Hhoogleraar pedagogiek Micha de Winter bij zijn boot in Terherne.

Pedagoog Micha de Winter: 'Jongeren zijn ondergesneeuwd geraakt in deze crisis'

Hhoogleraar pedagogiek Micha de Winter bij zijn boot in Terherne. Foto: Niels de Vries

Het coronavirus is overal. De economie stort in, oude zekerheden zijn verdwenen. Wat doet dit met ons? Pedagoog Micha de Winter, emeritus hoogleraar maatschappelijke opvoedingsvraagstukken, adviseert de overheid over de sociale impact die de corona-maatregelen hebben op kinderen en jongeren. De jeugd raakt ondergesneeuwd, terwijl het om het vormgeven van hún toekomst gaat.

Eens in de week verschijnt opa De Winter voor FaceTime om zijn drie kleinkinderen college te geven in het kader van de door hun bedachte Corona-universiteit. De afstand tussen Groenekan (Utrecht), waar de gepensioneerde hoogleraar pedagogiek woont, en Leeuwarden voelt dan even heel klein. Dan beantwoordt opa, voor de gelegenheid met een deftig hoedje op, moeilijke vragen die de kinderen zelf hebben bedacht. Zoals: hoe hoog kan een boom groeien en hoe ziet de wereld er over een miljoen jaar uit? Of: heeft het universum een einde? ,,Ik heb ze ook al leren hypnotiseren, heb ze over The Beatles verteld en zo meteen, na dit interview, onthul ik hoe cement wordt gemaakt.’’

Zijn kleinkinderen, en eigenlijk alle kinderen en jongeren, vormen de steunpilaren waarop het leven van Micha de Winter, emeritus hoogleraar maatschappelijke opvoedingsvraagstukken, rust. ,,Hun onbevangenheid, energie, creativiteit, hun positieve blik op de wereld, hoe dwars ze kunnen denken en hoe concreet ze vaak zijn. Hoe somber je de dingen ook inziet, dat zijn toch echt de dingen die mij gaande houden, die mij steunen en inspireren.’’

De Winter pleit zijn hele academische leven lang (en ook nu nog, na zijn pensionering) voor een positieve benadering van het kind – hij noemt het ‘de pedagogiek van de hoop’. De laatste decennia zijn we kinderen steeds meer als kwetsbare wezens gaan zien. Kinderen moet je hoeden en behoeden voor de wereld, met prestatiedrang op school en allerhande hokjesdenken tot gevolg. Maar kinderen willen helemaal niet als ‘kwetsbare wezens’ gezien en behandeld worden, stelt De Winter. Ze willen als sterke wezens worden beschouwd.

Dat deze tijd een grote wissel op jonge levens trekt, staat wat De Winter (koninklijk onderscheiden als ‘uitzonderlijk pedagoog’, lid van de Raad voorheen Jeugdbeleid en de Raad voor Maatschappelijke ontwikkelingen) betreft buiten kijf. Door de corona-maatregelen valt de zo belangrijke, beschermende schil rond het gezin weg. De thuisisolatie heeft een grote impact op iedereen, maar misschien nog wel het meest op jongeren.

Opvoeden is geen zaak van alleen de ouders, stelt De Winter. Juist niet, Er is een sociale omgeving bij nodig, een netwerk dat zich rondom het gezin bevindt. Vaak citeert hij het gezegde: It takes a village to raise a child . Ofwel, je hebt een bredere sociale groep, een kleine gemeenschap, nodig om een kind op te voeden. En die valt nu, in tijden van thuisisolatie, weg. Dat baart De Winter grote zorgen. Daarom adviseert hij de overheid over de sociale impact die de corona-maatregelen op kinderen en jongeren hebben.

Waarover gaat u adviseren?

,,Het lijkt al wekenlang alleen maar over het virus te gaan. Over medische kwesties en over de economie. Maar het besef lijkt te groeien dat er ook sprake is van een enorme impact op het sociale leven. We moeten daarover gaan nadenken: hoe gaan we daarmee om, met de sociale en maatschappelijke impact van alle maatregelen?’’

,,Kijk, het kenmerk van opgroeien, is dat je de wereld gaat ontdekken, in steeds groter wordende kringen beweeg je je rondom het ouderlijk huis, je gaat steeds verder weg. Door de corona-maatregelen is alles, ook dat ontdekken wat jeugd moet doen, tot stilstand gekomen. Dat houden ze niet onbeperkt vol.’’

De Winter lacht even. ,,Maar jongeren zijn vindingrijk, vergis je niet. Misschien denken mensen nu: waar zijn al die pubers ineens gebleven? Nou, die hebben een eigen vluchtweg bedacht. De core business van pubers is sociale interactie. Daarvoor begeven ze zich nu massaal op internet. Ze zijn de hele dag online, niet alleen voor hun schoolwerk, maar ook om te chatten, dat loopt allemaal door elkaar heen, het een vloeit in het ander over. Wat dat betreft komt hun leven niet echt tot stilstand. Dat kan ook niet. Daar hebben jongeren veel te veel energie voor.’’

Kijken we te eenzijdig naar economische en medische belangen?

,,Nou ja, door de maatregelen is de beschermende schil om jongeren heen helemaal weg. Er is geen of minder contact met sportcoaches, grootouders, leraren. De mensen die normaal gesproken een oogje in het zeil houden, zijn er nu niet. Dat baart me grote zorgen. Veel uitlaatkleppen zijn weggevallen. Ik weet dat de lijnen bij de Kindertelefoon drukbezet zijn. Jongeren lopen met allerlei zorgen rond en barsten van de vragen. En dan zijn er nog de meest kwetsbare jongeren, in de achterstandswijken. Zij zijn het meest afhankelijk van publieke voorzieningen en zijn in die zin het grootste slachtoffer van deze lock down . We hebben het nu al over onvindbare jongeren, over onzichtbare jongeren. We krijgen geen contact met ze. We weten niet hoe het met ze gaat.’’

Hoe reageren kinderen doorgaans op deze pandemie?

,,Je ziet dat kinderen heel verschillend op deze spannende situatie reageren. Sommigen zijn heel bezorgd en bang dat opa en oma besmet raken. Anderen worden obstinaat, omdat ze hun vriendjes niet mogen zien. Dat zijn allemaal normale reacties overigens.’’

Wat moet er gebeuren om die jongeren te bereiken? Hoe kan je ze weer bij de maatschappij betrekken?

,,Wat je steeds van opvoedingsadviseurs hoort, is: práát met je kind over corona. Praat over hun angsten en zorgen. Maar dat is onvoldoende. Te algemeen ook. Ik vind dat we met kinderen niet alleen over hun gevoelens moeten praten en over gedragsregels. We moeten ze ook perspectief geven.’’

Welk perspectief ontbreekt er dan? Niemand weet toch nog waar dit allemaal naartoe gaat?

,,Klopt. Maar het is echt belangrijk dat we jongeren duidelijk maken dat het om hún wereld gaat, om hún toekomst. We praten nu niet of nauwelijks mét jongeren over wat deze crisis voor hún leven betekent. In zekere zin sluiten we ze uit.’’

,,We moeten samen met de jongste generatie over belangrijke dingen nadenken. Waar komt dit virus vandaan? Welke conclusies kunnen we daaraan verbinden? Niemand wil dat zo’n periodieke lock down een blijvend onderdeel van het leven wordt. Daar hebben kinderen zelf ook wat over te zeggen. En dat kunnen ze heel goed. Moeten we onze manier van leven misschien veranderen? Zitten we te dicht bij elkaar in de klas? Moeten we nog wel doorgaan met de hele wereld over vliegen? Zouden we minder vlees moeten eten en op een andere manier met dieren moeten omgaan?’’

loading

Kunnen we bezorgde of angstige kinderen troosten door ze dit ‘recht van spreken’ te geven?

,,Jazeker! Je biedt kinderen houvast door ze in te laten zien dat ze zèlf dingen kunnen doen, dat ze samen met ons, volwassenen, dingen kunnen veranderen. Als we er samen hard aan werken, kunnen we met elkaar de wereld vormgeven.’’

,,Het heeft in ieder geval geen zin om ze negeren, zoals nu veel gebeurt, of door tegen kinderen te zeggen: ‘Het komt allemaal wel goed’. Daar hebben ze niets aan! Dat is vals optimisme. Daag ze uit om mee te denken!’’

Het omgekeerde lijkt nu het geval te zijn.

,,Haha, ja, nou en of. Rutte en Van Dissel staan voortdurend op de kansel om de ene na de andere richtlijn over ons uit te storten. Dat is al zes weken bezig en moet zo langzamerhand echt omkeren. Het is tijd dat we in gesprek gaan met onze toekomstige burgers. Ja, er komt wel een soort natuurramp over ons heen, maar weet ook: je kunt zèlf, met elkaar, oplossingen verzinnen.’’

,,In de pedagogiek noemen we dat ‘agency’, het gevoel van controle dat je denkt over je leven te hebben. Er zijn mensen die denken dat alles over hen heen komt, dat alles zich in de wereld ook wel zonder hen afspeelt. Aan de andere kant van het spectrum staan degenen die ervan overtuigd zijn dat ze alles in eigen hand hebben en zelf wel bepalen.’’

,,De deugd zit in het midden: door de handen ineen te slaan, vinden we samen oplossingen, dat is wat we kinderen moeten voorleven. Juist nu moeten we onze eigen creativiteit en denkkracht gebruiken. Ook, en misschien zelfs wel vooral, van die van de jongste generaties.’’

Hoe reageren pubers op de van overheidswege gedicteerde maatregelen?

,,Die zijn enorm ondergesneeuwd geraakt. Alles komt van bovenaf, top down . Dat is niet goed voor mensen en al helemaal niet voor pubers. Veel van hen denken inmiddels: dat corona, ach, dat is een probleem van oude mensen. Ze zijn er niet van doordrongen dat het om hun toekomst gaat. Ze denken: er wordt wel voor ons aan de touwtjes getrokken. Ook dat is niet goed. Intussen maken ze zich over van alles zorgen. Kan ik straks wel naar de universiteit? Hoe moet het op school? Hoe zit het met vriendschappen? En seksualiteit? Als ik verliefd ben, kan ik dan wel zoenen? Ze hebben recht op regie over hun leven èn op antwoorden op hun specifieke vragen.’’

Wat als ze die antwoorden niet krijgen?

,,Dan worden ze hartstikke passief. Lethargisch. Dan gaan pubers gamen. Ze keren zich af van de samenleving. Hartstikke zonde. Want het is ook hún samenleving.’’

,,Kinderen hebben perspectief nodig. Daar moeten wij, hun opvoeders, de ouders en leraren, ze bij prikkelen. Ontbreekt ieder perspectief, dan raken ze ontmoedigd en gaan ze bijvoorbeeld hun heil zoeken in allerlei rare complottheorieën.’’

Speelt de online omgeving waarin veel jongeren verkeren daarbij een rol?

,,Jazeker. Ook online moeten we de jeugd niet in de steek laten. We moeten ons als volwassenen bewust zijn van onze rol. Het is een misverstand te denken dat wanneer kinderen veel online zijn, je zelf afstand kunt nemen en het even rustig aan kan doen. Juist niet! We moeten erbij zijn. We worden juist belangrijker. Waarom? Kinderen zijn kinderen! We moeten ons met ze bemoeien.’’

,,Ik hoor leraren wel eens zeggen: ‘Vroeger, in die goede oude tijd, was ik een autoriteit, toen had ik nog gezag. Nu doe ik er veel minder toe.’ Tegen hen zeg ik: het omgekeerde is het geval! Je doet er meer toe dan ooit! Dat geldt zowel voor ouders als docenten. Ze zijn hard nodig. Alles wat kinderen op internet tegenkomen, komt ongefilterd die breintjes binnen. Wij moeten ze helpen betekenis te geven aan alles wat ze tegenkomen, we moeten ze helpen filteren. Daar zijn wij voor.’’

De emeritus hoogleraar lacht en haast zich te zeggen dat er online ook veel leuks te beleven is. ,,Ik heb een innige Pokemon-relatie met mijn kleinzoon hoor!’’

U bent gepensioneerd, u kunt alle dagen met uw boot door Friesland varen als u wilt, maar toch adviseert u ook nu weer de overheid. Waarom doet u dat, wat inspireert u om u ‘er tegenaan te blijven bemoeien’?

,,Mijn belangrijkste drijfveer is denk ik de geschiedenis van mijn familie. Mijn beide joodse ouders verloren hun geliefden in de Tweede Wereldoorlog. Pas na de oorlog zijn ze elkaar tegen gekomen en zijn getrouwd. Mijn ouders hebben gruwelijke dingen meegemaakt, maar hebben zichzelf bij elkaar geraapt. Omdat ze geloofden in een betere toekomst. Ze hebben ons niet alleen heel liefdevol opgevoed, maar ze hebben ons ook geprobeerd bij te brengen dat je wat van je leven moet maken, niet alleen leven voor jezelf, maar ook voor anderen. Hoop en optimisme waren bij ons thuis heel belangrijk. Dat motiveert mij nog steeds heel erg, dat is mijn persoonlijke houvast. En dat helpt, ook in deze tijd.’’

,,Ik heb ook een groot vertrouwen in het vernieuwende van de jeugd. Het creatieve denkvermogen van kinderen is voor mij een blijvende bron van perspectief en hoop. Je moet tegen ze zeggen: jullie doen ertoe. En niet: er zijn wel knappe mensen die alles voor je oplossen. Nee! Niet doen! Dan werp je jonge mensen terug in de handen van anderen!’’

Welke rol is de komende tijd voor scholen weggelegd?

,,Scholen doen heel veel, onderwijzers werken zich een slag in de rondte. Ze geven online les en proberen zoveel mogelijk het curriculum overeind te houden. Maar ik had gehoopt dat ze hun leerlingen toch ook wat meer als actief burger zouden aanspreken. Je zou kinderen juist nu moeten prikkelen tot nadenken over deze crisis. ‘Oké, we gaan weer naar school straks… Hadden jullie zelf nog ideeën hoe we dat kunnen realiseren?’’’

Ziet u deze crisis als een kans om tot een betere wereld te komen? Een beter schoolsysteem? Een betere opvoeding?

,,Het is een beetje modieus om elke crisis als een kans te zien, daar word ik wel eens kriegel van. Maar het is natuurlijk wel heel belangrijk dat we met elkaar nadenken over wat er beter moet en kan. Sommige dingen liggen ineens voor de hand. Er komt vast minder verkeer straks omdat mensen inmiddels gewend zijn om online met elkaar te vergaderen, niet alleen prima voor corona, maar ook voor de stikstof en de CO2.’’

,,Deze crisis maakt mij voor de zoveelste keer duidelijk hoe belangrijk het is om met jongeren in gesprek te blijven. Ik sprak deze week met een grote groep jeugdwerkers - die gaven allemaal aan hoezeer de jeugd zich buiten de discussie geplaatst voelt. Praat met ze! Discussieer met ze! Het zijn onze toekomstige burgers!’’

,,En ja, de wereld is ruig. Maar je kunt er optimisme tegenover zetten. Er komen betere tijden aan. Maar pas op, ik wil niemand valse hoop geven. Het zal niet vanzelf goed komen. Alleen als we er hard aan werken. Met elkaar.’’

menu