Herdenking in 1892 in Utrecht met zouaven van de Slag bij Mentana van 25 jaar eerder. FOTO UTRECHTS ARCHIEF

Verguisde Friese zouaven krijgen gezicht

Herdenking in 1892 in Utrecht met zouaven van de Slag bij Mentana van 25 jaar eerder. FOTO UTRECHTS ARCHIEF

Het pauselijke zouavenleger telde tussen 1860 en 1870 74 Friezen. Pastoor en kerkhistoricus Henk Nota ontrukte ze in een boek aan de vergetelheid.

Toen Henk Nota ruim veertig jaar terug mede-beheerder van het kerkhof in Wytgaard was, ontdekte hij dat er een oud-zouaaf begraven lag. Nader onderzoek voor een boekje over 350 jaar parochie in die plaats in 1981 leerde dat er nog twee pauselijke soldaten uit de periode 1860-1870 uit dit dorp kwamen.

,,Dat vond ik wonderlijk en als kerkhistoricus heb ik daarna tot vorig jaar onderzoek gedaan naar dit gevoelige onderwerp. Nadat ik de laatste van 74 Friezen in kaart had gebracht, ben ik begonnen aan het boek Een vergeten leger . Maar een enkeling is gerehabiliteerd. De zouaven werden in de Rooms-Katholieke Kerk geëerd, maar verloren hun nationaliteit vanwege vreemde krijgsdienst.’’

Veel informatie verzamelde Nota in het Archief- en Documentatiecentrum voor RK Friesland. Hij richtte het in 1984 zelf op in Wytgaard, inmiddels zetelt het in Bolsward. Hij was er in zijn twintig jaar als pastoor in Sint Nicolaasga in wijde omgeving elke woensdag te vinden. Nu komt hij er vanaf zijn huidige standplaats op zijn geboorte-eiland Ameland hooguit eens per maand.

Naamgeving

Ook bij familie vroeg hij veel na en voor het algemene verhaal over de Nederlandse inbreng bezocht hij diverse keren het Zouavenmuseum in Oudenbosch. Net als in Sint Nicolaasga staat in die plaats een monument voor deze strijders.

De naam zouaven komt van de kleding die de mannen droegen. Die was afgeleid van de ademende wollen uniformen met wijde pofbroeken die militairen in de hitte van Marokko droegen.

Het waren niet alleen jonge, ongehuwde katholieken uit vaak grote gezinnen die vochten. Vanuit Friesland gingen ook drie avonturiers van andere geloofsrichtingen, die wel rooms-katholiek werden. Jelle Landmeter uit Gorredijk was een van hen. ,,Hij kwam uit een doopsgezind nest.’’

Van hem is een brief gevonden van 11 december 1870 aan de bisschop van Haarlem. Hij leefde, zoals veel uitgekotste soldaten, in armoede, vooral omdat hij geen familie meer had. De bisschop schonk hem 20 gulden. Van Landmeter ontbreekt daarna ieder spoor. Mogelijk is hij als zeeman verdronken.

Trieste lotgevallen

Tragisch is ook het verhaal van Simon Franken, de enige Fries die te velde stierf, 27 jaar. Zijn jongere broer Joseph besloot zijn plaats in te nemen. ,,Zijn vriend Thomas van Asma overleefde het wel, maar overleed uiteindelijk in 1910 in een gesticht in Haarlem. Dat moet te maken hebben gehad met oorlogstrauma’s, wat wij nu als PTTS kennen.’’

Niet door wapengeweld maar door een slangenbeet in Italië kwam Feije Bies uit Warga aan zijn einde na repatriëring. Na een half jaar overleed hij in een Nederlands ziekenhuis. Zijn vader, enig familielid, was armlastig. Bies werd ‘van de armen’ begraven, nadat zijn lichaam door enige vrouwen behoorlijk was gekleed, zo achterhaalde Nota uit een artikel in Dagblad van Nederland , dat in het boek is afgedrukt.

Er is een uitzondering op de berooide toestand van teruggekeerde soldaten. Dat betreft Epke Meijer uit Sint Nicolaasga. Die kwam nota bene in overheidsdienst als gemeenteopzichter in Doniawerstal. In tegenstelling tot de meeste oud-zouaven kreeg hij zelfs een pensioen.

Geweld en machtsmisbruik

Op 85-jarige leeftijd liep hij, kort voor zijn dood, nog biddend tussen de 900 Friezen die in Amsterdam de Stille Omgang liepen. Ook Sneker Hendrikus Kleinschmit deed het goed. Hij werd pastoor, maar behield zijn kaarsrechte soldateske verschijning. Hij commandeerde en eiste van zijn parochianen militaire tucht.

Wie met ogen van nu kijkt, zal het grootgrondbezit en geweld daarvoor vanuit de kerk laken. ,,Het is natuurlijk niet goed’’, weet ook pastoor Nota. ,,Maar eeuwenlang was dit normaal in de hiërarchische tijden van toen. Die grond kreeg de kerk van machthebbers. Ze gingen zelf hun macht ook misbruiken. Dat zag je ook in kloosters.’’

In het boek krijgen alle 74 Friese zouaven een gezicht en een levensverhaal. Fraai zijn de teksten op de aan hen gewijde bidprentjes. Materiaal van en over de zouaven is te zien in het Bolswarder rk Archief- en Documentatiecentrum, waar ook twee uniformen te pronk staan. Nota’s boek wordt er woensdag gepresenteerd tijdens een bezoek van gedeputeerde Sietske Poepjes. Zij krijgt het eerste exemplaar.

Een vergeten leger, geschiedenis van de Friese Zouaven , Henk Nota, uitgever: Stichting Archief- en Documentatiecentrum voor rk Friesland, Bolsward, 22,50 euro.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct