Jakob Hanenburg neemt een veenmosplantje onder de loep.

Violet veenmos: een plantje dat niet liegt

Jakob Hanenburg neemt een veenmosplantje onder de loep. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Er ontwikkelt zich iets moois in de Houtwiel: het begin van nieuw hoogveen. Het zeldzame violet veenmos en allerlei andere veenmossen laten er zien dat zij wel raad weten met water en CO2.

Het natuurproces dat duizenden jaren geleden een groot deel van Nederland vormde, is nu weer te aanschouwen in de Houtwiel. Er begint voorzichtig nieuw hoogveen te groeien in dit rietmoeras aan de Goddeloze Singel, die Feanwâlden en Broeksterwâld verbindt. Veenmossen grijpen er de macht, maar wel in hun eigen tempo.

,,En dat giet echt mar hiel stadich. Under optimale omstannichheden groeit in feanlaach ien millimeter yn in jier tiid. Moatst neigean dat hjir yn de grûn noch lagen fan twa meter dik sitte. Dêr hat de natuer dus twatûzen jier oer dien.’’ Boswachter Jakob Hanenburg van Staatsbosbeheer heeft de feiten paraat.

Hoogveenmoerassen

Aan het begin van onze jaartelling was bijna een kwart van Nederland – pakweg 1 miljoen hectare – bedekt met hoogveenmoerassen. Daar is nu nog geen procent van over. In Friesland slokte de zee een deel op en werd de rest vanaf de Middeleeuwen door mensenhanden grotendeels drooggelegd, afgegraven en ontgonnen. Het gaafste restant dat we hier nog hebben, is het Fochteloërveen in Frieslands zuidoostpunt.

Het verschil tussen hoog- en laagveen wordt vooral bepaald door het grondwaterniveau. Laagveen vormt zich wanneer de resten van moerasplanten onder water, verstoken van zuurstof, gedeeltelijk vergaan. Voor hoogveen zijn vooral veenmossen nodig, die boven de grondwaterspiegel uit rijzen en afhankelijk zijn van regenwater. Bij de verlanding van een moerasgebied kan de vorming van laagveen dus ook worden gevolgd door de groei van hoogveen. Dat is precies wat er in de Houtwiel gebeurt.

Moskussens

De veenmosexpansie voltrekt zich buiten het zicht van het publiek. Houtwiel-Midden is een afgesloten rustgebied waar je alleen langs of omheen mag wandelen. Binnen de hekken komen lieslaarzen van pas. Alleen daarmee kan boswachter Hanenburg de betere moskussens bereiken die hij in hun ontwikkeling volgt. De bodem golft onder zijn stappen. ,,It is goed wiet no. Ast in stok hast drukst him hjir sa twa meter de grûn yn.’’

Hij plukt een bosje mos uit het tapijt en monstert de druipende sliert met plantjes van een centimeter of 20. Dit is gewimperd veenmos ( sphagnum fimbriatum ) met hier en daar een draadje sliertmos (s traminergon stramineum ) ertussen. Hanenburg lepelt de namen vlot op, maar is bescheiden over zijn bryologische kennis (over mossen). ,,Ik beskôgje mysels as in leek op it mêd fan moassen. Gelokkich is feanmoas in frij oersichtlike groep.’’

loading

De sphagnum-familie bestrijkt in Nederland dik dertig soorten. Bijna de helft ervan is gelokaliseerd in de Houtwiel, al is voor de herkenning van een deel optisch gereedschap onmisbaar. ,,Mei in loep komst yn it fjild in hiel ein om moaskes oan har bledsjes te herkennen. Se ha stam- en takbledsjes. Ast it kopke ôfbrekst kinst de bledsjes op de stam goed sjen. Mar hast der ek dy’st allinnich ûnder de mikroskoop op namme bringe kinst.’’

Veenmossen behoren tot de oudste plantensoorten op aarde. Ze hebben geen vaatstelsel en planten zich voort via sporen, net als schimmels en varens. De primitieve plantjes zijn meesters in het vasthouden van water. Ze zijn opgebouwd uit twee soorten cellen: cellen met bladgroen en holle (hyaliene) cellen, die ze volpompen met water. Omdat ze hun eigen water opvangen en ook mineralen uit de lucht halen, kunnen ze het zonder wortels stellen. ,,Se groeie hutsje-mutsje byinoar en komme mei-inoar omheech. Ien sa’n pluk dêr knypst sa in kopke wetter út’’, zegt én demonstreert Hanenburg. Er klettert een straal water op zijn laarzen.

Violet veenmos

De bijzonderste veenmossoort in de Houtwiel is het violet veenmos ( sphagnum russowii ). Hanenburg laat de plek zien waar hij dit ,,fine, lytse feanmoaske’’ anderhalf jaar geleden voor het eerst aantrof. De paarsrode hoofdjes van de plantjes, die ondertussen al behoorlijke moskussens hebben gevormd, steken duidelijk af bij het groenere gewimperd veenmos. ,,Sjoen syn seldsumens moat er fan hiel spesifike omstannichheden hâlde, mar wat dat hjir krekt is, is min te sizzen.’’ De vakliteratuur vermeldt dat het plantje gedijt op zure humus en bij berken. Daarvan zijn er in de buurt in ieder geval een paar te vinden.

Los van deze plek is het violet veenmos nog maar een paar keer aangetroffen in Friesland: in de Deelen en twee keer in de Alde Feanen, waarvan een keer pas achteraf in een herbarium.

loading

Het water waarin veenmossen gedijen, is aan de zure kant. Dat is een chemische verandering waar de mosjes zelf de hand in hebben. Daardoor geven concurrerende planten de moed op, laat Hanenburg zien. De wilgen rond de mosbedden blijven klein en de rietbezetting – in veel gevallen zijn de stengels ook nog gebroken door de spreeuwen die hier massaal overnachten – is dunnetjes.

,,En hoe lang dizze hjir noch stânhâldt, dat is ôfwachtsjen’’, zegt Hanenburg. Hij wijst naar een pol galigaan, een cypergrassoort van de rode lijst met vlijmscherpe bladeren.

‘Vaatplanten liegen, mossen niet’

De boswachter haalt een gevleugelde uitspraak aan van vegetatieautoriteit Eddy Weeda: ‘Vaatplanten liegen, mossen niet.’ Hanenburg: ,,Oare planten kin mei har woartels yn de boaiem fiedingsstoffen út it ferline oansprekke. Moas hat gjin woartels en moat alles út syn direkte omjouwing helje. Dêrtroch sjochst daliks hoe’t it der yn it no foar stiet.’’

Er zijn maar weinig planten die het langdurig kunnen rooien met veenmos. In de Houtwiel is dat bijvoorbeeld de zonnedauw die vliegjes vangt om in zijn mineralenbehoefte te voorzien en de grote veenbes, beter bekend als cranberry, die zelf ook flink zure bessen maakt.

loading

Veenmosjes groeien met z’n allen recht omhoog en sterven ondertussen aan de onderkant weer af. Hanenburg kijkt uit naar de dag dat er echte veenmosbulten oprijzen uit het moeras. In het zure milieu vergaan de dode resten maar gedeeltelijk. Ze worden in elkaar geperst tot veen. In die vorm houden ze niet alleen veel water vast, maar ook heel veel CO2. Dat is een eigenschap die profijtdenkers al snel bestempelen als ‘ecosysteemdienst’.

Kan nieuwe veenvorming een antwoord zijn?

Hanenburg heeft de trivia paraat: ,,Fan alle lânoerflak op de wrâld bestiet noch mar 2,6 prosint út fean, mar men hat útrekkene dat dêryn wol 30 prosint fan alle fêstleine CO2 sit.’’

Dat maakt het spijtig dat niemand er vroeger rekening mee hield dat dit broeikasgas vrijkomt zodra veen opdroogt, in aanraking komt met zuurstof en oxideert. Hoeveel megatonnen er de afgelopen eeuwen in de atmosfeer zijn geblazen door wereldwijde afgraving, verbranding en ontginning, is niet meer na te gaan. Dat veen een serieuze factor is als het gaat om klimaatverandering is nu echter wel duidelijk. Niet voor niets proberen Friese overheden met hun Veenweideprogramma nog te redden wat er te redden is.

Kan nieuwe veenvorming een antwoord zijn? Jakob Hanenburg wil daarover geen grote uitspraken doen. ,,Wat hjir no liket te slagjen is wier net fan de iene op de oare dei ta stân kommen. En dan noch moatte it plak en de omstannichheden meisitte. We ha it hjir no oer 100 hektare wêr’t it op gong komt. Dat is fansels mar in skytgebietsje.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Natuur en milieu
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct