Schoolbestuurders dubben over '1.5-meteronderwijs'. Hoe regel je leerlingenvervoer? Wie geef je voorrang? 'Op papier is het mooi bedacht'

De uitvoerbaarheid van het ‘1.5-meteronderwijs’ en het leerlingenvervoer leidt tot grote twijfels bij schoolbestuurders. ,,Hoe ga je dat doen?’’

Wiebe Wieling heeft er een onbestemd gevoel over. De voorzitter van het college van bestuur van OVO Fryslân-Noord met dertien scholen van Piter Jelles en Simon Vestdijk zegt over de nieuwe fase waarin de scholen heropend worden: ,,Je wilt iets bedenken waarvan je het idee hebt dat het uitvoerbaar is. Daar heb ik nu twijfels over. Dit is een bijna niet te realiseren opgave.’’

Scholen moeten in hun gebouwen de nieuwe ‘anderhalvemetersamenleving’ hanteren. Wieling: ,,Dat betekent bij ons dat er maar tien tot twaalf leerlingen in een lokaal kunnen. Dat is een derde tot een kwart van alle leerlingen.’’ Leerlingen die ,,het meest gebaat zijn bij fysiek contact’’ komen als eerste in aanmerkingen voor onderwijs in een lokaal. ,,En dat vullen we dan aan met de rest, die we gaan rouleren.’’ De lessen zullen worden gestreamd, stelt Wieling, en leerlingen die ze thuis volgen krijgen met een audioverbinding de mogelijkheid om contact te maken met de docent tijdens de les. ,,Dat is het meest optimale wat we kunnen doen. Maar iedereen moet de kans hebben op fysiek contact.’’

Voorrang voor bovenbouw

Bij CVO Noord Fryslân (Comenius en gymnasium Beyers Naudé in Leeuwarden, Ulbe van Houten in Sint-Annaparochie) zal een soortgelijke oplossing gehanteerd worden. Leerlingen die praktijkonderwijs volgen en in het voorexamenjaar zitten krijgen voorrang, zegt Joost Visser van CVO Noord Fryslân. ,,Zo kunnen we wel wat prioriteit geven, maar we zullen met name juni goed gebruiken om te leren wat wel en niet werkt.’’

‘Op papier is het mooi bedacht’

Over het leerlingenvervoer hebben beide schoolbestuurders nog veel vragen. Het rijk stelt dat scholen iets moeten bedenken voor leerlingen die verder dan 8 kilometer van school wonen. Beide scholenkoepels inventariseren nu om hoeveel leerlingen dat gaat, en melden dat aan vervoerder Arriva. ,,Dat zijn enorme lijsten’’, zegt Wieling. Op sommige van zijn scholen, zoals in Dokkum en Kollum, zijn nauwelijks leerlingen die verder dan 8 kilometer wonen. Maar voor het Leeuwarder Lyceum gaat het volgens Wieling wel om honderden leerlingen. ,,Ik kan me nauwelijks voorstellen dat je dat goed kunt regelen. Op papier is het mooi bedacht, maar ik heb er veel zorgen over. Dit wordt een landelijk probleem.’’

De nieuwe fase wordt al snel weer onderbroken; binnen een paar weken staat de zomervakantie voor de deur. Kunnen alle docenten fatsoenlijk met vakantie? Wieling: ,,Absoluut. Als je ziet hoe hard iedereen gewerkt heeft, dan hebben ze allemaal recht op een goede zomervakantie.’’