De belevingswereld tussen rijk en regio ligt zo ver uit elkaar dat de samenwerking tussen de overheden op het spel staat, oordeelt een adviesorgaan van de regering. Het rijk moet haar relatie met de regio verbeteren.

‘Je gaat erover - of niet.’ Het is de gedachte en werkwijze in de beleidstorens van Den Haag. Hoe hard het kabinet ook roept graag samen te werken met lagere overheden, de praktijk blijkt weerbarstig, oordeelt de Raad van het Openbaar Bestuur (ROB). Het onafhankelijke adviesorgaan van de regering en het parlement presenteert vandaag het rapport ‘Rol nemen, ruimte geven’ over bestuurlijke samenwerking tussen rijk en regio.

Op de relatie tussen rijk en regio zit spanning, ziet de Raad. Belangrijke observatie: in Den Haag zijn ministers en ambtenaren te veel bezig met zichzelf, elkaar, de Tweede Kamer en de media en te weinig met de samenwerking met decentrale overheden.

Ook is er sprake van ,,te weinig inhoudelijke kennis’’ in Den Haag over wat er speelt in de regio en soms ,,te weinig blijk van intrinsieke belangstelling voor de zorgen en noden’’ van de regio’s, schrijft de ROB. Het orgaan ziet dat het op punten ontbreekt aan ,,inzicht in en begrip voor’’ regionale problemen.

Decentrale overheden storen zich aan de houding van ministeries. Hoe verder ze van Den Haag liggen, hoe minder urgentie er in hun problemen worden gezien. Regionale plannen worden ,,door het rijk lang niet altijd gezien als activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van Nederland als geheel’’, verwoordt het ROB het standpunt van gemeenten en provincies.

Lagere overheden noemen die houding ,,hardnekkig’’ en die ,,weerspiegelt zich in de mate waarin regionale plannen in Den Haag als legitiem worden beschouwd’’.

Wie is waar verantwoordelijk voor?

De ROB analyseerde op verzoek van minister Ollongren (D66, Binnenlandse Zaken) bestuurlijke samenwerkingen van de afgelopen regeerperiode. Er werd gekeken naar hoe het rijk en de gemeenten en provincies zich tot elkaar verhouden bij het verdelen van geld en verantwoordelijkheid. In Fryslân werd gekeken naar onder meer het project Holwerd aan Zee, waar het rijk aan meebetaalt.

Zitten de overheden aan een tafel, dan heerst de onduidelijkheid. Wie is waar verantwoordelijk voor? Van een gelijkwaardige samenwerking is niet altijd sprake, ziet de Raad. Dat er vaak ook nog eens meerdere ministeries moeten meebeslissen over een regionaal thema, maakt dat een samenwerking soms stroperig verloopt. Uit het rapport: ,,De verkokerde werkwijze van de verschillende departementen is meer dan ooit een probleem van hoge urgentie’’.

Caspar van den Berg, hoogleraar Bestuurskunde aan de Campus Fryslân van de RUG en ROB-lid, noemt deze schotten een ,,groot knelpunt’’ naar een goede samenwerking.

De Raad voor het Openbaar bestuur wil dat de zogeheten interbestuurlijke samenwerking een plekje krijgt in het nieuwe regeerakkoord. Het rijk moet daarin beter uitwerken wat het zelf onder een ‘gelijkwaardig partnerschap’ wil verstaan. Van den Berg: ,,Gemeenten en provincies voelen zich beperkt in hun vrijheid. Het rijk moet nu durven loslaten en de regie soms aan andere overheden overlaten. Het is aan het rijk om de relatie met de regio de komende jaren te verbeteren.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct