Oud-elfstedenrijder Zwierstra (85) zoekt ketting van elfstedenkruisjes

Lodewijk Zwierstra hoopt door de publiciteit zijn elfstedenkruisjes weer terug te krijgen. Foto: Niels Westra

Vijf Elfstedentochten schaatste Lodewijk Zwierstra (85) uit Leeuwarden. Maar van de vijf kruisjes heeft hij er nog maar een. De rest is gestolen, en ligt vermoedelijk ergens in Friesland.

Net achttien jaar was Zwierstra toen hij in 1954 zijn eerste Elfstedentocht schaatste, samen met zijn vader, oom en broer. Zijn vader schaatste er in totaal drie, de kruisjes kreeg Zwierstra later. Van zeven van de acht medailles liet hij jaren geleden een zilveren ketting maken voor de veertigste verjaardag van zijn dochter.

,,Maar in 2014 is er bij haar ingebroken en hebben ze de kluis waar de ketting in lag met een breekijzer uit de muur gehaald.’’ De ketting werd nooit meer teruggevonden.

Tv-programma

De kwestie kwam ter sprake toen Zwierstra vorige week meedeed aan het televisieprogramma Het museum van Nederland van Omroep Max. Hier kunnen Nederlanders voorwerpen inbrengen die iets zeggen over de geschiedenis van Nederland. De Leeuwarder bracht zijn elfstedenkruisje in en vertelde in het programma wat er met de rest was gebeurd. 

Hierop reageerde een kijker uit Brabant. ,,Hij vertelde dat hij de ketting destijds heeft gevonden langs de snelweg in de buurt van Eindhoven. Hij had autopech en zag iets glinsteren in de berm. Hij had het op Facebook gezet maar daar kwam geen reactie op. Uiteindelijk heeft hij de ketting verkocht aan iemand in Friesland die belangstelling had voor de Elfstedentocht.’’

Zwierstra zou zijn kruisjes graag weer in bezit krijgen en hoopt langs deze weg in contact te komen met de Friese koper.

Emotionele waarde

De kruisjes hebben een grote emotionele waarde voor de Leeuwarder. ,,Zeker omdat er een paar bij zitten van mijn vader. Gelukkig heb ik die van 1954 zelf nog.’’ Dit kruisje heeft hij dus tijdelijk in bruikleen gegeven aan het Museum van Nederland, waarvan de collectie vanaf januari te zien zal zijn in de Kunsthal van Rotterdam.

Reacties mogen naar: stad@lc.nl