Verkiezingen 2018: De schaduwkant van de zon

Als het op duurzaamheid aankomt, willen ze in Ooststellingwerf graag in de kopgroep zitten. Over het evenwicht tussen nobele ambities en een weerbarstige praktijk.

Op de kalender van Ooststellingwerf is het jaartal 2030 met een dikke stift omcirkeld. Niet met rood, maar met groen, de lievelingskleur van de gemeente.

Dat komt: in 2030 wil Ooststellingwerf graag ‘energieneutraal’ zijn. Tegen die tijd moet er binnen de gemeentegrenzen minimaal net zo veel energie worden opgewekt als er verbruikt wordt. Een even ambitieus als prijzenswaardig streven.

Een streven dat de voorbije vier jaar ook niet bepaald weggestopt bleef in obligate duurzaamheidsparagrafen van beleidsnotities. Iedereen die de afgelopen jaren goed om zich heen keek in Ooststellingwerf, kon zien: hier maken ze er echt werk van, van duurzaamheid.

Grijze panelenzee

Dat manifesteert zich vooral in de aanleg van zonneparken, een van de belangrijkste pijlers waarop de groene ambities van de gemeente rusten. Uitgestrekte percelen vol met zonnepanelen, waarvoor ze op het gemeentehuis in Ooststellingwerf het sein op groen zetten, zagen – of zien de komende jaren – het levenslicht.

Maar waar zon is, is over het algemeen ook schaduw.

En die schaduwzijde van haar duurzaamheidsplannen heeft Ooststellingwerf de afgelopen periode ook nadrukkelijk ervaren. Want hoe nobel de gedachten erachter ook zijn, zonnevelden kunnen naast energie ook weerstand opwekken.

De parken beslaan immers doorgaans meerdere hectares grond die daarvoor nog een groen – agrarisch, meestal – karakter hadden. En hoe goed je ze met grondwallen, beplanting en waterpartijen ook uit het zicht probeert te nemen (landschappelijk inpassen, heet dat): in de kern blijft een zonneveld een grijze panelenzee.

loading

Weerstand bij omwonenden

En hoe wenselijk is dat, als je als gemeente prat gaat op je natuur, op je fijne woonomgeving en je hervonden toeristische elan (Bosbergtoren! Boerestreek! Fietspadennetwerk!)?

Toen Ooststellingwerf in 2016 tien potentiële zonneparklocaties voordroeg, veroorzaakte dat een storm aan reacties. Zes van de tien plekken konden meteen de prullenbak in: afgeschoten door de bevolking.

Hier maken ze er echt werk van, van duurzaamheid

Een zevende locatie, die aan de Houtwal in Oosterwolde, volgde even later na een bewogen procedure waarbij omwonenden pas betrokken werden toen het al te laat was. Een omissie die diepe politieke sporen naliet.

Buiten de waaier aan plannen van destijds zien ontwikkelaars nog meer ruimte voor zonneparken, bijvoorbeeld in Oldeberkoop en Oosterwolde, en ook die zorgen voor maatschappelijke discussies waarbij het laatste woord nog niet is gezegd.

Het noopte burgemeester Harry Oosterman in zijn nieuwjaarsrede tot een hartenkreet richting provincie: versoepel de eisen voor de plek van een panelenpark.

Blikveld verruimen

Door van een locatie te eisen dat die in de nabijheid van een woonkern ligt, vallen veel – in potentie minder omstreden – plekken al bij voorbaat af. Dan kun je in 2030 van alles willen, bedoelde Oosterman, maar dan worden zulke doelstellingen luchtfietserij.

Is het dan altijd lastig, zo’n panelenpark? Hoeft helemaal niet, bewijst de gang van zaken bij Appelscha Hoog. Het zonnepark van GroenLeven dat daar de laatste maanden gestalte kreeg, geldt als lichtend voorbeeld.

Het is omvangrijk (12 hectare), zonder dat het volgens Oosterman een ,,industriële omgeving’’ is geworden. En zonder dat het de buurman, golfbaan De Hildenberg, in zijn toekomstplannen belemmert.

De aankomende verkiezingen blijft duurzaamheid voor alle deelnemende politieke partijen een belangrijk thema. Naast de pleidooien voor zonnepanelen (vooral op daken van stallen en bedrijfs- en overheidsgebouwen), gaan in de programma’s al voorzichtig stemmen op om de blik te verbreden naar windenergie.

Windmolens van een meter of 15 hoog, oppert bijvoorbeeld het CDA, zonder over de kleur uit te wijden. Groene, ongetwijfeld.

Zeven ‘nieuwe’ lijsttrekkers

Kiezers in Ooststellingwerf treffen op hun stemformulier precies dezelfde acht partijen aan als vier jaar geleden. Maar dat betekent niet dat ze in het stemhokje straks routineus het potlood naar de vertrouwde namen bewegen.

Ten opzichte van de raadsverkiezingen in 2014 wacht de Ooststellingwerver gemeenteraad ongeacht de uitslag een aanzienlijke stoelendans. Ter illustratie: van de acht partijen heeft alleen D66 (Tammo Munting) dezelfde lijsttrekker als vier jaar eerder.

Dat wil ook weer niet zeggen dat de prominente plaatsen van de andere partijen door groentjes ingevuld worden. Bij de PvdA trekt routinier Fimke Hijlkema nu de kar. Ooststellingwerfs Belang schuift oud-raadslid Jouke Jongsma naar voren, terwijl ook bij GroenLinks (Henk Vos) en de ChristenUnie (Berend Leistra; destijds onder de vlag van het CDA) gewezen raadsleden hun rentree maken.

De frontmannen van de VVD (Jakob Baar) en StellingwerfPlus (Marcel Moes) zijn weliswaar nieuw, maar kunnen vanwege hun ervaringen als raadscommissieleden ook amper nog als onervaren worden bestempeld. Met Herman Zwart brengt het CDA wel een nieuwe naam.

Schaven aan ‘Idols der Ideeën’

Een gemeente die een miljoen euro beschikbaar stelt. Inwoners die daarvoor naar hartenlust plannen mogen bedenken. En, het meest bijzonder: inwoners die aan het eind van de rit mogen meestemmen over welk van die initiatieven daadwerkelijk voor de pecunia in aanmerking komen.

Ziehier, de grondbeginselen van het Fonds Ooststellingwerf zoals dat een paar jaar geleden het levenslicht zag en gekscherend ook wel met ‘Idols voor Ideeën’ werd aangeduid. Een vernieuwende vorm van burgerbetrokkenheid. De doe-democratie in optima forma. Toch?

Dat het Fonds Ooststellingwerf puike resultaten opleverde, daarover bestaat weinig discussie. Tientallen plannen die de leefbaarheid ten goede kwamen, mensen nader tot elkaar brachten of de lokale economie een impuls gaven, ontvingen een bijdrage en kwamen van de grond.

Maar op de spelregels viel meer aan te merken. De verdeling van het beschikbare budget – sommige projecten slokten een relatief groot deel van de centen op – was onderwerp van kritiek. Maar bovenal klonk er gemor over de invloed van het stemmende publiek.

De ene plannenmaker slaagde er beter in een supportersschare te mobiliseren dan de andere. Bovendien was er ook nog een vakjury, waarvan de stem betrekkelijk zwaar woog. Sommige stemmers bekroop het gevoel voor spek en bonen mee te doen.

Intussen heeft de gemeente een vervolg op het Fonds Ooststellingwerf aangekondigd, met nieuwe regels. Daarin is een meer evenredige verdeling van de poet verankerd. En het publiek kan niet meer stemmen.

De doe-democratie blijkt een kwestie van leren en bijschaven.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct