Stichting verzamelt de geheimen van de Friese interieurs

De Stichting Interieurs in Fryslân bouwt een gigantische collectie foto’s op van historische Friese woningen en boerderijen. ,,Als mensen het zien, worden ze ook trots.’’

Over de buitenkant van historische Friese gebouwen is veel bekend. Vaak staan de gevels er piekfijn bij, terwijl er aan de binnenzijde nog altijd van alles wordt gesloopt. Denk aan schoorsteenmantels, houtsnijwerk en tegelvloeren.

Waarde interieurs onbekend

De waarde van interieurs is vaak onbekend en dus onbemind. ,,Terwijl mensen vaak heel trots worden als ze weten wat ze eigenlijk in huis hebben’’, zegt Ap Timmermans van de Stichting Interieurs in Fryslân. Zijn organisatie startte enkele jaren geleden een bliksemoperatie om door de hele provincie in kaart te brengen wat er nog bewaard is achter de voordeur. Deskundigen gaan duizenden huizen en boerderijen langs en maken heel veel foto’s. Die worden anoniem in een grote databank opgeslagen en vormen zo een nieuwe schatkist vol kennis over de regionale woninginrichting in de afgelopen eeuwen. Wat zijn bijvoorbeeld de typische schoorsteenmantels in de achttiende eeuw? Hoe ontwikkelden het glas-in-lood en de vorm van de deurkrukken zich door de jaren heen?

Steeds meer gemeenten werken mee aan het project. Binnenkort trekken de deskundigen langs alle uithoeken van de gemeente Leeuwarden. ,,Met Waadhoeke zijn we al ver, Dantumadiel heeft ook net ingestemd en het lijkt erop dat Noard east Fryslân (NEF) ook meedoet. Dongeradeel hebben we eerder al gedaan’’, zegt Timmermans. Ook Súdwest-Fryslân en Harlingen zijn al in kaart gebracht. De foto’s boven dit artikel zijn afkomstig uit gebouwen in deze twee gemeenten.

Doel om heel Friesland in kaart te brengen

,,Op basis van de medewerking die we nu hebben in de gemeenten, kunnen we zo’n 70 procent in kaart brengen. Maar ons doel is natuurlijk heel Friesland.’’ Aan de oostkant van de provincie en op de eilanden hoopt Timmermans nog gemeenten te overtuigen: ,,Zij hoeven slechts 25 procent van de kosten te betalen.’’ Een groot deel van de financiering komt namelijk binnen via de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en via fondsen.

Het gaat de stichting niet om raadhuizen, kerken of states, want daar zijn de interieurs al lang van gedocumenteerd. De deskundigen komen vooral aan de deur bij gewone huizen en ‘boerepleatsen’. Soms zijn het rijksmonumenten, waarvan alleen de buitenzijde is geregistreerd, maar het gaat ook heel vaak om woonhuizen zonder enige beschermde status.

Kennis groeit

Zo’n monumentenstatus hoeft ook helemaal niet, als het aan de stichting ligt. Het is veel belangrijker dat de bewoners zelf weten wat ze in huis hebben, waardoor ze er met meer liefde mee omgaan, stelt Timmermans. Ondertussen groeit de kennis onder erfgoedkenners. Uiteindelijk leidt dit tot een boek.

,,We hebben een systeem ontwikkeld waarbij onze mensen heel snel door een pand gaan. Ze maken volgens een vast plan foto’s uit verschillende hoeken van iedere ruimte. Per gebouw levert dit tussen de 30 en 200 foto’s op.’’ De oogst is wisselend. Soms duiken prachtige vloeren of onverwachte stukken houtsnijwerk op, maar het is ook wel eens minder spannend. ,,Dan gaat het bij de foto’s meer om de ensemblewaarde.’’

'Dat gebeurde heel veel na de oorlog. Het was de tijd waarin mensen licht, lucht en ruimte wilden.'

Timmermans woont zelf in een oud herenhuis in Leeuwarden. Ook daar is de gevel klassiek, maar de huiskamer had al veel ornamenten verloren toen hij er introk: ,,Dat gebeurde heel veel na de oorlog. Het was de tijd waarin mensen licht, lucht en ruimte wilden.’’ Kleuren moesten plaatsmaken voor wit, ornamenten verdwenen voor rechte wanden. Maar wie goed rondkijkt in zo’n oud huis, ziet vaak toch nog bewaarde historische onderdelen. Bij Timmermans thuis is dat bijvoorbeeld het sierlijke houtwerk langs de trap naar boven. Is zoiets bijzonder of typisch Fries? Ook hier biedt de enorme databank hulp.

,,Zulke trapbalusters zijn we al wel tweehonderd keer tegengekomen’’, zegt Timmermans. Ook een eeuw geleden bestond er namelijk al massaproductie: ,,Die stukken voor de trappen werden gedraaid in een fabriek.’’ Nu wordt goed duidelijk op wat voor schaal dit gebeurde.

Terugkerende versierselen

Ook in de achttiende eeuw zag je al versierselen die steeds weer terugkeerden, bijvoorbeeld de houtsnijbekroningen boven kasten, bedsteden en schoorsteenmantels. Die werden toen vaak gemaakt door een lokale ambachtsman, die tijdens zijn loopbaan in alle deftige herenhuizen in de omgeving wel eens langskwam en dan steeds een soortgelijk kunstje vertoonde.

Nu er vrachten foto’s worden gemaakt, vallen er per gebied ook meer overeenkomsten op. ,,Op het platteland zie je bijvoorbeeld nogal wat houtsnijwerk met koetjes en kalfjes, heel leuk. En in Makkum en Harlingen zie je dat bijna ieder oud huis is voorzien van tegels.’’ Geen toeval natuurlijk: daar zaten ook de tegelbakkerijen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct