Truus en Gerrit van der Meer verloren bij de crash van MH-17 drie van hun kleinkinderen.

Proces MH17 is geen afsluiter van een hoofdstuk: 'Hier kan nooit een streep onder'

Truus en Gerrit van der Meer verloren bij de crash van MH-17 drie van hun kleinkinderen. Foto: Jilmer Postma

Deze week begon het proces rond MH17, de rampvlucht die drie kleindochters van Truus en Gerrit van der Meer uit Drachten het leven kostte. ,,Dit is noait echt klear.’’

Het was grauw en koud in Den Haag.

Het motregende over het plantsoen tegenover de Russische ambassade, waar Truus en Gerrit van der Meer zondag met andere nabestaanden van de MH17-ramp 298 witte stoeltjes openklapten.

Gestructureerde rijen, twee-zes-twee, precies de opstelling waarin de passagiers zaten toen hun toestel op 17 juli 2014 uit de lucht werd geschoten.

En terwijl ze daar zo bezig waren, zwijgend, en ze het tafereel van die lege zitjes tussen de prille krokussen overzagen, overviel hen een gek soort warmte. ,,It fielde as wiene de famkes eefkes hiel tichtby.’’

De famkes.

Sophie, Fleur en Bente.

Drie van hun pake- en beppesizzers, dochters van hun zoon Peter.

Vrolijke meiden met paardenstaarten, twaalf, tien en zeven jaar oud, die in die zomer van 2014 met hun moeder Ingrid, Peters ex-vrouw, op weg waren naar een vakantieoord op Bali, toen alles, álles ineens stil werd.

Deze week begon in de zwaarbeveiligde Schiphol-bunker het proces tegen vier MH17-verdachten, drie Russen en een Oekraïner. Truus en Gerrit van der Meer wilden graag bij het stille stoeltjesprotest aan de vooravond hiervan zijn. Om een punt te maken.

Zij: ,,Omdat wy fine dat de wierheid boppe wetter komme moat. Foar de famkes. En omdat wy wolle dat de minsken dy’t harren fermoarde ha - want sa neam ik it – straft wurde.’’

Toch is ze niet boos, vertelt ze thuis in Drachten. Nou ja, de woede ís er wel, diep van binnen, maar ze laat die gevoelens niet bezit van haar nemen.

,,Dêr ha jo neat oan. Dan bliuwe jo der yn hingjen. En de famkes krije wy der net mei werom. Noait wer.’’

Het waren belangrijke, maar rare dagen, begin deze week. Maandag zaten Truus en Gerrit – die vanwege een recente operatie niet aan het interview kan deelnemen – de hele dag voor de televisie om het proces te volgen.

De live-uitzending maakte indruk – zeker het moment waarop een van de officieren van justitie de namen van alle slachtoffers voorlas. ,,Mûskestil, wie it.’’

In het item dat de NOS er aan het eind van die emotioneel uitputtende middag aan wijdde, kwamen uitgerekend de namen van Sophie, Fleur en Bente voorbij. ,,Dat kaam hiel bot binnen.’’

De ramp is nu ruim vijfenhalf jaar geleden. Vijfenhalf jaar lang dat gemis. Er gaat geen dag voorbij dat de Drachtster grootouders níet aan de meiden denken. Of in gedachten een woordje met ze wisselen, als ze voor hun foto’s aan de muur staan. Stoere, knappe meiden op een zeilboot – en de vraag: hoe zouden ze er nu hebben uitgezien?

Er is ook geen dag dat ze geen zorg hebben over hun zoon Peter, die ook door moet, met horten en stoten, maar het gáát. ,,Hy docht it hiel knap.’’

Nog ieder jaar vieren ze de verjaardagen van de zusjes. Eerst naar de begraafplaats en dan naar Peters huis in Bussum. Die nodigt dan steevast ook de vriendinnen van de meiden uit en altijd wordt het écht feestelijk en gezellig.

Maar tegelijkertijd zo confronterend.

Afgelopen najaar zou Sophie achttien zijn geworden. Truus van der Meer zag Sophies vriendinnen van toen binnendruppelen; geen kinderen meer, maar jongedames intussen, met vriendjes, studieplannen, toekomstdromen en grote verhalen. Dat deed zeer: ,,Wy sille dat mei uzes net meimeitsje.’’

Het valt haar nog steeds zwaar om het ritme van voor die afschuwelijke julidag in 2014 op te pakken. Soms komt haar niets uit handen. Vervliegt alle energie. Lijkt alles onbelangrijk.

,,Dan sil ik it hûs himmelje, mar bin ik der nei in lyts stikje alwer klear mei. Apart dat soks nei hast seis jier nóch net oer giet.’’

En toch gaat het goed met ze, durft Truus van der Meer te stellen.

,,It behearsket ús libben net mear. Wy genietsje wer fan dingen, fan ús oare pake- en beppesizzers yn it foarste plak.’’

Ze kunnen er goed over praten. Bij elk familiefeestje gaan de meiden nog even over de tong, zonder dat het meteen zwaar en beladen wordt. Laatst ook, toen een kleinzoon van Truus en Gerrit zestien werd. Door ze te noemen waren Sophie, Fleur en Bente er toch een beetje bij. ,,Mar dêrnei is it ek klear. It is dy jonge syn jierdei, ommers.’’

Laatst vroeg iemand Truus van der Meer of het proces tegen de vier verdachten, dat later deze maand wordt hervat, ook belangrijk is om het hoofdstuk te kunnen afsluiten.

Onmogelijk, is ze resoluut.

,,Hjir kin noait in streep ûnder. Dit is noait echt klear. Dit kinne wy noait ferjitte. Us Peter sei: ‘Als dat gebeurt, dan gaan ze nóg een keer dood’. En sa is it.’’

home
net-binnen
menu