Sietske Poepjes verdeelt vandaag 30 miljoen. Welke afslag neemt de Friese culturele sector?

Een foto van een voorstelling van Meeuw, een jeugdtheaterschool in Leeuwarden. FOTO LC/ARCHIEF Foto: Niels Westra

Cultuurgedeputeerde Sietske Poepjes verdeelt vandaag 30 miljoen euro onder musea, festivals en theatergezelschappen. Welke afslag neemt de cultuursector de komende vier jaar?

Vanochtend geeft Gedeputeerde Staten een klap op de lange lijst met daarop de musea, theatergezelschappen, festivalorganisaties en andere cultuurmakers, die de komende vier jaar verzekerd zijn van provinciale subsidie. De sector zit in spanning tot het einde van de middag, als gedeputeerde Sietske Poepjes (CDA, cultuur) de lijst deelt. Wordt het taart of crisisberaad?

Wat valt er te verdelen?

Poepjes werkt met twee potjes: één voor musea (4,2 miljoen euro per jaar) en één voor kunstinfrastructuur (3,4 miljoen euro per jaar). Omdat het om vier jaar gaat, hebben we het over 30 miljoen euro.

Tot en met dit jaar ging het museumgeld automatisch naar vier musea: het Fries Museum, het Landbouwmuseum, het Natuurmuseum en het Scheepvaartmuseum. Andere musea konden alleen aanspraak maken op eenmalige gelden. Poepjes noemde de regeling, die al twintig jaar liep, ‘fêstruske’ en stelde het geld beschikbaar voor alle in het Museumregister aangemelde musea, 41 in totaal.

Voor de kunstinfrastructuur bestond eigenlijk nog geen structurele subsidieregeling, zoals we die landelijk wel kennen. Theatergezelschappen en festivalorganisaties moesten het vooral doen met eenmalige subsidies uit steeds veranderende potjes. Poepjes heeft ze nu gebundeld en de toetsingskaders verzwaard. Twee adviescommissies bogen zich dit voorjaar over de aanvragen.

Krijgt bijvoorbeeld het Fries Museum nu minder geld?

Dat wordt een interessante. Vorig jaar kreeg het Fries Museum namelijk 3 miljoen euro, driekwart van het totaal. Het Natuurmuseum (700.000 euro), het Scheepvaartmuseum (300.000) en het Landbouwmuseum (200.000) verdeelden de rest. De vier worden door de provincie beschouwd als de belangrijkste om het ‘ferhaal fan Fryslân’ te vertellen. Het is de vraag of de adviescommissie dat ook zo ziet en welke vergoeding daar tegenover staat.

Lees ook | Alleen Fries geld naar cultuursector als rijk ook meebetaalt

Daarbij zijn er meer musea die de Friese geschiedenis etaleren, zoals bijvoorbeeld het Kazemattenmuseum in Kornwerderzand. Snoepen zij geld af van de ‘gevestigde vier’?

Friesland telt 125 musea, veelal klein en in de lucht gehouden door vrijwilligers en afhankelijk van donaties. Het nieuwe subsidiestelsel werpt de vraag op: hebben kleine musea in Friesland nog bestaansrecht? Telt de provincie niet te veel musea die allemaal het verhaal van de provincie willen delen? Is bundeling niet veel beter? De adviescommissie zal zich erover uitspreken.

En hoe zit dat dan met de kunstinfrastructuur. Wie komt er in aanmerking voor de miljoenen?

Iedere culturele organisatie. De provincie maakt geen onderscheid tussen grootte van organisaties of de uitingsvormen. Dat maakt het werk van de adviescommissie lastig. Er zal tijdens de aanvraagronde zijn overvraagd, zoals altijd. Dit betekent dat de commissie makers moet teleurstellen. Met hun oordeel geeft ze indirect dus ook richting aan het cultuurbeleid van de provincie.

Wat zijn eigenlijk de wensen van de provincie?

Met Leeuwarden-Friesland 2018 nog vers op het netvlies, wil de provincie niets liever dan op die sfeer voortborduren. In 2018 werd de provincie getoond aan de buitenwereld, werd het Friese verhaal gedeeld, kregen cultuurmakers zelfvertrouwen, kreeg jong talent een kans en veroverde vernieuwing een plekje in de culturele infrastructuur. Friesland moet het podium blijven waarop wordt verrast, vermaakt en vernieuwd. En: het moet vooral toegankelijk zijn voor een groot publiek.

Het woord ‘blockbuster’ valt dan direct. Het zijn grote publiekstrekkers, zoals tentoonstellingen of voorstellingen, die toeristen naar de provincie lokken en hier een tijdje houden, zodat ze ook op andere plekken hun geld uitgeven. Op het Provinsjehûs zijn ze er fan van. Het zet Friesland op de spreekwoordelijke kaart. Dat geldt ook voor Welcome to The Village . Het festival wordt gezien als paradepaardje van de Friese cultuur, voornamelijk om het internationale en vernieuwende karakter. Het festival kan dan ook provinciale steun tegemoetzien.

De provincie wil een ‘bloeiend en energiek artistiek klimaat’. Kwaliteit gaat daarbij boven kwantiteit. Minder culturele organisaties zouden zomaar eens meer kunnen krijgen, in plaats van andersom.