Overzicht van de eerste zaal van het Land van Latijn in Museum Martena. FOTO HAYE BIJLSTRA

Universiteit Franeker herleeft na 200 jaar

Overzicht van de eerste zaal van het Land van Latijn in Museum Martena. FOTO HAYE BIJLSTRA

Voor het eerst sinds tweehonderd jaar is de bibliotheek van de universiteit van Franeker weer terug in Franeker. In het Land van Latijn.

Bij de plannen voor LF2018 wilde provinciaal archief Tresoar beslist iets doen met de bibliotheek van de universiteit van Franeker, de eerste universiteit in het Noorden. Studenten en hoogleraren uit heel Europa kwamen er samen. Als er iets past bij de Culturele Hoofdstad van Europa, dan is het deze bibliotheek.

,,Het eerste plan was deze na te bouwen in de kelders van Tresoar.’’ Museumdirecteur Manon Borst gruwt nog een beetje bij het idee. Want de bibliotheek hoort in Museum Martena, in Franeker. En daar is die nu ook zoveel mogelijk nagebouwd volgens de weinige tekeningen en beschrijvingen die er van zijn.

Hoge kasten

De universiteit van Franeker werd na de Reformatie opgericht, in 1585, want er was een grote behoefte aan protestantse predikanten. De onderwijsinstelling kreeg een plek in een voormalig klooster, dat overbodig was geworden.

Museum Martena belicht historie noordelijke universiteit

Van de eerste bibliotheek is welgeteld één afbeelding bewaard gebleven. Daarop is te zien dat de boeken stonden in zogeheten lectrijnen: hoge lessenaar-achtige kasten. De boeken lagen aan de ketting en stonden daarom met de ruggen achterin de kast, zodat ze daar niet beschadigd door raakten. Studenten konden de boeken op de lessenaar leggen en staande studeren.

De eerste collectie boeken kwam van professor Petrejus Tiara, die na zijn dood zijn bezit naliet aan de universiteit. De kennis over de aankoop van andere boeken, schenkingen en dergelijke is te vinden in de catalogi. De eerste catalogus verscheen in 1601 en werd geschreven door Martinus Lydius.

Oudste boek

In grote, klassieke vitrines zijn diverse topstukken uitgestald. Het oudste boek uit de collectie dateert uit 836 en is een handschrift op perkament. Dit werk – Noctes atticae – omvat beschrijvingen van Aulus Gellius (123-165) van Klooster Fulda over Griekse en Latijnse auteurs. Borst: ,,Daarmee komen we ook veel te weten over klassieke geschriften die nu al verloren zijn gegaan.’’

Verder is er een boek waarin Copernicus zijn theorie uiteenzet dat de aarde rond de zon draait, met aantekeningen van de Friese wetenschapper Gemma Frisius in de kantlijn. En een anatomiegids, waarin de naakte mens staat afgebeeld tegen een arcadisch landschap.

Een persoonlijke favoriet van Borst is de complete Atlas Major van Blaeu uit 1662. Stadhouder Johan Willem Friso schonk deze in 1711 aan de universiteit. En dat niet alleen, hij liet er ook een kostbare kast omheen bouwen in Leeuwarden. Met fraai houtsnijwerk, versierd met wapens en verguldsel.

Goede naam

De bibliotheek moderniseerde, de boeken (folianten) kwamen in hoge kasten met hun ruggen naar de lezer te staan. Studenten of hoogleraren die een boek wilden bestuderen, moesten dit aanvragen en kregen het dan door de bibliothecaris overhandigd. In de expositie zijn ook uitleenregisters te zien uit de tijd dat studenten boekwerken mee naar huis mochten nemen om te bestuderen.

In 1661 maakte Nicolaus Amama het echter te bont. Hij stal zeker honderd boeken uit de bibliotheek. Professor Johannes Antonides van der Linden ontdekte de roof. Op de kamer van de student – een zoon van professor Amama – werden zeven boeken en 125 kettingen teruggevonden. ,,Van der Linden verwierf allerlei fondsen om de grote gaten in de collectie te dichten. En dat is hem gelukt.’’

Vanaf de oprichting was de universiteit in trek bij protestanten uit Duitsland, Polen, Engeland en Frankrijk. Ook uit Hongarije kwamen veel studenten naar Franeker, en dat duurde tot de opheffing in 1811. ,,Niet alleen had de universiteit een goede naam, de Hongaren kregen ook kost en inwoning.’’

Van Ghemmenich

Hoewel studenten de naam hadden luidruchtig en vaak dronken te zijn – vriendenboekjes van studentengezelschappen getuigen daarvan – had de universiteit een goede naam. Theologie was de belangrijkste faculteit, naast rechten, filosofie, letteren en geneeskunde.

Er werd ook les gegeven in etiquette, dansen, en sporten als schermen, kaatsen en kolfbal. De gezamenlijke taal was het Latijn, maar dat moet met alle accenten bijzonder hebben geklonken. Hoe, dat valt te beluisteren bij de Latijnfontein.

In de tweede zaal van de expositie zijn professorenportretten te zien, de xylotheek en een miniplanetarium. Hier hangen in de affichekast ook aankondigingen van lezingen, lijkredes, roosters en tekenvoorbeelden. ,,Van dergelijke druksels zijn er maar heel weinig bewaard gebleven.’’

Bijzondere aandacht is er voor de Franeker familie Van Ghemmenich. Paulus van Ghemmenich werd voor zijn Latijnse lofdichten door de (roomse!) keizer Leopold in de adelstand verheven.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct