Cellist Jean-Guyhen Queyras op het Oranjewoud Festival-podium. FOTO RENS HOOYENGA

Oranjewoud Festival: Zen en folklore

Cellist Jean-Guyhen Queyras op het Oranjewoud Festival-podium. FOTO RENS HOOYENGA

Het Oranjewoud Festival XXL zit erop. Artistiek leider Yoram Ish-Hurwitz kijkt tevreden terug.

De afgelopen tien dagen kon het publiek in het bosrijke parkgebied bij Oranjewoud kiezen uit klassieke concerten en avontuurlijke crossovers. Zondag beleefde men de laatste concertreeks.

Golfkarretjes. Een tijdelijke busverbinding tussen het station Heerenveen en het Oranjewoud Festival. De editie in het jaar van LF 2018 leverde niet alleen een scala aan uiteenlopende uitvoeringen op. De organisatie had ook een antwoord op de soms grote afstanden tussen de concertlocaties.

Muzikale ontmoetingen

En het waren niet alleen wereldsterren als violist Nigel Kennedy die de toon zetten. In de ’s avonds feeëriek belichte sfeervolle Proeftuin vonden muzikale ontmoetingen plaats met minder prominente musici.

Daar was het reuze gezellig. En ook bij de andere podia was de sfeer opperbest. Vrijwilligers stonden klaar met programmavelletjes, met een exitpoll en ze hadden een luisterend oor.

Vrijwilliger Kitty Bergher uit Leeuwarden draaide al voor het derde seizoen mee. ,,Dit is veel te leuk. De mensen, de sfeer. Je krijgt ook veel van de concerten mee. En heel veel reacties.’’

Oranjewoudfestival wil aantrekkelijker worden voor jongeren

Vrijdag stond ze opgesteld bij het Rabobank Paviljoen, het podium voor het Animato Kwartet, een ensemble met vier jonge strijkers, onder wie twee pupillen van vioollegende Vera Beths.

Zij namen de plaats in van een te elfder ure verhinderde, meer gevestigde formatie. Naar bleek is het Animato Kwartet op weg zich te ontwikkelen tot een hechte groep die interpretatief een gezamenlijke koers vaart.

Hoofdmoot vormde Strijkkwartet nr 2 van Mendelssohn, een vroeg werk met een regelmatig terugkerend motief. Vooral in de melodieuze passages stonden de neuzen dezelfde kant op.

Nieuwe popmuziek

Later die avond was dit podium voor het hippe Musica Sequenza. Een formatie van hoofdzakelijk strijkers die met zijn dansende voorman Burak Özdemir op zowel fagot als achter de electronica barok tot nieuwe popmuziek bestempelde. Bach met repeterende beats in indringende videobeelden in een rood verlichte zaal.

De met korting tot dit optreden toegelaten hoorbaar aanwezige jongeren, opgesteld bij een provisorisch, op verzoek van Özdemir aangebracht bieruitgiftepunt, stoorden vele aandachtige luisteraars. Een deel van het publiek druppelde weg.

Ish-Hurwitz: ,,Dat moeten we een volgende keer anders regisseren. Een deel was aangeschoten. Daar begin je weinig tegen.’’

Hoe de toekomst er voor dit festival uitziet? ,,We gaan terug naar één weekend. En we willen de prijsstelling voor jongeren tot dertig aantrekkelijker maken, zodat we meerdere generaties bij een concert krijgen, net als in de Proeftuin.’’

En grote sterren als Nigel Kennedy? ,,Eerder denk ik aan het terugkeren van de carte blanche en daar kan best eens een grote naam bij zitten.’’

Dit keer was de jonge violiste Noa Wildschut de gelukkige. ,,De belangstelling is boven verwachting. Het BBC Music Magazine heeft Oranjewoud ontdekt. En dat betekent internationale belangstelling.’’

Wel blijft het wennen aan de vele laatkopers. ,,Maar dat is inherent aan weersafhankelijke evenementen.’’

Opgewonden folklore

Hoofdact zaterdag was meestercellist Jean-Guihen Queyras. Tussen twee concerten in Brussel wilde hij toch naar dit evenement komen voor onder meer twee cellosuites van Bach. ,,Het festival haalt en brengt hem. Dan is hij tenminste uitgerust.’’

En zijn spel? Weergaloos!

Die dag trad ook meesterfluitist Erik Bosgraaf aan. Zelfs met een minuscuul fluitje waarmee men enkele eeuwen geleden zangvogels melodieën hoopte te leren. Bosgraaf blies een lesje voor de leeuwerik.

Michel Marang was er met zijn soloklarinetspel en bewoog zich in zijn repertoirekeuze tussen rustgevende zen en opgewonden folklore (o.a. JacobTV en Yannis Kiriakides). De ondersteuning door suggestieve beelden, veelal fotografische, moest de fantasie van de luisteraar, zo was de bedoeling, aan banden leggen.

Maar voor beide concerten was de belangstelling beperkt. Anders was dat bij Noa and friends, een van Wildschuts carte blanche concerten.

Hierin werd de violist Vladimir Babeshko (altviool) ingezet en de naar bleek veruit superieure Quirine Viersen (cello) en Enrico Pace (piano). Dat was in Fauré’s Pianokwartet nr 2. Wildschut kwam tot overwegend kristalijn spel.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct