Jannie Plender: ,,Ik woe altyd hege sifers helje, ik wie serieus.’’

Jannie Plender neemt afscheid van Provinsjehûs: van verlegen meisje tot zelfbewuste vrouw

Jannie Plender: ,,Ik woe altyd hege sifers helje, ik wie serieus.’’ FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Ruim 44 jaar zette Jannie Plender (64) zich in voor Fryslân. Ze maakte zeven commissarissen mee en vervulde diverse functies. Vorige week beleefde ze als adjunct-griffier haar laatste werkdag. ,,Ik bin fan in dûbeltsje in kwartsje wurden.”

In 1976 zei haar vader tegen Jannie Plender (64): ‘Als je de kans krijgt om bij de provincie aan de slag te gaan, moet je niet aarzelen. Dan zit je goed, dan heb je zekerheid.’

Dus solliciteerde ze naar de functie van typiste. Ze kreeg de baan. Twintig jaar was ze toen, niet wetende dat ze ruim vier decennia later, in een totaal ander tijdperk en na een loopbaan om u tegen te zeggen, de deur van het Provinsjehûs achter zich zou dichttrekken.

Ze kijkt op deze prachtige herfstdag eens om zich heen, voor haar huis in Westhoek. Het is windstil. In de verte ligt de zeedijk, aan de andere kant de watertoren van Sint Jacobiparochie. Elke ochtend gaat ze een uur wandelen met haar twee stabijen. Als ze eenmaal onderweg is met de honden, besluit ze of ze rechtsaf gaat richting zee, of linksaf, ,,Sint-Jabik om”.

De wandeling hoort bij het ritme van de dag. Structuur is belangrijk, vindt ze. In alles. Een boek lezen zonder dat het netjes is in huis? Nooit een keer.

Thuis in het Bildt

De woning die zij en haar man Frits veertig jaar geleden kochten – ,,It wie in krot” – ligt onder aan de Oudebildtdijk. Als ze zittend in de woonkamer wil weten wie er langsrijden, dan moet ze een beetje omhoogkijken. ,,Soms liket it dan wol oft fytsers fleane kinne.” De weg zelf kan ze niet zien. De lucht wel. Die is altijd anders. ,,De loften binne hjir it moaist as it min waar is.”

Ze heeft veel buren zien komen en gaan. Die mensen werden dan aangetrokken door de ruimte en de rust, maar vonden vooral de winters op het kale land van het Bildt te lang duren. Zelf heeft Plender zich hier altijd thuis gevoeld, in welk seizoen dan ook. Best opmerkelijk voor iemand die opgroeide in Oosterwolde en later nog vijf jaar in een flatje woonde in Leeuwarden, in Heechterp. Haar vader had MS en zat al in een rolstoel toen zij geboren werd. ,,Ik ha ús heit dus noait wurkjen sjoen.” Haar moeder had een paar werkhuizen om het schamele inkomen dat er thuis was aan te vullen. ,,En se soarge foar heit. Mem hie it swier.”

Logisch dat haar ouders hartstikke blij waren toen hun jongste van drie dochters bij de provincie aan de slag kon. Als typiste tikte ze de handgeschreven aantekeningen van bestuurders en ambtenaren uit. Doorgaans hadden Jannie Plender (toen nog Jannie Graafstra) en haar typende collega’s het erg druk. Af en toe, vooral na vakanties, was er weinig te doen. Dan zaten ze samen te breien of te borduren om de tijd te doden.

Maar goed, vaker had Plender genoeg werk. Ze typte niet alleen blind, maar las de teksten ook goed. Ze wist zo wat er speelde, leerde en passant Fries spreken en schrijven en wees ambtenaren op fouten die ze tegenkwam. Dat viel op binnen de organisatie. Plender kreeg de kans om door te groeien, wilde bovendien wel eens wat anders en werd afdelingssecretaresse.

'Ik wie eins in hiel ferlegen, skruten famke'

In 1985 zette ze de volgende stap. Na de eerste van vele reorganisaties die ze meemaakte, promoveerde ze tot directiesecretaresse, een functie die ze acht jaar lang bekleedde. Een schitterende, vormende tijd was het.

Skelte Brouwers was de directeur. ,,Hy sei tsjin my: ‘Do kinst folle mear.’ Ik wie eins in hiel ferlegen, skruten famke. Hy soarge der mei foar dat ik mear selsfertrouwen krige en joech my krekt it triuwke dat ik noadich hie.”

Ze volgde een basisopleiding bestuurskunde. Later, toen ze vergunningverlener was voor de provincie Fryslân en langs afvalverwerkende bedrijven moest, rondde ze een studie aan de hogere Bestuursacademie en een opleiding milieukunde af. Streberig? Dat niet. ,,Mar ik woe altyd hege sifers helje, ik wie serieus.” Eerder in haar leven had ze al een vhbo-diploma gehaald. ,,Ik waard doe yn myn famylje sjoen as ‘de studint’. Studearje wie by ús net de gewoante.”

Van vergunningverlener werd ze beleidsmedewerker bij de provincie en in 2011 begon ze aan haar laatste baan: ze werd adjunct-griffier en ondersteunde en adviseerde in die rol de (leden van) Provinciale Staten. ,,Ik wie juridysk altyd goed, ik wist alles oer de prosedueres.” Als fracties verantwoording moesten afleggen over hun financiën, dan schreef Plender de stukken die daarbij hoorden. Ze zorgde ook dat een accountant naar de cijfers keek.

Ze solliciteerde nooit naar de functie van griffier. Bewust. ,,Dêrfoar mis ik flêr. Ik bin op myn bêst op de achtergrûn.” Hoogtepunten in de afgelopen negen jaren: tijdens de sollicitatieprocedure van de nieuwe commissaris (het werd Arno Brok) ging ze met de vertrouwenscommissie naar de minister. Ook prachtig: met Statenleden reisde Plender naar het Europees Parlement in Brussel. Ze werd wegens haar lange diensttijd beschouwd als het ‘Geheugen van de Staten’.

Laatste werkdag

Haar moeder stierf ruim tien jaar geleden en maakte niet meer mee dat Jannie Plender toetrad tot de griffie. Haar vader overleed toen ze 27 en net een paar jaar secretaresse was. ,,As er dit allegear meimakke hie, hie hy hiel grutsk west. Ik bin fan in dûbeltsje in kwartsje wurden.”

Ze werkte de laatste tijd nog twintig uur per week. Eerder was Plender heel lang fulltime in dienst van de provincie. ,,Dat wie seker yn it ferline net gebrûklik foar in frou.”

Plender werkte donderdag voor het laatst. Ze zal de reuring in het Provinsjehûs missen en vindt het heel jammer dat ze door corona niet fatsoenlijk afscheid kan nemen van haar (oud-)collega’s. Een receptie en een etentje gaan niet door. Wel fijn is dat ze morgen tijdens de vergadering van de Staten nog even in het zonnetje wordt gezet.

'Der is mear as wurk'

Binnenkort wordt ze voor de tweede keer beppe. Haar kleinzoon Yke krijgt een zusje. ,,Us dochter Roelien wennet neist ús.” Lachend: ,,Ik sil it wol drok krije.”

Ze is van plan volop te genieten. ,,Ik bin 64. Jo witte noait hoe lang as jo hjir binne. Der is mear as wurk. In goeie freondin fan my is fjouwer jier lyn ferstoarn. Se hie útsiedde longkanker en wie yn fjouwer moanne fuort. Soks set jo oan it tinken.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct