Tjerk Kunst speurt de zandplaten voor de kust af, op zoek naar reuzensterns. FOTO SIMON BLEEKER

Reuzensterns in het vizier

Tjerk Kunst speurt de zandplaten voor de kust af, op zoek naar reuzensterns. FOTO SIMON BLEEKER

Vogelonderzoekers staan op strategische plekken langs de IJsselmeerkust te turen door hun telescopen. Om bijzondere gasten te tellen: de reuzensterns.

,,Ik hear se al.’’ Tjerk Kunst loopt nog op het schelpenpaadje naar de uitkijkheuvel nabij de Workumerwaard als al duidelijk wordt dat het een succesvolle avond wordt. Hij hoort de reuzensterns: ,,It liket op it lûd fan in kreakjende doar.’’ Niet een mooi geluid, vindt hij. De vogel die het produceert is daarentegen prachtig. De grootste stern ter wereld, familie van het veel kleinere visdiefje, heeft lange zwarte poten en een grote rode snavel.

Er is iets speciaals aan deze vogel. Een deel van de populatie, zo’n tweeduizend paartjes, broedt rond de Oostzee en overwintert in West-Afrika. Onderweg daar naartoe, als de jongen groot zijn, kiest een klein deel voor een trekroute door Nederland. Een dikke honderd, vertelt Kunst. De rest zoekt zijn weg elders over het Europese continent.

Het is vaste prik. Eind juni komen de eerste reuzensterns naar hier, met een climax in de laatste weken van augustus. Half september maken ze zich op voor het tweede deel van hun reis. In de piekperiode houden onderzoekers bij hoeveel het er zijn. Gecoördineerd door instituut Sovon staan op drie achtereenvolgende vrijdagavonden de vogelaars een uur voor zonsondergang klaar om te zien hoeveel exemplaren naar de collectieve slaapplaatsen gaan.

Vrijdag was het voor deze zomer de laatste keer. De omstandigheden zaten mee. Het waaide nauwelijks, de temperatuur was aangenaam en de zon verdween als een grote rode bol achter de horizon.

Turend door zijn telescoop houdt Kunst zich even stil. ,,Der sitte al 35’’, zegt hij dan. Hij wijst op een bocht in de stenen dam die de recreatiezone van het Soal van de natuur van de Workumerwaard scheidt. Daar zit die groep reuzensterns.

Uit ervaring weet Kunst waar hij moet zoeken. De sterns zoeken de platen op waar zo’n 5 centimeter water staat. Ze krijgen natte poten, maar houden het lichaam droog. Bovendien staan ze graag een eindje uit de kust. Met ruim zicht en op afstand van de gevaren die van de wal kunnen komen.

Tijdens het tellen belt Jan Kramer. Hij staat een eind verderop, aan de noordkant van de Workumerwaard, en geeft door dat hij al op 21 zit. De mannen houden contact om te voorkomen dat ze vogels dubbel tellen. Want er zit altijd beweging in de groep zomergasten. Zo neemt bij Kunst de groep tot 39 toe. Even later ontwaart hij een eindje verderop ook een stuk of vier, maar die blijken weggevlogen te zijn van de grote club. Ze gaan nog even visjes vangen, om met een volle maag te kunnen gaan slapen.

Voor Kunst, werkzaam bij It Fryske Gea, is het een geslaagde avond. Het uiteindelijke resultaat van alleen zijn telling is een kleine veertig reuzensterns. Daarmee bewijst het IJsselmeer zijn waarde als vogelgebied. Reuzensterns komen in de zomermaanden ook wel voor in Zeeland en het Lauwersmeer, maar nergens zijn het er zoveel als hier. Kunst is er trots op. Dat juist de Friese IJsselmeerkust, waar zijn baas het voor het zeggen heeft, zo belangrijk is voor de vogels.

Daarbij gaat het niet alleen om de reuzensterns: ,,Dy binne aanst wer fuort.’’ Maar dan komen er andere soorten. Nu al zitten er honderden eenden te ruien, straks komen er tienduizenden ganzen, gevolgd door grote groepen steltlopers die hier rust en voedsel zoeken.

En dan zijn er ook nog al die rietbewoners die hun plek vinden in de Workumerwaard. ,,Hear ris’’. Kunst steekt zijn vinger omhoog. ,,In wetterral.’’ Bijvangst van de telling als toetje. De zon is onder, de reuzensterns gaan slapen, Tjerk Kunst kan naar huis.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct