Schrijfster Aggie van der Meer (92) vanuit zorgcentrum | 'Ik noegje net ien út'

Aggie van der Meer. FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Schrijfster Aggie van der Meer (92) zit de coronacrisis uit in haar kamer in het Bolswarder woonzorgcentrum It Menniste Skil. Ze probeert er zinvolle dagen van te maken. ,,Ik bin goed sûn en net gau wurch. Sa lang as der kranten komme, rêd ik it wol. En it jout my ek tiid om nei te tinken, oer takomst en ferline.’’ De komende tijd bericht ze dagelijks over haar belevenissen. Vandaag: ,,Ik noegje net ien út.’’

Vandaag, op een dag waarvan ik had verwacht hem moederziel alleen tot een bevredigend eind te moeten brengen, overkwamen mij toch nog drie verrassingen die voor dat goede eind zorgden.

Eerst was er een vriendin: ,,Kin ik dy opfleure mei in sean aai?’’ ,,Altyd goed.’’ Vervolgens een van de gastvrouwen: ,,In pantsje mei fjouwer poffertsjes, is dat wat?’’ – ,,Hoe ha jo it betocht? Hearlik.’’ En net voor middernacht een telefoontje van een van mijn zoons, die wel bezorgd was. ,,Mar nee, hear. Net al te slim.” Mooi.

Vandaag dus de tweede dag van drie weken in ‘een land op slot’. Benieuwd wat die te bieden heeft van waar we hier in het Menniste Skil bang voor zijn, waar op hopen en – reken maar – helemaal niet blij mee zullen zijn.

De dag begint met een mail: een vriend die mij aanraadt hem vooral te vertellen wat ik kwijt wil. ,,Net twifelje.’’ ,,Bist in bêste.’’

Ik haal koffie, kijk naar de wilde perenbomen voor de ramen. Nog even en ze bloeien. De paar mensen die op het Skilwyk voorbijlopen zullen, als ze met al hun zorgen naar boven kijken, misschien wel blij zijn. Maar alleen de mezen en een handvol bewoners van het Skil en de stad weten dat er na de bloei geen vruchten komen. Zo biedt de stad de Bolswarder klagers hun verlangde schone stoep. Dat kan dus, dat soort bomen. Ja hoor, er kan heel veel.

,,Kin ik op besite komme?’’, vraagt een andere zoon. ,,Noch wol. Mar allinnich tusken 10 en 12 oere en tusken 14 en 16 oere. Ik noegje net ien út, minsken moatte it sels witte, mar elk is fansels wolkom by my en by alle oare bewenners. Earst even belje is goochem, moarn kin it al wer oars weze.’’