jaar, waarin we heel dicht bij elkaar zijn gekomen.’’

U bent opgegroeid in Witmarsum.

,,Ik zeg altijd Witmarsum, maar ik ben geboren in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Dat ligt boven Dokkum, daar woonden mijn ouders. Ik was de jongste thuis. Twee oudere broers en een oudere zus. En het was een warme druktemakerij met veel humor. Er werd veel gelachen bij ons thuis. Mijn vader dreef een postkantoor in Ee, later in Witmarsum. Wat ik mooi vind van een dorp is dat als je iemand tegenkomt, dan groet je. Dat houd ik tot afgrijzen van mijn kinderen ook nu nog vol.’’

Wat waren cruciale wissels in uw leven?

,,Mijn hoofdonderwijzer De Groot. Als die mij niet naar het gymnasium had gestuurd, maar naar de ambachtsschool, dan hadden mijn ouders dat gewoon geaccepteerd. Dat is een wissel geweest. Als afgestudeerd macro-econoom kreeg ik een opdracht van minister Jan de Koning, mijn eerste betaalde opdracht. Hij zei: ‘Ik wil een economische argumentatie’. Zo is ons bedrijf gaan heten: Economische Argumentatie. Dat hebben we goed verkocht, sindsdien ben ik financieel onafhankelijk.’’

De Boer werd vervolgens voorzitter van werkgeversorganisatie MKB-Nederland. Daarna de laatste zes jaar voorzitter van de grote broer, VNO-NCW. Hij verlaat het schip juist nu door de coronapandemie zware averij dreigt.

Welke rol speelt de coronapandemie in de poldertop?

,,Ik ben er echt een beetje trots op hoe we dat hele coronabeleid gedaan hebben: als werkgevers, werknemers en de overheid. We gaan effectief met elkaar om. Het is niet altijd even efficiënt. Maar we bedienen ook totaal verschillende achterbannen.’’

Wat zou u op de drempel van uw afscheid willen meegeven aan de CEO’s, de hoogste bazen van multinationals?

De Boer blijft twintig seconden stil. Dan: ,,Er is een onderscheid tussen de warmbloedigheid van de kleine ondernemer, de emotionele betrokkenheid van het familiebedrijf, zoals bij Damen, en het systematisch managen van een groot beursgenoteerd fonds. Dat maakt de mensen ook totaal verschillend.’’

,,De meeste CEO’s zijn meer afstandelijke managers. Ze hebben emoties en spanningen, maar zij bedienen een financiële markt die niet verrast wil worden. Dat maakt hen minder warmbloedige mensen. Ze kunnen hun werk alleen maar optimaal doen als ze hun institutioneel management goed doen en een bureaucratische insteek hanteren. Die afstandelijkheid, hoe rationeel verklaarbaar ook, maakt ze niet altijd even geliefd. Van mij mogen de grote CEO’s wat meer kijken naar het familiebedrijf en het familiebedrijf zou wat meer mogen leren van de groten.’’

De werknemer die op de vloer omhoog kijkt naar de top van de piramide denkt nooit: wat deed onze baas het goed bij ‘Jinek!’ Want daar durft hij niet te komen.

,,Dat kan ook liggen aan de Nederlandse televisie. Het heeft niet met schijterigheid te maken, maar met risicobeheersing. Je bent altijd in de verdediging. Het is hun eigen keuze. Van mij mogen ze meer bij talkshows gaan zitten.’’

De eerste topman die aan tafel gaat op televisie over zijn bonus moet nog geboren worden. Wat zou er tegen zijn?

,,Ik weet het eigenlijk niet. Zijn er geen CEO’s die het ooit gedaan hebben? Maar kijk, als jij een paar miljoen opstrijkt en jouw gemiddelde werknemer verdient 40.000 of 50.000 euro, dat zijn moeilijk uitlegbare dingen. Daar ga je niet graag voor zitten om het uit te leggen. Iets anders is: vind je het een belangrijk ding? Je kan wel kijken naar ‘wat verdient die baas’, maar je kan ook kijken naar ‘wat doet hij voor goeds in de samenleving op gebied van bijvoorbeeld werkgelegenheid’. Je kan kijken naar ‘wat kost iets’, je kan ook kijken naar ‘wat levert iets op’. Maar ik vind wel, hou de kerk een beetje in het midden. En dan doen we wel aardig in Nederland moet ik zeggen.’’

Bent u ooit gepolst voor een ministerschap?

,,Ja, in 2002 door CDA-leider Jan Peter Balkenende. Ze wilden me op Economische Zaken hebben. Ik weet nog precies waar ik was toen Jan Peter belde. Ik was met mijn vrouw en een paar vrienden aan het golfen in Frankrijk. Ik ben op een heuveltje gaan zitten en ik dacht goed na. Ik wist niet hoe het zou lopen met de LPF, die een grote verkiezingsoverwinning had geboekt. Ik kende Pim Fortuyn goed, maar die was al dood. Ik dacht, hoe pakt dat uit met de LPF? Heeft dat krachten in zich waar ik niet trots van word? En heb ik daar dan aan meegedaan? Ik heb het er later met toenmalig VVD-minister Henk Kamp over gehad. Hij zei: ‘Dat was niet dapper van je, je had er gewoon in moeten gaan zitten en het de goede kant op moeten sturen’. Nu ging de post naar de LPF in de persoon van Herman Heinsbroek.’’

U hebt zaken gedaan met drie achtereenvolgende premiers. Hoe weegt u ze?

,,Ik heb diep respect voor alle drie de mannen, Wim Kok, Jan Peter Balkenende en Mark Rutte. Ik vind het goede, integere en warme mannen. Nederland moet echt in zijn handjes knijpen met deze reeks.’’

,,Ik begon met Wim Kok, geweldige man. Hij was de laatste premier die echt kon werken met een langdurige en redelijk constante meerderheid. In 2002 kwam Jan Peter en de politieke omgeving is toen veel complexer geworden. Ondanks die hectiek en het opkomend populisme heeft Jan Peter het heel lang vol weten te houden. Daar zou hij weleens meer respect voor kunnen krijgen.’’

En Rutte?

,,Dit tijdsgewricht is de hectiek, de versplintering en het populisme ten top. We zijn er nog lang niet. Rutte moet vier partijen bij elkaar zien te houden terwijl hij een minderheid heeft in beide kamers. Ik zie dat weinig anderen nadoen. Dat komt door het populisme maar dat dreigt het populisme ook te voeden. De omgeving waarin een Nederlandse minister-president moet opereren maakt het hem steeds moeilijker.’’

Wat ziet u dan?

,,Je ziet vaker dat er politiek-opportunistische standpunten worden geformuleerd omdat dat nodig is om de coalitie bij elkaar te houden, terwijl de economische werkelijkheid om iets anders vraagt. Voorbeelden zijn de heilige graal van een nationale CO2-prijs terwijl je die juist Europees moet invoeren. Of Nederland dat als enige een rem zet op bankiersbonussen en daardoor bankvestigingen heeft verloren aan andere EU-landen.’’

Hoe gevoelig is Rutte voor dat populisme?

,,Door het willen afschaffen van de dividendbelasting heeft Rutte kleerscheuren opgelopen. Hij heeft een zwaai gemaakt voor zijn partijcongres, nam het grote bedrijfsleven de maat en is sindsdien op de meer populistische toer gegaan. Hij heeft gedacht: als dit de sfeer is in het land, dan moet ik daarin mee. Maar dat is de weg niet. Ik geloof in authenticiteit en recht overeind blijven staan. Ook als het moeilijk is. Rutte en Hoekstra, van mijn eigen partij, roepen in aanloop naar het Europese coronaherstelfonds hele harde dingen. Omdat ze denken: dat levert me de meeste stemmen op aan het thuisfront. Dat vind ik politiek populisme, want dan streef je naar marktaandeel in plaats van dat je zegt: hoor eens, ik sta voor iets.’’

Ziet u die trend veranderen?

,,Ik hoop dat de versnippering bij de volgende Kamerverkiezingen ten einde komt. Dat twee of drie partijen een solide meerderheid kunnen vormen. Want die versnippering is de brandstof voor het steeds verdergaande populisme. Ik denk dat de tijd van de hele grote bek en het marktaandeel zoeken onder de stemmers, een beetje voorbij is. Veel mensen, onder wie ook veel vrouwen, willen op D66’er Sigrid Kaag stemmen. Want zij is beschaafd en staat ergens voor. En als CDA’er Pieter Omtzigt de strijd om het lijsttrekkerschap had gewonnen, had hij onder de kiezers weleens beter kunnen scoren dan De Jonge. En de verder voortreffelijke Rutte, die moet als de wiedeweerga terugkeren op de schreden van zijn toespraak op het partijcongres.’’

,,Nederland is weer een beetje toe aan mensen die ergens voor staan. Als je nou naar Churchill kijkt hè, die stond ergens voor, zijn rafelige randje gaven hem kleur en waardering. Zo zijn er veel meer politici. Het moet niet zo zijn dat wij alleen nog politici en bestuurders voortbrengen die allemaal door de windtunnel zijn geweest. Dat moet niet, dat vervreemdt van de burgerij. Niet iedere politicus hoeft door die windtunnel. Een rafelrandje is prima, als je maar ergens voor staat.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct