FOTO FOTO ARCHIEF BN/DE STEM

Tony Dirne, welbespraakte Brabander in Oosterbierum

FOTO FOTO ARCHIEF BN/DE STEM

Tony Dirne is niet schathemeltjerijk. En nee, hij zit ook niet verpauperd weggedoken in Friesland. De voormalig filmmaker, muziekproducer en bewerker van tekenfilms woont helemaal happy in de pastorie van Oosterbierum. Een Brabander tussen de Friezen. Met een stadspark als tuin.

Af en toe een verwaaide parachutist in de tuin aantreffen is nog tot daar aan toe. Maar die ‘grote luchtflippers’ op 800 meter hoogte boven de heg deden Tony Dirne de knoop doorhakken. ,,We gaan weg uit Lelystad’’, zei hij tegen echtgenote Josée. En het was vooral voor haar, die verhuizing. Want ze heeft ernstig last van astma en dat werd er bepaald niet beter op met al dat fijnstof door het aanzwellende luchtverkeer zo vlakbij. En nu wonen ze in de voormalige pastorie van Oosterbierum. Die stond immers leeg, zei een cafébezoeker in Minnertsga.

Tony Dirne is een welbespraakte Brabantse waterval vol anekdotes en ideeën. In zijn vrolijk geblokte overhemd, op comfortabele geruite Crocs, een hoed op de lange witte haren, geef je hem geen 82. Bekend van radio, tv, muziek, film en theater en als zijn auteursrechten correct waren uitbetaald was hij al lang multimiljonair geweest.

Sinds de afgelopen zomer kan hij ook columnist bijschrijven op zijn uitpuilende CV, want regionale krantencollega BN/De Stem heeft maar liefst 52 feuilletons van hem geplaatst, onder de kop Achteruitkijkspiegelen. Verhalen over zijn jeugd en opgroeien in West-Brabant. Ze raakten een snaar, want op verzoek van de lezers komt er een vervolg. Hij begon met schrijven toen zijn andere werk, het maken van bedrijfsfilms, door de crisis stil kwam te liggen. ,,Ik kan niet stilzitten hè. Maar ik moet zeggen, het is een van mijn twee beste ideeën van de afgelopen veertig jaar.’’

En dat andere idee? ,,Dat was de aanschaf van een hond. Een boxer. Mijn zevende inmiddels.’’ Maar met boxer Jens en de Oostbierumer pastorie zitten we aan het eind van het verhaal. Het begin ligt in Breda, waar hij geboren is. Vader Rinus Dirne werkte in de ijzergieterij bij de Etna. Oudere broer Gaby werd later een bekend muziekproducer. En Tony werd naaimachinereparateur. Maar dat duurde niet lang, de muziek trok. Hij begon een klein studiootje en legde daarmee de bodem voor zijn latere bestaan.

'Die bonkende brij paste gewoon niet in mijn hoofd'

Hij bouwde zijn eigen bedrijf op, zonder een enkel schooldiploma. ,,Dat is een beetje eigenaardig verlopen ja. In het laatste jaar van de lagere school kwam de hoofdmeester langs om met mijn vader over mijn toekomst te praten. Hij zei: ‘Tony zou in het onderwijs moeten. Hij kan heel goed gebeurtenissen waarnemen en uitleggen. Ik wil u voorstellen hem naar de kweekschool te laten gaan. Wat denkt u daarvan?’’’

,,Daar hoefde mijn vader helemaal niet lang over na te denken. Hij zag namelijk meer mogelijkheden voor mij in de metaalindustrie. Daar werkte hij zelf natuurlijk ook. Net als een aantal andere familieleden. Kortom, Tony ging niet doorleren. Al mijn kennis, met uitzondering van die voor mijn rijbewijs, heb ik bij elkaar gesprokkeld in de Universiteit van het Leven.’’

Grote geld

Tony Dirne was een van de eersten in Nederland die stereo-opnamen maakte en maakte tientallen langspeelplaten. Hoewel zijn naam (meestal) vermeld staat – ‘opname Tony Dirne’ – verdiende hij er geen cent aan. Het grote geld ging naar de platenmaatschappijen. ,,Maar we hielden er nog genoeg aan over hoor.’’ Hij werkte met de Ramblers, het Metropole Orkest, het Rotterdams Philharmonisch, tangomuziek, bigband, James Last, het zijn allemaal namen die passen bij een voorbije tijd.

Maar toen – in zijn woorden – de boemketelmuziek (pop, rock, disco) zijn intrede deed, was wat Tony betreft de lol er wel af. ,,Ik vond het helemaal niks. Muzikanten geselden hun instrumenten. Mepten op hun drumstel, lieten gitaren janken. Het klonk in mijn oren als een permanente treinramp. Dan hoor ik veel liever Harry Sacksioni. Die kan zingen op zijn gitaar.’’

Hij gaf het niet meteen op. ,,Ik vroeg een paar bekende popmuzikanten uit Den Haag om te komen spelen in mijn studio. Ik wilde wat met ze oefenen, het geluid dresseren. Ze kregen er 500 gulden de man voor. En nee, ik kan geen namen noemen want ze mochten absoluut niet buiten hun contracten om opnames maken. Maar het paste echt niet bij me. Ik kreeg last van pieptonen in mijn oren. Je moet met je tijd mee gaan, zei mijn toenmalige vrouw Jacky. Maar het had niks te maken met mijn tijd of mijn leeftijd. Die bonkende brij paste gewoon niet in mijn hoofd.’’

,,Van de een op de andere dag heb ik mijn studio in Breda verkocht. Ik wilde wat bij de televisie gaan doen en daarom zijn we naar Loosdrecht verhuisd. Jacky, mijn twee zoons Rob en Ger en ik. Om dichter bij Hilversum te zitten, want daar gebeurde het allemaal. In Loosdrecht is Ger verongelukt. Hij was 19 en net geslaagd voor zijn eindexamen en zou naar het conservatorium gaan. Alles was geregeld. Ik had een autootje voor hem gekocht, waarmee hij nog op vakantie zou gaan.’’

,,Samen met een vriend maakte hij een proefritje. Toen zijn ze van de weg geraakt en een woning binnen gereden. Ze waren beiden op slag dood.’’ En nee, er was geen drank in het spel. Ook geen drugs. En de auto was in orde, dat is nog onderzocht, achteraf. ,,Je hoort wel eens dat mensen in een nacht grijs worden als hen iets ergs overkomt. Ik ben toen in een paar dagen van bruin naar spierwit gegaan.’’

,,Toen werd Jacky ook nog ziek. Ze overleed kort daarna. Gelukkig heb ik Josée leren kennen. Het was liefde op het eerste gezicht. En daarnaast bleken we ook nog eens prima samen te kunnen werken. We zijn niet getrouwd maar wel al veertig jaar samen.’’ Grinnikend: ,,Af en toe hebben we een klein amokje maar dat zijn zeer tijdelijke krampjes.’’

Na de muziek kwam de film. Hij maakte in samenwerking met het residentieorkest onder leiding van Willem van Otterloo filmmuziek. Waarna hij uiteindelijk begon aan een reeks bedrijfsfilms. Documentaires voor Stork, Shell, Vopak, Staatsbosbeheer, KPN, maar ook voor de provincie Overijssel en de stad Vlissingen. Naast muzikale shows kwam hij met een eigen theaterproductie. De comedy De verlegen versierder , waarin vader en zoon Kraaykamp voor het eerst samen op de planken stonden. Het stuk werd later vijf keer op tv uitgezonden.

Animatiefilms

Toen vanuit de omroepwereld het verzoek kwam om Nederlandse bewerkingen voor animatiefilms te maken, dook hij daar in. Vrouwtje Theelepel, de familie Robinson, de tovenaar van Oz of Boes. Een boel jeugdsentiment voor een bepaalde generatie. Voor Warner Bros maakte hij Nederlandse bewerkingen op basis van bioscoopfilms van Bugs Bunny, Daffy Duck, Silvester de kat en Porky Pig. In 1992 kwam zijn bewerking van Hoff-mann’s Notenkraker met de muziek van Tsjaikovsky in de bioscoop.

Loosdrecht werd te duur en ze verhuisden naar Zeeland. Wemeldinge. ,,Daar knapte Josée ook geweldig op. Helemaal geen last meer van astma.’’ Maar Lelystad lag toch centraler. In 2006 vonden ze daar een boerderij. Precies tussen het sportvliegveld en een natuurgebied in. We woonden er fantastisch. Nergens last van. Af en toe een parachutist in de tuin maar die kreeg dan gewoon een kop koffie. Of bleef mee-eten.’’

Maar naarmate de vliegtuigen groter werden en de overlast groeide, namen ook de klachten van Josée toe. ,,Toen ben ik op zoek gegaan naar een ander huis. En dat moest liefst in de buurt van de zee zijn. Ik ben begonnen in Cadzand en toen langs de kust naar boven. Bergen had ik ook geweldig gevonden, maar ja da’s veel te duur. Daar waren die auteursrechten goed van pas gekomen. Op een gegeven moment belandde ik in Friesland.’’

,,In Minnertsga stond een leuk boerderijtje te koop. Maar dat zat vol schimmel. Toen ben ik even een bakje koffie gaan halen in het plaatselijk café. En daar vertelde een vaste klant aan de tap, die bar veel wist te vertellen over het wel en wee bij de Waddenzee, dat de pastorie in Oosterbierum leeg stond. ‘Omdat de dominee hem is gesmeerd’, zo zei hij dat.’’

,,Ik ben meteen gaan kijken. Oh, wat een prachtige plek. Mooi huis en een enorme tuin. Ik ben met het kerkbestuur gaan praten en we zijn er uit gekomen. Wij huren het nu sinds anderhalf jaar voor onbepaalde tijd. Onze tuin is gewoon een stadspark. En ja, met wat hulp onderhouden we hem zelf. Stel je voor, onze hond heeft gewoon een paar voetbalvelden aan ruimte tot zijn beschikking.’’

,,Nu zijn er twee stromingen. De ene zegt die Tony Dirne is helemaal verpauperd weggedoken in Friesland en de andere zegt die Tony is rijk geworden. Hij woont in een knots van een huis met een park. Beiden hebben ze ongelijk, hahahaha.’’

Oosterbierum

Oosterbierum is een dorp van pak ’m beet 500 inwoners. ,,Het is knus. Toen wij er kwamen was er net een nieuwe speeltuin voor ons huis aangelegd. En nu hebben we altijd spelende kinderen voor de deur. Geweldig toch. We hebben een limonadefeestje voor ze gehouden.’’

De pastorie is geen historisch pand, maar 35 jaar oud. ,,Het is inderdaad schandelijk groot voor twee personen en een hond. Maar in Lelystad woonden we ook op een flinke boerderij. In dit huis hebben we boven vier grote kamers. Een is een bibliotheek, een is een klerenkast, een is mijn schrijfhok en dan is er nog onze slaapkamer. En het hele huis staat vol. Ik bewaar namelijk alles en Josée heeft dezelfde tik. Ik heb de smoking nog die ik ooit voor 800 gulden heb gekocht voor een première. Past totaal niet meer, maar gaat niet weg.’’

,,We voelen ons hier beslist thuis. Het is misschien typisch, maar Brabanders en Friezen gaan heel goed samen. Dat heb ik al ontdekt tijdens mijn diensttijd. Friezen en Groningers weer niet hè. Net als trouwens Brabanders en Limburgers.’’

Op 4 november wordt hij 83. Hij is druk bezig met een boek over zijn leven, aangevuld natuurlijk met de feuilletons uit de krant. ,,Ja, ik ben een debutant van 83. Het wordt een roadmovie op papier’’, kondigt hij aan. ,,Ik vermaak me kostelijk in mijn schrijfhok met een potlood en een gummetje.’’

De tijd van filmen in opdracht is voorbij. ,,Alles moet boem-boem, snel afgeraffeld en liefst heel kort. Tegenwoordig kan het al met een smartphone, daar komt geen camera meer aan te pas.’’

Duizendpoot

Elke dag heeft hij nieuwe ideeën. Stilzitten is er niet bij. ,,Sommige mensen noemen mij een duizendpoot. Maar eigenlijk heb ik vanaf mijn twaalfde een enorme behoefte zoveel mogelijk tijd te besteden aan maaksels die in de lijn van mijn interesses liggen. En als ik daar dan ook de bakker van kan betalen, is voor mij het feest compleet.’’

,,Alles bij elkaar heb ik denk ik een paar honderd elpees gemaakt, die vrijwel allemaal op cd zijn uitgebracht en 34 docufilms waarvan er 12 nog steeds over de hele wereld rouleren. En nee ik zit niet te bluffen.’’ Schaterend: ,,Als ik een selfkicker was, was ik wel acteur geworden.’’

Paspoort

Geboortedatum: 4 november 1934 in Breda

Opleiding: lagere school

Werk: muziekproducent, oa In the Glenn Miller Mood van The Francis Bay Big Band, Dorus, Hoogtepunten uit Tom Manders’ Dorus show

documentairemaker, oa Rush Stop voor Shell, De schittering van water voor Staatsbosbeheer, The dynamic world voor Verhoef Aluminium scheepsbouw, Juicy Fruit voor ZZC Zeeland

Nederlandse bewerkingen animatiefilms, oa Vrouwtje Theelepel voor NCRV, De familie Robinson voor de EO, sf-serie Mask voor de TROS, Tom Sawyer en Huckleberry Finn voor de EO, Boes Boes voor de VARA, De Notenkraker , bioscoopfilm voor Concordefilm

Theater: De Verlegen Versierder met vader en zoon Kraaykamp

Scriptschrijver, columns: Het Hemelse Gerecht (Filmscenario in opdracht van Matthijs van Heijningen), Twee vrouwen met dezelfde smaak (theaterstuk), Achteruitkijkspiegelen (manuscript)

Privé: woont samen, vader van twee zoons

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct