Vier grote zorgen van een burgemeester in coronatijd

Tjeerd van der Zwan met iPad, mobiel en schriftje in het gemeentehuis. FOTO LC

Stad en dorp vallen stil door het coronavirus. Illegale feestjes, drugsverkoop en omvallende ondernemers zijn maar enkele van de vele uitdagingen aan de burgemeesters.

Ze hielden maandagavond in aanwezigheid van commissaris van de koning Arno Brok collectief beraad als Regionaal Beleidsteam (RBt) van de Veiligheidsregio. Er rolde - net als in de 24 andere veiligheidsregio’s - een uniforme noodverordening uit. In alle Friese gemeenten is het de komende drie weken verboden om cafés en restaurants, sportaccommodaties en sauna’s, bordelen en koffieshops open te houden. Alleen bedrijfskantines en afhaalpunten voor maaltijden en softdrugs zijn nog toegelaten.

Burgemeester Sybrand Buma is als voorzitter van de Veiligheidsregio enig ondertekenaar van een provinciebrede verordening, die op gemeentelijk niveau moet worden gehandhaafd, een onalledaagse aanpak die kabinetsbesluiten direct omzet in gemeentelijke regels. Daarover en om de horloges gelijk te zetten hebben de RBt-leden op het gemeentehuis van Heerenveen zitten praten, aldus Buma. ,,Het is een ongewone crisissituatie. Dan is het goed om te kijken tegen welke vragen iedereen aanloopt.’’ Per gemeente komt het nu op de uitvoering van het door premier Rutte bekendgemaakte scenario van beheersing en immuniteitsopbouw aan. En op een antwoord op de problemen die er door ontstaan.

Tjeerd van der Zwan (64) zorgt als burgemeester van Heerenveen dezer dagen er angstvallig voor dat zijn loco Jelle Zoetendal op de hoogte is van alle besluiten en afspraken. Met zijn iPad, telefoon en een schriftje hobbelt Van der Zwan van overleg naar overleg. Deels fysiek, deels op afstand. Zondag werden op Crackstate de plannen gesmeed voor kinderopvang tijdens een lange periode van schoolsluiting. Uiteindelijk hebben daar maandag 77 kinderen van gebruikgemaakt. Dat is slechts 1,2 procent van normaal. ,,Maar we verwachten dat het meer wordt naarmate de tijd verstrijkt.’’

Het abrupte sluiten van de horeca kwam als donderslag bij heldere hemel. ,,Ik maak mij grote zorgen’’, stelt Van der Zwan. Hij zet vier hoofdpijnpunten uiteen.

1. De economie gaat kapot

,,Landelijk wordt de KLM een structuurdrager genoemd van de Nederlandse economie. Maar structuurdragers van de lokale en regionale economie zijn andere. Dan hebben we het over de horeca, over al die zzp’ers die geen werk meer hebben en toch hun rekeningen moeten betalen. Daar moeten we goed naar omkijken, ook lokaal. We moeten ervoor waken dat we de die pijlers onherstelbaar beschadigen. Dat is echt mijn grootste zorg.’’ Uiterlijk volgende week wil Van der Zwan een reddingsplan klaar hebben.

2. Illegale feestjes

,,Heel veel jongeren zitten nu verplicht thuis. Dat houden ze misschien twee, drie dagen vol, maar uiteindelijk gaan ze vertier zoeken. Ze gaan naar buiten, naar andere plekken, ze zoeken elkaar op. Daar moeten we ons op voorbereiden. Hoe gaan we daar mee om?’’

De burgemeester heeft net een gesprek met Caleidoscoop en de politie gehad. ,,Zij zijn onze ogen en oren. Gelukkig is Heerenveen geen wereldstad. Vaak kun je met een telefoontje of een gesprekje heel wat bereiken. Een noodverordening is nodig, als stok achter de deur om de boel in toom te kunnen houden.’’

3. Drugshandel

,,De koffieshops zijn dicht en er komen vragen. Mogen we een bezorgdienst opzetten? Mag er een afhaalloket komen? Daar was snel eenduidig beleid voor nodig. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als wij hier in Heerenveen iets toestaan wat elders niet mag.’’

4. Mensen tussen wal en schip

,,Als dit heel lang gaat duren, en dat kan, dan gaan mensen misschien dingen doen die je niet wilt. Er zijn veel personen die ambulant worden verzorgd door de GGZ of door de Verslavingszorg. Die instanties zullen minder mensen thuis kunnen opzoeken.’’

Van der Zwan voorziet dat dit problemen kan geven. ,,Wat betekent dat voor de politie? Het is aan ons om te voorkomen dat mensen die zorg nodig hebben tussen wal en schip vallen. We moeten ons instellen op langdurige effecten op de lokale samenleving. Simpel gezegd: we mogen de boel niet in het honderd laten lopen.’’