De teugels rond de aanleg van zonneparken op Friese landbouwgronden worden strakker aangehaald. Landschappelijke ‘inpasbaarheid’ is cruciaal, net als draagvlak. ,,Wy ha de balâns aardich fûn”, zegt gedeputeerde Sietske Poepjes. Beheerder Liander waarschuwt voor filevorming op het netwerk.

Wat nu als drie of vier dorpen samen en enthousiast een zonnepark van 10 of 20 hectare willen laten aanleggen? Mag dat dan? Is het straks nog toegestaan dat een zonneweide niet direct grenst aan de bebouwde kom?

Mag een veld met zonnecollectoren worden gebouwd als de lokale bevolking niet voor minimaal de helft eigenaar is? En: kunnen coöperaties en sommige bezorgde gemeenten op basis van de nieuwe regels rond de opwek van zonnestroom op gronden buiten de bebouwde kom hun energie-neutrale wensen nog vormgeven?

Er kan best veel, stelt gedeputeerde Sietske Poepjes. Alleen zorgt de gewijzigde verordening romte, waarover Provinciale Staten zich morgen uitspreekt, er wél voor dat de provincie meer controle krijgt op de afmetingen, de locatie en het eigenaarschap van zonneparken.

,,Oan de iene kant moatte wy as provinsje it Fryske lânskip beskermje, oan de oare kant is der de needsaak foar duorsume opwek”, zegt Poepjes. ,,Ik tink dat wy de balâns tusken dy twa grutte belangen aardich fûn hawwe yn de oanpaste feroardering. Dit is yn wêzen ien grut feilichheidsmeganisme. It lânskip moat net in rommeltsje wurde. Wy pakke as provinsje de rezjy.”

Over het concept van de wijziging dienden 22 ‘belanghebbenden in de zomer hun ‘sjenswize’ in. De voorgestelde wijziging is daarna op onderdelen aangepast. Vorige week grepen de stichtingen Freonen fan Fossylfrij Fryslân en de Friese Milieu Federatie net als een aantal gemeenten en coöperaties de mogelijkheid nog aan om in te spreken tijdens een commissievergadering.

Meeprofiteren van zonnestroom

De nieuwe regels, ook bedoeld om de bevolking te laten meeprofiteren van zonnestroom, zijn streng. ,,It is provinsjale wetjouwing, de útspraken yn de feroardering jouwe in rjochting oan”, zegt Poepjes. ,,Mar ik sis der by dat der echt romte is om te eksperimintearjen. Sa lang as foarstellen om ôf te wiken fan de regels mar goed ûnderboud binne.”

I n het kort: kleinere plaatsen mogen volgens de verordening straks nog een zonneveld van 5 hectare net buiten de bebouwde kom aanleggen. Ook wel meerdere van die grootte, als de gemeenschap er dan maar om vraagt, tevens profiteert van de opbrengsten én het landschap er niet mee wordt verpest. De biodiversiteit moet worden versterkt. Onder die voorwaarden kunnen dorpen en steden ook besluiten om gezamenlijk één grotere zonneweide te realiseren. ,,Mar dan wol ticht by ien fan dy kearnen”, zegt Poepjes.

Grotere Friese plaatsen moeten het doen met velden van maximaal 15 hectare, de ‘stedelijke centra’ Dokkum, Harlingen, Heerenveen, Sneek en Drachten krijgen een beperking tot 20 hectare opgelegd. Leeuwarden is de enige plaats die 25 hectare mag vullen.

De norm wordt minimaal 50 procent eigenaarschap voor de bewoners. Dat moet ervoor zorgen, is de gedachte, dat opbrengsten terugvloeien naar de gemeenschap en het draagvlak groter wordt. ,,Wy foarkomme dêrmei dat de snelle jonges ûnder de ûntwikkelers lân keapje en de opbringsten yn de bûse stekke. Goeie ûntwikkelers kinne wol wat mei de nije regels.” Ook op dit vlak zijn weer uitzonderingen mogelijk.

Lokale energiebehoefte

Of grotere velden (25-plus hectare) en zonneweiden op grotere afstand van de bebouwing straks nog kunnen? Die kans is klein. ,,Dat wurdt sjoen de romtlike ûnderbouwing lestich”, aldus Poepjes. ,,It moat der goed útsjen.” Onmogelijk is het niet, voegt ze toe. Mits dus het initiatief van ‘onderop’ komt en nodig is om in de lokale energiebehoefte te voorzien.

Er komt sowieso pas toestemming voor een zonnepark op ‘waardevolle’ grond als er aan de methodiek van de zonneladder is voldaan, zoals eerder al afgesproken in het bestuursakkoord. Zonnepanelen moeten eerst op daken en gevels worden gelegd, daarna op braakliggend terrein of nabij infrastructuur, vuilstortplaatsen en zandwinputten. Pas als daar geen ruimte meer is, verschuift de blik naar landbouwgrond. Het afgelopen halfjaar werden er, in afwachting van de nieuwe regels, geen nieuwe zonneparkvergunningen afgegeven. Een aantal projecten dat al in de pijplijn zat, valt niet onder de nieuwe regels.

I n het meest extreme geval kan de provincie straks een ‘opstelling’ keren die door de gemeente wordt toegestaan. ,,Mar dêr moatte we mei elkoar net hinne wolle”, stelt Poepjes. Alle belanghebbenden komen vooraf samen aan de zogeheten sinnetafels en onderzoeken wat er wel of niet mogelijk is op een bepaalde locatie. Dat moet ongelukken op langere termijn voorkomen. Op natuurgrond is voortaan alleen plek voor zonnevelden als de stroom nodig is voor beheer van de gebieden.

Netbeheerder Liander had qua efficiency liever gezien dat Friesland inzet op een aantal grote parken in de buurt van bestaande knooppunten in het net. Meerdere kleinere velden betekent versnippering. Gevolg is dat er extra investeringen nodig zijn in elektriciteitsinfrastructuur: meer verdeelstations, meer transformatoren, meer kabels. En er is al zo weinig ruimte onder de grond, zegt Roelof Potters van Liander. ,,Er wordt al flink gebouwd en gegraven. Dat zal alleen maar toenemen.”

Een investering van 500 miljoen euro in verzwaring van het Friese netwerk voor de komende tien jaar stond al gepland. Omdat Liander rekening houdt met 50 procent meer opwek in Friesland dan er in het concept van de Regionale Energie Strategie staat (tot 2030), komt daar 150 miljoen bij.

Niet bang voor extra kosten

De nieuwe Friese verordening leidt nog eens tot een extra investering die kan oplopen tot 350 miljoen. ,,Dat geld landt uiteindelijk in de tarieven van de gebruikers”, zegt Potters. ,,Maar het is onze taak om te faciliteren. Dus als het moet, dan gaan we het ook doen. Ondertussen blijven we aandacht vragen voor de doelmatigheid van de plannen.”

Hij waarschuwt voor ,,filevorming” op het net. Dat komt enerzijds door het tekort aan technici bij Liander, anderzijds doordat de netbeheerder de snelle ontwikkelingen niet kan bijhouden. De realisatie van een groot elektriciteitsstation neemt vijf tot acht jaar in beslag. ,,Het bouwen zelf kost twee jaar, de besprekingen en vergunningverlening drie tot zes jaar”, aldus Potters.

Poepjes is voor de extra kosten niet bang. Die vallen, uitgesmeerd over dertig jaar, per aansluiting best mee, zegt ze. ,,Boppedat weaget de wearde fan it lânskip swierder.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Duurzame energie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct