Suggesties voor een integraal toekomstbeeld: het landschap als kathedraal

Een vlucht grauwe ganzen na zonsodergang bij de Ryptsjerkerpolder. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Wat is het Noord-Nederlandse verhaal voorbij 2030? En dan niet een verhaal dat zich beperkt tot een rondslingerende beleidsnotitie, maar een integraal toekomstbeeld. Een visie waarin we onszelf herkennen en die energie geeft om er aan te bouwen. Een verhaal dat verder kijkt dan drie of vier jaar. Wij doen hier alvast de nodige suggesties.

In de hectiek van nu blijkt bouwen en beschermen ten behoeve van volgende generaties nogal weerbarstig. In politieke coalitieakkoorden leggen we onze wensen voor een paar jaar vast, de blik naar volgende generaties wordt hoogstens met de mond beleden. Maar zonder zo’n visie ben je bestuurlijk en maatschappelijk veroordeeld tot het blussen van brandje na brandje.

De herkenning van zulke onmacht klinkt door in het publieke debat. Mensen als oud-rijksbouwmeester Floris Alkemade en denkers Daan Rovers en Bas Heijne zijn aan het zoeken naar een lange termijnvisie. Op internationaal niveau roept David Attenborough in de documentaire A Life on Our Planet op tot ingrijpende actie om onze aarde te redden. De Britse filosoof Roman Krznaric beschrijft het gemis van een integraal toekomstbeeld in zijn De Goede Voorouder .

Durven we nieuwe kathedralen te bouwen voor generaties na ons? Zoals de Sagrada Família in Barcelona, waarvan de eerste steen door architect Antoni Gaudi werd gelegd in 1882, maar die nog op zijn voltooiing wacht. Een kathedraal waaraan door verschillende generaties welbewust wordt gebouwd.

Maar is een op aandeelhouderswaarde ingerichte samenleving, en dus met korte termijn-winsten als richtsnoer, wel in staat om kathedralen te bouwen? Zijn we in dit tijdsgewricht in staat om een volhoudbare samenleving in te richten die de komende generaties niet met onze vooruitgeschoven problemen opzadelt? Het lijkt ons dat de tijd gekomen is om samen te bouwen aan een verhaal dat reikt tot voorbij 2030, een verhaal dat is gebaseerd op analyses en met fundament in onze regio.

Keuzes

Willen we als noordelijke regio in Europa het voortouw nemen bij het scheppen van ‘brede welvaart’? Willen we met zo’n 2 miljoen bewoners, wonend in een zone van Waddeneilanden, Waddenzee, kleischil, veengebieden tot aan de zuidelijker gelegen zandgronden, dat de kwaliteit van het leven hier en nu niet ten koste gaat van die van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld? Willen we bewoners die vitaal ouder worden en misschien wel de gelukkigste van Europa zijn?

Zo’n missie vraagt om politieke keuzes voor de lange termijn, keuzes ook die de gebruikelijke politieke richtingen overstijgen. In het weefsel van de noordelijke samenleving zijn er inmiddels initiatieven die op zoek zijn naar zo’n verhaal. Ze zijn nog wat versplinterd maar er wordt wel degelijk geoefend.

Initiatieven als Blue Delta, Toukomst, AAN! Noord Nederland, Kening, maar ook projecten als LF2018 zijn of waren sterk op dat gedachtegoed gestoeld. Ook via de formelere bestuurlijke structuren zoals SNN (Samenwerking Noord Nederland) of het EBNN (Economic Board Noord Nederland) wordt gezocht naar een duurzaam perspectief voor de noordelijke regio.

Dat vindt z’n weg in onder andere het noordelijk innovatie beleid gericht op Europese missies (RIS-3 / Regionale Innovatie Strategie 2021-2027). De kunst is nu die bottom-up en top-down krachten te bundelen in een gezamenlijk gedragen verhaal dat ons voorbij 2030 brengt.

Bij de ontwikkeling van zo’n missie is samenwerking tussen alle partners in de noordelijke regio cruciaal. Niet langer verstopt op eigen eilanden, terpen of wierden, maar open naar elkaar toe en naar de wereld. We hebben ‘uitkijkers’ nodig om voorbij de horizon van de komende politieke periodes te kijken. Zij sporen ons aan om gezamenlijk perspectief te vinden, een gemeenschappelijk verhaal te bouwen. Talent is er voldoende, maar er is nog geen verbindend podium. Daar ligt een opgave.

Dat verbindende podium van en voor uitkijkende noordelingen, van boer, kunstenaar tot burger, wetenschapper of ambtenaar, vormt de basis voor het verhaal. Andere benodigde ingrediënten zijn kennis- en innovatieomgevingen, en de wil om het verhaal van Noord-Nederland breed te vertellen, in het Noorden zelf, in de rest van Nederland, en op Europees niveau. Dat we een delta zijn die eeuwenlang bouwde op verbondenheid en haar relatie met het thema water en nu op weg is naar een circulaire toekomst en de ambitie van een gelukkige samenleving.

Hefbomen

Om die overkoepelende missie te realiseren is er een aantal inhoudelijke hefbomen waarlangs we het verhaal kunnen vormgeven. Eentje daarvan is de circulaire ambitie voor ons landschap, grotendeels ingebed in de toekomst van het volhoudbaar maken van onze agrofood ketens, met de landbouw daarin als grootste landschappelijke drager.

Al sinds de jaren zeventig is duidelijk dat de kwaliteit van onze leefomgeving, ons landschap, onder grote druk staat. De erkenning daarvan wordt de afgelopen jaren steeds breder gedeeld. Stikstof die onze kwetsbare levensvormen verstikt, veenweiden die ‘opbranden’ en als CO 2 de lucht ingaan, en het verdwijnen van insecten en de vogels die er van afhankelijk zijn met de grutto als alarmerend symbool.

Het verdwijnen van insecten en grutto’s leidt ook tot zorgen over het gebruik van pesticiden, en over medicijnresten in ons oppervlaktewater. Of zorgen over de bodemkwaliteit. En daarin is het bij ons als overal elders, ook wij zijn onderdeel van de wereldwijde opgaven. Die komen als golven op ons af, en heel snel na elkaar. Van pandemie, klimaat tot biodiversiteitscrisis.

Waar beginnen we met een oplossing? Noord-Nederland zou zich kunnen positioneren in het hart van deze opgave. Grotendeels gekoppeld aan de circulaire en natuurinclusieve landbouwopgaven die door de noordelijke overheden als perspectief zijn gekozen voor de landbouw. Immers, 80 procent van ons landschap is direct gekoppeld aan die agrarische functie, de rest wordt er sterk door beïnvloed.

In het verlengde van onder andere de regiodeal met natuurinclusieve landbouw kunnen we nu volgende, Europese, stappen zetten. Door bijvoorbeeld te anticiperen op de Greendeal-ontwikkelingen met bijvoorbeeld de biodiversiteitsstrategie op weg naar 2030 en de Farm to Fork-strategie als inspiratie voor het Europese landschap en de landbouw.

Dit alles is gericht op verduurzaming van ons landschap en het herstellen van de balans tussen de economie en de ecologie van het landschap. Zoals de veenweidegebieden waar nieuwe vormen van landschapsgebruik nodig zijn om de CO 2- uitstoot af te remmen en bodemdaling tegen te gaan. Misschien wel als bron van nieuwe biomassaproducten, denk aan lisdodde, die door de bouw ingezet kunnen worden. Passend bij de breed gedragen circulaire ambities.

Koploperregio

Noord-Nederland heeft alles in huis om hiermee een Europese koploperregio te worden. Een commissie onder leiding van oud-minister Cees Veerman deed er in de zomer van 2020 met het Europese missieprogramma ‘Caring for Soil is Caring for Life’ al een voorzet voor: het vernieuwen van de voedselketen, van primaire productie, verwerkers tot distributie, retail en consument met als missie duurzaam geproduceerd gezonde producten voor gezond ouder wordende Europese burgers.

Deze landschapsaanpak moet met strategische thema’s vormgegeven worden tot een Europees programma, met de landschapseigenaren aan het stuur. Denk daarbij aan initiatieven zoals Holwerd aan Zee, de gebiedscoöperatie Westerkwartier, het veenweidegebiedsproces Aldeboarn/De Deelen of de Club van Aanjagers van het Tsjûkemar.

Onze landschapseconomie wordt momenteel vooral bepaald door agrarisch en toeristisch gebruik. De grotendeels voor de bulkexport ingerichte agrarische economie - met als gevolg veel productiedruk per hectare - moet een bredere basis krijgen waarbij eerlijke voedselprijzen één van de financiële stromen is. Ook maatschappelijke diensten als natuur, schoon water of CO 2- opslag moeten verdienkansen voor landeigenaren opleveren. Dat vraagt nieuwe kennis, financiering en wetgeving en onderwijsveranderingen. De ‘gebruikers’, denk aan boeren, zijn de vragenstellers. Immers bij hen ligt de belangrijke sleutel voor verandering.

Het transitieverhaal van het landschap gaat jaren duren. Stap voor stap zullen we het verhaal van de veenweidegebieden, de verzilte kust, de Waddenzee vertellen. We hebben tijdens Leeuwarden-Fryslân 2018 geleerd om dat succesvol te doen. In 2022 kunnen we dit vertellen in het eerste honderddaagse Arcadia-programma, een LF2018-legacy. Is het een idee om een internationale tentoonstelling te ontwikkelen rond de transitie van de Europese veenweidelandschappen en de landbouw-opgave die dat met zich meebrengt?

In 2023, als de nationale landschap triënnale ons waddengebied in de spotlights zal zetten, kunnen we de landschapstransitie vertellen met de Waddendijk als podium in projecten als De Terp fan de Takomst (Blija). We kunnen de transitie van het rurale landschap in veel verhalen van verleden en toekomst vertellen. Hoe het terpdorp Holwerd de zee weer toegang geeft en opnieuw onderdeel maakt van de gemeenschap. Hoe de Afsluitdijk niet langer een symbool van kustbescherming is en een visblokkade, maar met de bouw van een vismigratierivier op een innovatieve manier de nieuwe verbondenheid tussen de zee en het zoete water weergeeft.

En hoe goed zou het zijn om ook het Leeuwarder landbouwmuseum een nieuw perspectief te bieden in deze landschapstransitie op weg naar 2030. Met ook een unieke positie in de noordelijke regio. Wat zou er gebeuren als we mensen als Floris Alkemade vragen om samen met Claudy Jongstra een internationale tentoonstelling te ontwikkelen over een veranderend landschap van vorm, kleur, geur en smaak?

Lef

Om dit te realiseren is ambitie en lef nodig om boven provinciale en lokale belangen de noordelijke te positioneren in een Europese context. Een Europees podium dat zich gesteund voelt door alle beleidsniveaus en gevoed wordt door de creatieve energie van onderop. Het creëert daarmee ruimte om de nu al honderden initiatieven rond voedsel, landbouw en biodiversiteit te verbinden op een, rond landschapsherstel gepositioneerde, Europese ambitie. Het past bij de inhoudelijke ambitie van Europa en het sluit aan op de manier waarop Europa zijn innovatie vorm wil geven. Men wil innovatie via co-creërende netwerken liever dan top-down georiënteerde sturing.

LF2018 heeft laten zien dat wij dat kunnen. LF2018 werd een Europese dansvloer waar de culturele kakofonie van Friesland klonk als een symfonie met internationale allure. Naast dat het ons in de Europese spotlights plaatste, heeft het onze economie geen windeieren gelegd. Die ambitie werd geformuleerd rond 2010, en had 8 jaar nodig om breed gedragen te worden. Het is een geslaagd voorbeeld van een missie die voorbij de toenmalige politieke horizon reikte.

Aan een circulaire landschapsambitie zit misschien geen Europese prijs of eretitel, zoals de European Capital of Culture, maar het kan de generaties na de onze wel helpen. Laten we die ambitie omarmen en zoeken naar de Gaudi’s voor ons landschap.

Een bijdrage van Caspar van den Berg, hoogleraar Global and Local Governance, Campus Fryslân - Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Theunis Piersma, hoogleraar Trekvogelecologie, RUG en wadden-onderzoeker Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en Klaas Sietse Spoelstra, strategisch veranderaar, Bureau Nij Sicht.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Opinie
Natuur en milieu