Er is wel lelijk beton, maar veel oudere gebouwen op Borkum zijn gelukkig gespaard gebleven. FOTO LC

Op micro-avontuur | Als badgast naar de Duitsers

Er is wel lelijk beton, maar veel oudere gebouwen op Borkum zijn gelukkig gespaard gebleven. FOTO LC

Deze zomer blijven we dicht bij huis, maar ook hier om de hoek loert het avontuur. Bijvoorbeeld op een dag heen en terug naar Borkum. Aflevering 5 van de zomerserie Op micro-avontuur.

Toen ik ergens aan het begin van deze eeuw voor een wadlooptocht naar Schiermonnikoog de zeedijk bij Pieterburen overstak, zag ik in het ochtendgloren de skyline van Borkum als een klein Manhattan opdoemen. Hoogbouw op een Waddeneiland, hoe flikken die Duitsers dat? Dat moet ik toch echt eens van dichtbij zien.

Zelfs de daklozen liggen nog in hun vaste portieken op een oor als ik zaterdagochtend rond een uur of half acht naar het Leeuwarder station wandel. Daar staat de trein van Arriva reeds te wachten.

De regionale vervoerder verkoopt sinds een jaar of twee combidagtickets voor de trein en boot naar Borkum. Voor 29,95 euro ben je een dagje in het buitenland. Dat is goedkoop. Voor een normaal enkeltje Leeuwarden-Eemshaven vraagt Arriva 18,48 euro. Een bootkaartje kost 22,50 euro.

Voorbij de Lauwers een ander landschap

Veel heb je niet nodig voor Borkum. Voor het maken van de foto’s heb ik een (halve) Amelander uitgenodigd. Die is zelfs zijn jas vergeten, maar hij heeft wel zijn hoogbejaarde hondje meegebracht. In nog geen 25 minuten treinen we Friesland uit. Al vrij snel na het passeren van de Lauwers verandert het landschap.

Groninger boeren hebben massaal kleine windmolentjes aangeschaft, die vrolijk in de wind hun rondjes draaien. Hoe oostelijker je komt, hoe minder ze van horizonvervuiling een punt lijken te maken.

Eenmaal bij de Eemshaven gearriveerd, het vertrekpunt van de boot, stuit je op het hoogtepunt. Drie enorme kolencentrales, al voor voltooiing door de moderne tijd ingehaald, intimideren het toch ook door de Groningers zelf zo gewaardeerde Hoogeland.

De veerboot oogt oud en vermoeid. Bij het vertrek braakt de in 1986 gebouwde MS Münsterland inktzwarte roetwolken uit. Dat pikken we nog net even mee, volgend jaar is het voorbij met deze wederkerende milieuramp. De Duitse rederij AG EMS laat in Delfzijl een nieuw achterschip voor de Münsterland bouwen, met plek voor schonere lng-motoren.

Monument herinnert aan zwarte periode

De plat pratende Groningers aan boord zijn niet te verstaan. De Duitsers wel. Benedendeks is het warm en nauw. Vanwege Covid-19 heeft de rederij verplichte looprichtingen aangegeven. Daar houdt niemand zich aan.

Wel controleert het personeel streng of de passagiers hun mondkapjes ophouden. ,,Unsinn’’, vindt de praatgrage weduwnaar die bij ons krappe tafeltje is aangeschoven. Hij is vanochtend uit Münster vertrokken en heeft al drie uur in de bus gezeten.

Ook hij reist op een koopje. Zijn dagretour kost 50 euro. De gepensioneerde ,,Industrie Verkäufer’’ komt graag op Borkum. In 1967 was hij er voor het eerst. Deze dagtrip gebruikt de 79-jarige baas om zijn Borkumer parafernalia aan het plaatselijke museum te schenken. Hij haalt een plattegrond uit de jaren dertig te voorschijn. De strandboulevard, een pracht zo zullen we straks zelf kunnen zien, heette destijds de Adolf Hitler Promenade.

Het eiland was al ver voor de nationaalsocialistische machtsovername berucht om zijn antisemitisme. Rond 1900 hingen er bij hotels bordjes met de tekst: ‘Juden und Hunde dürfen hier nicht herein.’ In de muziekkoepel op de boulevard weerklonk dagelijks het Borkumlied, waarin eilanders hun afkeer van mensen met platte voeten, haakneuzen en krulhaar bezongen. Een klein joods monument nabij het gemeentehuis herinnert aan die zwarte tijd.

Borkumer vuurtoren is ouder dan Brandaris

Borkum heeft stadsrechten. De bebouwing ziet er stedelijker uit dan die van de Nederlandse eilanden, maar toch ook weer niet zo Manhattan-achtig als ik dacht. Er is wel lelijk beton, maar gelukkig zijn veel oude gebouwen gespaard gebleven.

Zoals het Inselhotel Rote Erde, dat in 1905 verrees voor het spoorwegpersoneel. Borkum liet in 1879 uit zwart baksteen een vuurtoren opmetselen, die zijn door brand getroffen voorganger uit 1572 moest vervangen.

Aan de voet van deze oude toren, 22 jaar ouder dan onze Brandaris, liggen Nederlandse walvisvaarders begraven. Heel even behoorde Borkum tot het Nederlands grondgebied en er schijnen nog altijd mensen naar die tijd terug te verlangen. Laten we die oorlog niet gaan voeren. Zo’n buitenlands avontuur op 30 kilometer uit de Groningse kust moeten we koesteren.

Al was het alleen maar omdat de Borkumers door de vingers zagen dat we niet voor 12,80 euro een bootkaartje voor de hond hebben gekocht.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct