FOTO RENS HOOYENGA

Oranjewoud Festival: festijn met zon, met klassieke muziek, maar zonder vakjes

FOTO RENS HOOYENGA

De festivalsfeer op het Oranjewoud Festival is optimaal. Dankzij zon, een festivalterrein met belachelijk veel groen en een avontuurlijke kijk op klassieke muziek.

Kijk, zegt Mathias Halvorsen, pianist uit Noorwegen. Hij wijst op het binnenwerk van de vleugel, ergens in de nok van Landgoed Oranjewoud. Een veld van strak gespannen snaren. Wat gebeurt er als je daar van alles oplegt – keukenspullen, Pritt-plakkussentjes, papieren servetjes, glazen, vibratortjes? Hoe klinkt dat dan?

Een dag eerder heeft hij The Well-prepared Piano gespeeld, een selectie uit de 48 delen van Das wohltemporierte Klavier , van de oude Johann Sebastian Bach. Op een aldus geprepareerde vleugel. En in deze workshop laat hij zien hoe dat in zijn werk gaat, dat prepareren – een methode beroemd gemaakt door de twintigste-eeuwse componist en ideeënman John Cage.

We mogen zelf het een en ander op de snaren leggen, en dan speelt Halvorsen een mopje Bach. De noten klinken vreemd, verdraaid, zingend op een surrealistische manier. Er doemt zelfs een ritme op, als houdt zich een funky drummer onder het instrument verscholen. ,,Het zit allemaal in het stuk”, zegt Halvorsen, ,,in Bach. Op deze manier licht je bepaalde aspecten van het stuk uit.”

Verhelderende ideeën

Ik vraag hem wat de oude Bach zelf van deze aanpak had gevonden. ,,De instrumenten in zijn tijd waren veel rumoeriger dan die van nu”, zegt hij, ,,met veel meer onbedoelde bijgeluiden. Ik zeg niet dat mijn manier van spelen dichter bij die van destijds komt, maar de huidige, heel serene uitvoeringspraktijk zou Bach vreemd geweest zijn.”

Zo’n workshop, vol verhelderende ideeën en nog reuze speels ook: het is zo maar even een cadeautje op het Oranjewoud Festival. Workshop en festival: ze laten allebei zien en horen dat klassieke muziek geen statische toestand hoeft te zijn. Denken in vakjes, het is artistiek directeur Yoram Ish-Hurwitz, zelf uitvoerend muzikant, een gruwel.

loading  

Vandaar ook dit Oranjewoud Festival, bijna letterlijk in zijn voortuin: een feest dat zich rustig naast andere festivals in Friesland mag plaatsen bij personeel en vrijwilligers zie ik gezichten langstrekken die ik ook ken van het hippe Leeuwarder festival Welcome To The Village. En de Proeftuin, het hart van het uitgestrekte festivalterrein, is net zo sfeervol. Leuk aangekleed, bier, wijn, hotdogs, andere hapjes.

En gratis voorproefjes, kleine uitsneden van betaalde concerten elders op het terrein. Zo zien we zomaar harpiste Lavinia Meijer vooruitlopen op haar plek als ‘headliner’, om middernacht op deze derde festivaldag, en het gezelschap Erlkings: liederen van Schubert vertaald naar het Engels, en naar een instrumentarium met tuba, gitaar en drums.

Dissonante lagen

Eh, drums? Die Amerikaanse, twintigste-eeuwse uitvinding, samengesteld uit Amerikaanse trommels? Bij klassiek? Ja hoor, en nu ja, klassiek, wat zeiden we nou net over vakjes? Het is heus niet het enige drumstel op dit festival. In het Rabobank Paviljoen achter de theeschenkerij, een opengewerkte, vierkante variant op de aloude spiegeltent, treffen we drummer Joost Lijbaart en vakbroeder op de piano Wolfert Brederode. Jazzmusici zijn ze, van huis uit, maar nooit te beroerd om even over te steken naar andere ‘vakjes’.

Daarbij komt de ondersteuning van strijkkwartet Matangi goed van pas. Het gezelschap speelt Ruins & Remains , een ambitieuze suite waarin componist Brederode de dualiteit van de mens probeert te vangen: zijn destructieve neigingen en zijn veerkracht. Lijbaart aait voorzichtig de exotischer vormen van zijn slagwerk of bonkt streng op zijn trommels. De strijkers leggen daar strelende of juist dissonante lagen overheen en Brederode jaagt zijn eigen noten trefzeker door dit fijnzinnige weefsel.

Hij geeft ook stilte een rol, een heel spannende en dramatische zelfs. Ik zie hoe Lijbaart zijn handen stil houdt, hoe de strijkstokken afwachtend omhoog wijzen (Brederode gaat grotendeels schuil acher een paal) – en hoe het publiek vol blijde spanning de volgende noot afwacht.

loading

Echt stil is het natuurlijk nooit, maar is er een mooiere manier om die stilte te laten verstoren dan door jubbelend zingende vogels of, als het wat later wordt, bronstig kwakende kikkers? Dat is nou juist het mooie van muziek in de open lucht, op zo’n prachtplek tussen het groen. De steriele sfeer van de concertzaal, dat kan altijd nog.

In het FB Oranjewoud Paviljoen, het hoofdpodium eigenlijk maar intiemer dan vorig jaar, zitten acht cellisten in een cirkel. Het Cello Octet Amsterdam speelt nieuw werk – de Amerikaanse componist Michael Gordon, geen kleine jongen, schreef het speciaal voor hen en het heet dan ook 8 . Er komt ook wat elektronica aan te pas, legt een bebaarde cellist uit, maar dat beperkt zich tot een click track , alleen hoorbaar voor de muzikanten zelf, en bedoeld om hen nog ritmischer te laten spelen.

Hadden ze ook niet in de tijd van Bach, maar zelfs de meest verstokte klassiekliefhebber zal niet kunnen ontkennen dat de tijd niet stil staat en de traditie evenmin. Juist daarom is het goed dat er nieuwe muziek aan het repertoire wordt toegevoegd, en dat het Oranjewoud Festival daar royaal de ruimte aan geeft.

Buiten adem

Vooral als het zo’n aanstekelijke wervelwind is als 8 , dat een klein uur lang bloedstollend spannend blijft. De ritmische puls is de motor van het stuk, eenvoudige maar aanstekelijke motieven maken zich uit het weefsel los en verplaatsen zich langs de muzikanten. Dan hoor ik ineens waarom ze in een cirkel zitten te spelen, het publiek eromheen. Die motiefjes, of noem het riffs , gaan duidelijk hoorbaar de hele cirkel langs, met een heel ruimtelijk, driedimensionaal effect. Ingebouwde diepgang, maar het is beslist meer dan effectbejag. Ik raak er bijna buiten adem van.

Buiten wordt het donker, en is het tijd voor de finale van deze derde festivaldag (het festival ging zondag nog even door). De Overtuin is werkelijk feëriek verlicht, en her en der staan, zitten en hangen (in hangmatten en schommels) plukjes muzikanten. Het zijn vooral de jongelui van het Stegreif Orchester uit Berlijn, die in de ijshockeyhal van Thialf een paar keer hun eigenzinnige kijk op de Derde Symfonie van Brahms ten beste geven.

Ik hoor ineens een puls klinken en ja hoor, het is In C , de klassieker in minimal en mienskip (er is inmiddels ook een versie voor hafabra) van Terry Riley. Het is een voorzichtige, ijle versie, niet heel massaal, en als je rondloopt kun je als het ware je eigen mix maken. Ergens kwaakt een kikker: niet helemaal in de opgegeven tonaliteit, maar dat zal de paringsdrift wel zijn.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct