Kees Koudstaal voor het vroegere Kiehool in Burgum, decennia lang zijn werkplek.

Ruimte geven aan jongeren: 'Mensen kunnen heel veel zelf, alleen, daar moeten ze even bij geholpen worden'

Kees Koudstaal voor het vroegere Kiehool in Burgum, decennia lang zijn werkplek. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Na 36 jaar neemt Kees Koudstaal afscheid als sociaal-cultureel werker te Burgum. Werken met jongeren, ouderen, beperkten: er is veel veranderd in al die jaren.

Na acht jaar jongerenwerk in Amsterdam hadden Kees en echtgenote Ym Koudstaal het wel gehad in de grote stad. Enigszins tot zijn verbazing werd hij aangenomen in Burgum, al was Friestaligheid een functie-eis. Fries spreken lukt hem 36 jaar later nog altijd niet, maar verstaan natuurlijk wel. ,,Ik merk wel eens dat ik af en toe in het Fries denk.”

Het jaar was 1984 – een heel andere tijd. Kiehool werd zijn werkplek, jongerencentrum en buurthuis gevestigd in een toen pas verbouwde boerderij. Jongerenwerk stond voorop, daarnaast was er kinderwerk. ,,De rest was nog niet zo ver ontwikkeld. Pas in de loop van de tijd is dat uitgebreid, naar mensen met een verstandelijke beperking. Het echte ouderenwerk viel onder een andere stichting, dat hebben we pas vijf jaar geleden overgenomen.”

Metal

Koudstaal heeft zich sterk gemaakt voor vooral de integratie van mensen met een beperking. Meedoen, zeker voor dat soort mensen, ,,dat is belangrijk. Neem nou de coronatijd: we waren voor iedereen dicht, behalve voor die groep.”

Dat gebeurt inmiddels op Glinstra State, het nieuwe honk. Het oude Kiehool-pand herbergt nu een uitvaartcentrum. ,Je kent het niet meer terug”, grinnikt Koudstaal, ,,alleen het podium, met die afgesleten vloer, hebben ze laten zitten.”

Toepasselijk, gezien het grote aantal metalbands die op diezelfde planken zongen over dood en verderf. Metal was jarenlang het dominante genre bij de jongeren in Kiehool. Toen kwam het idee om eens iets met muziek buiten te organiseren. Dat werd, in 1988, Wâldrock – de eerste drie jaar nog met een brede programmering. ,,Alles was binnen de kortste keren geregeld. Bands ook, dat ging heel gemakkelijk. Even bellen en klaar.”

De voorzieningen waren die eerste jaren nogal primitief. Toiletten?. ,,Een houten kast, met zo’n hartje in de deur. Maar die konden we niet aansluiten. Het was behelpen.” Verlichting op het terrein, voor als het donker werd? Oeps, niet aan gedacht. Maar het lukte. Het nieuwe festival trok zo’n 1500 bezoekers, maar groei zat er niet in. Tot men in 1991 de stap maakte naar metalfestival. ,,Meteen 3500 bezoekers.”

Dat werden er uiteindelijk 12.500, in het jaar dat Iron Maiden de hoofdact was (2003). Groter moest niet, ,,het was en bleef een vrijwilligersfestival, en die moesten niet in de stress lopen.” Er is sprake geweest van Metallica, de grootste metalband ter wereld, in het jaar dat men een verhuizing naar het vliegveld van Drachten overwoog. ,,Maar dan zou het te groot worden, niet meer hanteerbaar. En we moesten het festival helemaal uit handen geven aan festivalorganisator Mojo.”

Organisatie door jongeren

Koudstaal was voorzitter van de stichting, die inmiddels was losgekoppeld van Kiehool. Maar de ene klus lag wel in het verlengde van de andere, ,,het paste naadloos in het verhaal van Kiehool. Ruimte geven aan jongeren om dingen te organiseren.”

Daar had hij een trucje voor. ,,Je moest zo min mogelijk zichtbaar zijn. Want als ze me zagen, vroegen ze me hoe dit of dat moest. Zagen ze me niet, dan vonden ze het zelf wel uit. Mensen kunnen heel veel zelf, alleen, daar moeten ze even bij geholpen worden.”

Dat heeft zeker vruchten afgeworpen. Menige vroegere Wâldrock-vrijwilliger is doorgestroomd in ‘het wereldje’: Immie Jonkman, Willem de Vries van Omrop Fryslân, festivalmannen Wiebe Kootstra (Leeuwardens nieuwe evenementencoördinator) en Johan Koster, meestertatoeëerder Rinto Bekkema, die daar in Kiehool mee begon. En Koudstaals eigen zoon Jens die als kleuter al bij Wâldrock rondstapte, later in het bestuur kwam en nu druk is met zijn evenementenbedrijfje. Koudstaal helpt hem daar graag bij en gaat daar na zijn pensioen zeker mee door.

Wâldrock hield wel op: versplintering, duurdere bands, minder bezoekers, minder reserves, meer festivals elders. Koudstaals werk ging door, maar veranderde wel.

'Ze komen wel, leuk, maar voor de rest hebben ze er niet vreselijk veel binding mee'

,,Jongeren zijn op een andere manier met muziek bezig. En met andere muziek. Ja, jongeren zelf zijn ook veranderd. Ze komen allemaal in kleine groepjes, tussen de 5 en 10 personen. Ze komen uit verschillende hoeken, zijn met verschillende dingen bezig. Totaal anders dan hoe het was. En er zijn er maar weinig die een stukje verantwoordelijkheid op willen pakken. Ze komen wel, leuk, maar voor de rest hebben ze er niet vreselijk veel binding mee.”

Dat komt, denkt Koudstaal, ,,omdat ze overal weggestuurd worden. Ze worden vaak gestigmatiseerd als overlastgevers, dus moeten ze weer weg. Ze binden zich niet meer aan plekken. En ze hebben ook niet de vraag om wat te doen. Het is puur: rondhangen, wat kletsen.” En toch blijft er plek voor jongerenwerk. ,,Ze komen niet naar ons toe, wij komen naar hun toe. En als er spannende dingen zijn, komen ze toch wel bij je.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct