De Vlinderstichting maakt zich grote zorgen over de grote vuurvlinder. Deze ernstig bedreigde soort, die enkel voorkomt in de Rottige Meente, Brandemeer en Weerribben gaat de laatste jaren plotseling achteruit.

Vlinderstichting en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) drukken in hun Landelijk Meetnet Vlinders het voorkomen van soorten uit met een indexgetal. Dat is bij de start van het landelijke meetnet in 1996 op 100 gesteld. Waar de jaarlijkse scores voor de grote vuurvlinder na 2013 opliepen tot 180, tekende zich de laatste drie jaar juist een scherpe kentering af. Over 2020 komt de index uit op 58.

Vlindereitjes

Deze waarden worden bepaald aan de hand van een gestandaardiseerde telling van vlindereitjes op vaste trajecten in de zomer. De vrouwtjes zetten de eitjes uitsluitend af op het blad van de waterzuring, een plant die in laagveengebieden groeit aan de waterkant en langs veenmosrietlanden. De vlinders vliegen van begin juli tot midden augustus. In de warme zomer van 2018 vloog er ook een tweede generatie uit in de nazomer. De soort overwintert als rups.

Hoe het komt dat de grote vuurvlinder de laagste stand sinds 2000 heeft bereikt, is niet keihard te bepalen, zegt Henk de Vries van de Vlinderstichting. Hij denkt dat het beperkte leefgebied van de vlinder te lijden heeft gehad van de droogte in de afgelopen zomers. Het neerslaan van stikstofverbindingen heeft ook zijn weerslag op de waterzuring. De Vries: ,,Andere planten gaan daarvan harder groeien. Als bosvorming en de rietgroei oprukken, bestaat de kans dat de waterzuring wordt weggeconcurreerd.’’

Robuuster leefgebied

De Fries-Overijsselse populatie is een 1915 ontdekte ondersoort van de grote vuurvlinder (Lycaena dispar batava) die nergens anders voorkomt. Dat betekent volgens De Vries dat Nederland een grote verantwoordelijkheid heeft voor deze soort die als ‘ernstig bedreigd’ op de rode lijst staat en volgens de Europese Habitatrichtlijn bescherming hoort te genieten in speciaal aangewezen gebieden.

Voor een duurzaam behoud van de populatie is een groter en robuuster leefgebied nodig, zegt De Vries. ,,Dat is de beste manier om invloeden van buitenaf te verminderen.’’ Er zijn plannen voor een betere verbindingszone tussen Rottige Meente en Weerribben. Mogelijke Friese uitbreidingsopties zijn volgens hem te vinden richting Echtenerveenpolder, Easterskar en Lindevallei. Die zou de vlinder zelf kunnen koloniseren, zoals hij ook vanuit Rottige Meente naar Brandemeer is gekomen.

Vlinderdag

De nood van de grote vuurvlinder kwam aan de orde tijdens de jaarlijkse Vlinderdag van de Vlinderstichting. Hier werd ook de algehele dagvlinderstand in ons land belicht. Er tekent zich volgens CBS-berekeningen over de volle breedte een dalende trend af. Die is ingezet vanaf 2013. Sindsdien is de index teruggelopen van 60 naar 45.

Volgens Chris van Swaay van de Vlinderstichting geldt in het algemeen dat verdroging, stikstofdepositie en klimaatverandering hun tol eisen, al zijn er wel degelijk opvallende verschillen te zien tussen soorten en verschillende leefgebieden.

Waar de grasland- en heidevlinders het slechter doen, zitten veel bossoorten juist in de lift en hebben keizersmantel en grote weerschijnvlinder een geslaagde rentree gemaakt in ons land. Van Swaay: ,,Gemiddeld zijn de bosvlinders weer bijna terug op situatie van de jaren negentig. Dat betekent dat dat het nu gewoon weer leuk is om naar het bos te gaan om vlinders te kijken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Natuur en milieu
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct