Schipper mastbreuk-klipper Amicitia vrijgesproken van dood door schuld

De eigenaar en schipper van mastbreuk-klipper Amicitia is vrijdag door de rechtbank van Leeuwarden vrijgesproken van dood door schuld.

De 54-jarige man uit Stiens hoorde twee weken geleden een voorwaardelijke celstraf van drie maanden en een werkstraf van 200 uur tegen hem worden geëist. Het Openbaar Ministerie (OM) vond dat de eigenaar van tweemastklipper Amicitia (1889), dat commercieel werd geëxploiteerd, schuldig was aan het dodelijk ongeval.

De rechter gaat daar niet in mee. Volgens de rechtbank waren er geen signalen die bij de verdachte hadden moeten leiden tot bijzondere alertheid. Hoewel de schipper zich beter had kunnen laten informeren over de staat van onderhoud en hij reparaties niet meldde bij keuringsinstanties, is dat niet voldoende om hem te veroordelen voor dood door schuld, aldus de rechtbank.

Ook als hij beide wel had gedaan, had dit volgens de rechtbank niet gemaakt dat de aantasting van het hout achter de gaffelplaat tijdig was onderkend.

Drie Duitse toeristen dodelijk geraakt

Op een augustusdag in 2016 brak de voorste mast van tweemastklipper Amicitia vlak voor de haven van Harlingen af. De mast kletterde op het dek en raakte die Duistse toeristen dodelijk. Uit onderzoek van Duitse en Nederlandse onderzoeksautoriteiten bleek dat houtrot de oorzaak van de breuk was. Door windscheuren was er vocht in de mast gekomen, op de plaats waar de gaffelplaat zit.

Het OM verweet de schipper ernstige nalatigheid. Volgens de eigenaar waren er in de branche geen richtlijnen voor onderhoudsplannen, zo zei hij in de rechtbank in Leeuwarden. Onderhoud liet hij desondanks wel regelmatig verrichten. Zo lag het schip van 24 meter in 2015 drie maanden op een scheepswerf. Een onderhoudsman had toen de masten nog geschuurd en gelakt.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement