ILLUSTRATIE

Vidarverdachten vrij: 'Rechtbank twijfelt aan inzet burgerinfiltrant'

ILLUSTRATIE MARK REIJNTJES

Het vrijlaten van de tien drugshandelverdachten in de zogenaamde Vidarzaak laat zien dat de rechtbank mogelijk twijfels heeft over de inzet van de criminele burgerinfiltrant.

Dat zegt Bart Canoy, advocaat van een Vidarverdachte uit Franeker. ,,De toelaatbaarheid van die inzet heeft waarschijnlijk een rol gespeeld. De rechtbank lijkt zich af te vragen of het onderzoek wel op de juiste manier is gegaan. En houdt er blijkbaar alvast rekening mee dat deze jongens wel eens onterecht vast zouden kunnen zitten.’’

Maandag maakte de rechtbank bekend dat de voorlopige hechtenis van tien Vidarverdachten zal worden geschorst. Een aantal komt morgen al vrij, de rest volgt op 15 december. Het gaat om mannen uit Zurich, Leeuwarden, Noardburgum, Franeker, Amsterdam en Finland. Hen wordt internationale drugshandel toegeschreven.

Voorwaarden

De meesten krijgen een enkelband, meldplicht bij de reclassering, een uitreis- en een onderling contactverbod. Hun raadslieden hadden om schorsing gevraagd.

Omdat het bedrijf failliet dreigde te gaan, zoals in het geval van de 41-jarige Noardburgumer. ,,Het water staat hem niet aan de lippen, maar boven het hoofd’’, sprak zijn advocaat Gita Biesmans.

De advocaat van een 35-jarige Leeuwarder, Jan-Hein Kuijpers, wees de rechtbank op de privésituatie van zijn cliënt. Hij was thuis nodig. Hij had de zorg voor zijn kinderen, voor wie uithuisplaatsing dreigde.

Bovendien konden zijn ernstig zieke ouders zijn hulp goed gebruiken. En hij benadrukte dat zijn cliënt door de criminele burgerinfiltrant tot drugshandel werd aangezet. ,,Ik kan me voor mijn kop slaan dat het zover is gekomen’’, zei de Leeuwarder er zelf over.

Persoonlijk belang

De rechter gaf aan zich te realiseren dat vrijlating van deze verdachten door de maatschappij niet zal worden begrepen. Maar hen tot de behandeling van de zaak eind volgend jaar te laten zitten, leek de rechtbank evenmin raadzaam. Dus liet deze het persoonlijk belang van de verdachten prevaleren.

Volgens Canoy heeft de schorsing niets met het afwegen van persoonlijke belangen te maken. ,,De reclassering gaf juist aan dat daar ten opzichte van zijn cliënt onvoldoende sprake van was. Nee, dit is uit voorzorg gedaan. Dan zitten de jongens niet langer vast als het Openbaar Minsterie straks niet ontvankelijk wordt verklaard. Want dat is de grote vraag die de rechtbank moet beantwoorden en die heeft ongetwijfeld meegespeeld.’’ 

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct