Het wordt steeds aannemelijker dat Anna Maria van Schurman daadwerkelijk in het pand van Museum Martena in Franeker heeft gewoond, waar een deel van de expositie aan haar gewijd is. Onderzoek naar haar brieven maakt dat duidelijk.

Geschiedenisstudenten van de universiteit in Utrecht doken in de correspondentie van de zeer intelligente en kunstzinnige Anna Maria van Schurman (1607-1678), naar wie de middelbare school AMS in Franeker genoemd is. Zij woonde van 1623 tot 1626 in Franeker.

Manuel Llano, oorspronkelijk uit Spanje, doet het onderzoek voor zijn proefschrift, Samantha Sint Nicolaas uit Engeland voor haar master. Hun begeleider, universitair docent vroegmoderne cultuurgeschiedenis Dirk van Miert, ontdekte dat enkele brieven meer vertellen over de band van Van Schurman met Franeker. Uit haar Franeker periode zelf zijn geen brieven bekend.

Het uitzoekwerk werd door Sint Nicolaas gedaan. Zij ploos alle catalogi en archieven na om te kijken of er brieven van Van Schurman in vermeld staan. Ze vond er 244, gekregen van of gericht aan 61 verschillende correspondenten.

Llano brengt dit netwerk in kaart. Hij visualiseert haar contacten zodat in één oogopslag duidelijk is in hoeverre Van Schurman geïntegreerd was in het wijdere geleerdennetwerk van haar tijd, het netwerk dat bekend staat als de Republiek der Letteren.

Eerste vrouwelijke student

De twee vertellen op de universiteit van Utrecht in de oude binnenstad over hun werk. Vlakbij het huis achter de Domkerk waar Van Schurman woonde toen ze studeerde in Utrecht. Als eerste vrouwelijke studente in Nederland, hoewel de meesten daarbij aan medisch studente Aletta Jacobs denken. ,,Dat komt omdat de Utrechtse universiteit diploma’s pas vanaf 1815 registreerde.

Bij de officieel geregistreerden is Jacobs de eerste vrouw, maar Van Schurman is van de periode daarvoor.’’ Toen het haar eindelijk lukte om als vrouw toegelaten te worden op de universiteit, zat ze tijdens de colleges achter een gordijntje. ,,De mannelijke studenten mochten pas binnenkomen als zij er al zat, zodat ze niet afgeleid zouden worden’’, voegen Llano en Sint Nicolaas er met een glimlach aan toe.

Beiden zijn ervan overtuigd dat Van Schurman veel meer brieven geschreven moet hebben, maar lang niet alle de tand des tijds doorstaan hebben. Bekend is dat ze aan het eind van haar leven zelf veel brieven vernietigd heeft. Ook is lang niet alles geregistreerd, voegt Llano er aan toe.

,,We zoeken specifiek naar brieven van vrouwen omdat vrouwen vaak uit de geschiedschrijving zijn gelaten.’’ Daar komt bij dat je in die tijd als vrouw niet zo maar brieven kon schrijven. ,,Vrouwen werden geacht zich te houden aan hun rol als huisvrouw of moeder, en het schrijven van geleerde brieven hoorde daar niet toe.’’

'Uit de brieven en haar boeken blijkt dat Anna Maria van Schurman een moedige vrouw was'

Voor Sint Nicolaas was het een meevaller dat Van Schurman ,,een heel duidelijk en mooi’’ handschrift had. Aan de openingszinnen kon zij al zien welke brieven origineel waren en welke kopieën. Soms maakten latere geleerden een kopie van Van Schurman’s brieven voor eigen gebruik. De originelen waren duidelijk herkenbaar. ,,Dit is van belang om het juiste aantal brieven accuraat weer te geven. Ik moest bij het totaal natuurlijk geen kopieën meetellen.’’

Ze sprak 14 talen

In haar overzicht is de enige brief opgenomen, bewaard in Tresoar in Leeuwarden, die Van Schurman naar Franeker stuurde. Op haar negentiende, vlak nadat ze uit de Academiestad was vertrokken. Ze woonde daar met haar ouders en broer. Vader en broer studeerden aan de Franeker Universiteit.

De twee onderzoekers veronderstellen dat Anna Maria zo in contact kwam met andere studenten die bij haar vader en broer thuiskwamen. Ze groeide op in een milieu met wetenschappelijke contacten. ,,Als klein meisje sprak ze al Grieks, Latijn en Hebreeuws. Uiteindelijk sprak ze minstens veertien talen. Ze offerde haar leven op voor studie.’’

De twee weten uit boeken over Van Schurman (van Pieta van Beek, G.D.J Schotel, en D. Cannegieter) dat ze haar vader op zijn sterfbed moest beloven niet te trouwen. De studenten vermoeden dat dit verzoek te maken had met het feit dat tot dan toe alleen nonnen als geleerden werden geaccepteerd. Blijkbaar werd verondersteld dat je alleen geleerd kon worden als je ongetrouwd was en dus geen rol van echtgenote en moeder te vervullen had.

Anna Maria’s vader stierf jong. Historici namen aan dat Anna Maria, haar moeder en broer daarna in het Martenahuis hebben gewoond. Maar dat stuitte ook op een tegenstrijdigheid, want in die periode woonde de weduwe van Frederik van Vervou tot Martenahuis er ook. Dan zou het gezin bij deze weduwe Jel van Osthem ingewoond hebben.

Dat is nu net wat de brief in Tresoar duidelijk maakt, ontdekte Van Miert. In die brief bedankt Van Schurman de weduwe en haar kleindochter Sophie de Vervou voor verleende diensten. Ze zegt er haar hele leven de voordelen van te zullen ondervinden. Dat moet volgens Van Miert wijzen op het feit dat de brievenschrijfster er onderdak vond.

Dat deze link nog niet gelegd was, komt omdat de brief gericht is aan Gelle de Ostheim. Deze naam zorgde ervoor dat de relatie met Oosthem, een nazaat van de Martena’s, niet meteen gelegd is. ,,Je ziet het voor je. Anna Maria, die als zeventienjarige oppaste op de toen tienjarige Sophie.’’

53 brieven naar Van Schurman

Na haar vertrek uit Franeker bleef Van Schurman corresponderen met Willem Staackman, die burgemeester van Franeker was en later naar de Staten-Generaal ging. Hij was tevens beschermheer van jonge dichters. De meeste brieven aan Van Schurman komen van Constantijn Huygens. Adreas Rivet, een Franse theoloog, is tweede. Hij schreef 53 brieven naar de vrouwelijke studente, omdat hij aangewezen was als haar beschermheer.

Aan het eind van haar leven sloot Van Schurman zich aan bij de labadisten, een godsdienstige sekte onder leiding van de charismatische Jean de Labadie. Ze trokken door Duitsland en Nederland op zoek naar een vaste verblijfplaats en belandden uiteindelijk in Wieuwert op het landgoed Walthastate. Daar overleed de vrouwelijke geleerde ook. De onderzoekers vinden het moeilijk te begrijpen dat een intelligente vrouw als Van Schurman voor Labadie viel. Blijkbaar voelde ze zelf ook de behoefte om dit uit te leggen. In haar laatste boek verdedigt ze haar keuze.

De indruk die Sint Nicolaas en Llano aan haar correspondentie hebben overgehouden, is dat Van Schurman een vrouw was met ,,a lot of guts’’. ,,Moedig en stoer. Ze kreeg heel wat kritiek toen ze zich bij de labadisten aansloot. Dat deed ze toch maar.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct