Proef met zomerplasdras voor hongerende weidevogelkuikens

Weidevogelcoördinator Henk Oud (links) en boer Jan-Eel Meindertsma laten de trekkerpomp draaien in de Wynserpolder. Foto Marcel van Kammen

Om jonge grutto’s op gewicht te krijgen voor de trek naar het zuiden, maakt de vereniging Noardlike Fryske Wâlden bij Oentsjerk twee zomerplasdrasgebieden.

Het is een experiment, zegt gebiedscoördinator Henk Oud. Sinds gisteren draait een pomp in de Wynserpolder op land van Staatsbosbeheer in beheer bij Jan-Eel Meindertsma.

Binnenkort wordt bij de eerdere praktijkschool een tweede perceel onder water gezet. De provincie trekt de portemonnee voor de proef. Vrijwilligers houden bij hoe weidevogels reageren op de nattigheid.

‘Bonkehurd’

Dat de dieren er dolblij mee zullen zijn, daaraan twijfelt Oud niet. Door de aanhoudende droogte is het voedsel schaars. ,,De grûn is bonkehurd en alle boaiemlibben sit djip. Yn de boppeste laach fan de boaiem kin wol oardel ton wjirms de hektare sitte. We sille sjen dat we dy omheech jeie kinne.’’

De Noardlike Fryske Wâlden werd getriggerd door onderzoeker Egbert van der Velde van de Rijksuniversiteit Groningen. Die presenteerde onlangs de weerslag van acht jaar grutto-onderzoek in Zuidwest-Friesland. De wrange conclusie: zelfs in de beste gebieden haalt nog geen 10 procent van de kuikens zijn eerste verjaardag. Door voedselgebrek zijn ze te licht en te laat op gewicht voor de trek.

Vet op de botten

Juist in juni, als vliegvlugge kuikens vet op de botten moeten krijgen, stoppen veel beheersmaatregelen en breekt het maaiseizoen aan. Dan kan een zomerplasdras wellicht iets betekenen, hoopt Oud. ,,De bedoeling is dat we dizze fûgels noch in skoftke in goede biotoop biede. We wolle se hjir graach hâlde.’’

Bij Oentsjerk wordt het water op grasland gepompt waar de eerste snede gras al van af is gehaald. Het water kan twee tot acht weken blijven staan. Boeren kunnen er een vergoeding voor krijgen. Deze maatregel was al onderdeel van het stelsel van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, maar werd tot nu toe in de Noardlike Fryske Wâlden nooit toegepast.