Twee keer eerder geen koets op Prinsjesdag, 'kouwelijke maar toch opgewekte gezichten'

Prinsjesdag 1945. FOTO ARCHIEF

Twee keer eerder misten we de koets tijdens Prinsjesdag. Zoals in het gedenkwaardige jaar 1945.

De derde dinsdag van september 1945 viel te kort na de bevrijding. Alles ging anders. Den Haag lag nog half in puin en in september moest er eerst een nieuwe Staten-Generaal worden geïnstalleerd.

Prinsjesdag verschoof naar de derde dinsdag van november. Buiten was het 3 graden. Koningin Wilhelmina arriveerde in een zwarte auto. Paarden waren er niet; die waren in de oorlog door de Duitsers uit de Koninklijke Stallen gejat. Behalve de gouden koets; die was te zwaar geweest om mee te torsen.

Ondanks de kou en de mist zou koningin Wilhelmina later verklaren dat deze Prinsjesdag ‘de mooiste ooit’ was geweest. Alle aanwezigen in de Ridderzaal waren in het zwart gekleed. In haar Troonrede, die slecht was te verstaan, loofde de vorstin de offervaardigheid en heldenmoed die haar bevolking de afgelopen vijf jaren aan de dag had gelegd.

Lees ook [PREMIUM] Derde dinsdag wordt 'in útklaaide boel'

‘Een koude mist legde reeds vroeg in den morgen een grijzen sluier over Den Haag’’, schreef de Leeuwarder Courant . ‘Maar welk een verschil deze 20ste November met dien van verleden jaar. Toen in heel Den Haag razzia’s, nu niets dan misschien wat kouwelijke maar toch opgewekte gezichten’.

De Staten-Generaal was niet compleet. Nederland beschikte over een noodparlement. Er waren gevallenen te betreuren en heulers met de vijand was de toegang ontzegd. De Tweede Kamer had 24 vacatures, de Eerste Kamer 16.

Het noodparlement telde vijf Friezen. Het waren Jacob Algera (ARP), de waarnemend burgemeester van Leeuwarden en latere minister van Verkeer en Waterstaat, Wiebe van der Sluis (SDAP), een boerenzoon uit Hemrik en hartstochtelijk antimilitarist, Klaas Bijlsma (VDB) uit Franeker, vanwege zijn langdurig lidmaatschap van de Permanente Commissie ook wel bekend als Mr PC, en Rintje van der Brug en Hessel Posthuma senior namens de CDU.

loading

De Eerste Kamer had in de oorlog gevoelige verliezen geleden. Haar waren negen leden ontvallen, onder wie Hendrik Colijn van de ARP die in 1944 in Duitse ballingschap overleed.

Slechts 31 senatoren waren bij de naoorlogse aftrap present. Onder hen SDAP-landbouwwoordvoerder Piet Hiemstra uit Húns, die de bijnaam ‘De Troelstra van de landarbeiders’ had, en ARP’er Anne Anema, nog altijd het langstzittende Kamerlid aller tijden.

Over de inhoud van de Troonrede waren de meningen verdeeld. Het verhaal was lang en bevatte weinig nieuws en in de Ridderzaal hing een hinderlijke galm. De rede was een uitgemolken versie van de regeringsverklaring die minister-president Willem Schermerhorn eerder in juni had voorgelezen.

Volgens het linkse kamp had de koningin te weinig aandacht voor het lot van de arbeiders, het Friesch Dagblad sprak van ‘verstandige woorden en goede voornemens’. ,,Het was naar mijn oordeel de mooiste opening der Staten Generaal die er ooit geweest is’’, zou Koningin Wilhelmina nadien verklaren. ,,Doch ik sta hierin vrijwel alleen.’’

De laatste keer dat de koets tijdens Prinsjesdag ontbrak was in 1974. Toen was er een gijzeling aan de gang in de Franse ambassade. Koningin Juliana en prins Bernhard pakten veiligheidshalve de auto.