De vakschilder een kunstenaar? Wie de expositie met proeven van bekwaamheid in Martinikerk in Franeker zag, moest dat wel beamen.

Panelen met bedrieglijk echt nageschilderd marmer ‘Napoleon Rouge’, of geschilderde panelen die massief donker eiken lijken. De wedstrijd van de vakschilders maakt duidelijk dat een goede vakschilder meer in zijn mars heeft dan het schilderen van een kozijn. Zelfs schilderijen met een kopje van Douwe Egberts, een fles Sonnema berenburg of een voorpagina van de Leeuwarder Courant laten zien dat sommige schilders ook beslist kunstzinnig aangelegd zijn.

De vakwedstrijd was een onderdeel van de Landelijke Schildersdag, die dit jaar plaatsvond in Franeker. In de Koornbeurs verzamelden zich vakschilders uit het hele land om over hun vak te praten, of te horen dat sommige schilders ook heel goed liedjes van de Bee Gees kunnen zingen.

Randje

Naast alle lichtvoetigheid was er ook ruimte voor verhalen met hier en daar een zwart randje. Want ja, nu de economie weer draait is er weer volop vraag naar vakschilders. Maar tijdens de crisisjaren zijn veel vakmensen de branche uitgewerkt, of zijn het glibberige pad van de zzp’er opgegaan. Jelle Postma en Jelle Zijlstra, voorzitter en secretaris van de Vakgroep Schilders Fryslân lieten een ongerust geluid horen. Want als schilders kiezen, al dan niet noodgedwongen, voor een bestaan als kleine zelfstandige dan worden zaken als verzekeringen en pensioenen vaak vergeten. ,,Op die manier houden zzp’ers inderdaad meer over dan toen ze in loondienst werkten. Maar de rekening komt later wel: als ze ziek worden hebben ze geen inkomen en als ze met pensioen gaan hebben ze alleen recht op de AOW, zonder aanvullend pensioen.’’

De geschiedenis herhaalt zich in de branche, stelde ook landelijk voorzitter Anton van Wezep vast. De regionale vakgroepen – officieel Studieclub Schilders geheten – spelen in die historie ook een belangrijke rol. ,,Ze zijn opgericht om nieuwe mensen in de branche, jonge schilders, mee te nemen in het vak en verder op weg te helpen. Het zijn vaak ongeschoolde mensen, nieuwkomers.’’ Precies zeventig jaar geleden werd in Franeker hiervoor de aftrap gegeven.

Veel vraag

De eerste studieclubs voor schilders ontstonden vlak na de Tweede Wereldoorlog. De oorlog had grote gaten geslagen in de kennis van het schildersambacht. Net als Nederland moest ook het schildervakmanschap ‘herrijzen’. Een door Eisma's Schildersblad uitgeschreven vakwedstrijd vormde het startschot voor regelmatige regionale bijeenkomsten voor iedereen die affiniteit had met schilderen. Dit gebeurde onder de noemer Studieclub Schilders.

,,Het gaat de goede kant op in ons vak’’, zei Van Wezep. ,,Er is veel vraag naar schilders, maar ze zijn nu helaas niet altijd voorradig. Het blijft een golfbeweging.’’ De gang van zaken rond de vakschilder vertoont daarmee overeenkomsten met die in de varkenshouderijen: als de vraag afneemt en de prijzen voor varkensvlees dalen, neemt het aantal varkensfokkerijen af. Zodra de markt aantrekt. lopen de prijzen op, gaan meer boeren varkens fokken en dalen de prijzen weer. Waarna de cyclus zich herhaalt.

Somber scenario

Nu veel schilders zzp’er zijn geworden dreigt bij een nieuwe neergang in de economie een somber scenario, waarschuwde Postma. ,,Waar het schilderen van een huis eerst 8000 euro kostte, komt er nu iemand die het voor 7000 wil doen. En daarna iemand die het voor 6000 doet. Want ja, je moet toch werken. Met alle gevolgen voor kwaliteit en tijd...’’ Zo’n race naar de bodem kent alleen maar verliezers: bedrijven gaan failliet waardoor ontslagen schilders zich ook in de vijver vol zzp’ers storten. ,,Mijn oproep is: laten we de koppen weer bij elkaar steken!’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct