Project X in Haren was voor Willem Bantema aanleiding onderzoek te doen naar online aangejaagde ordeverstoringen.

Ook online oproepen voor feestjes moeten onder ogen komen bij burgemeester (maar de meesten voelen de behoefte niet zo)

Project X in Haren was voor Willem Bantema aanleiding onderzoek te doen naar online aangejaagde ordeverstoringen. FOTO KEES VAN DE VEEN

Ook feesten en demonstraties waartoe online wordt opgeroepen, zouden bij de burgemeester moeten worden gemeld. Die moet daarvoor de apv aanpassen.

De huidige, gemeentelijke regelgeving voorziet daar niet in, maar verdient modernisering. Al is het maar om een signaal af te geven. Want ook bij dergelijke festiviteiten zijn burgemeesters verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, aldus Willem Bantema.

Bantema is senior onderzoeker/docent cybersafety aan de Thorbecke Academie bij NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden en doet al jaren onderzoek naar online aangejaagde ordeverstoringen.

Aanleiding was Project X in 2012 in Haren: een Facebook-oproep tot een feestje mondde uit in een bijeenkomst van duizenden jongeren en rellen. En het leidde uiteindelijk tot zijn tweede boek: ‘Niet bevoegd, wel verantwoordelijk’.

Groningen en Maastricht

Wie nu in pak ‘m beet Groningen via social media een oproep doet tot het houden van een feestje in Maastricht, kan niet worden aangepakt. In geen van beide gemeenten. ,,At se allegear yn harren apv opnimme dat je soks melde moatte, dan kinne se nei inoar ferwize’’, legt Bantema uit.

Recentelijk lieten onder anderen burgemeesters Rob Bats (ten tijde van Project X burgemeester van Haren) en Peter den Oudsten (Utrecht) weten de behoefte om in dergelijke situaties in te kunnen grijpen, sterk te voelen.

De oproep van Bats en Den Oudsten wordt echter niet gesteund door het gros van de ondervraagde burgemeesters, leert Bantema’s onderzoek.

Weinig behoefte

Onlangs vroeg hij alle 355 Nederlandse burgemeesters of ze voldoende instrumenten hebben om online aangejaagde ordeverstoringen te kunnen voorkomen. Ook wilde hij weten of ze behoefte hebben aan meer bevoegdheden om preventief online in te grijpen.

Van alle aangeschrevenen reageerden er 107. Of daar Friese tussen zaten, kan Bantema niet zeggen. Want de enquête was op basis van anonimiteit. 68 procent liet weten op dit moment over voldoende bevoegdheden of instrumenten te beschikken om online aangejaagde ordeverstoringen te kunnen voorkomen.

Burgemeesters gaven aan meer heil te zien in het aangaan van een gesprek met de online onruststokers. Burgemeester Fred Veenstra van De Fryske Marren doet dit allang. Hij meldde tijdens de nieuwsjaarsreceptie in 2019 dat er wekelijks wel ,,platte, ûnfatsoenlike mail’’ binnenkwam. Soms nam hij contact op met de afzender. En die reageerde dan verbaasd. ,,Sa fan: ‘hee, hy bellet my’.’’

Ook de deelnemers aan het onderzoek geven aan dat deze manier van ingrijpen het meest effectief is en het ‘uit de anonimiteit halen’ onwenselijk gedrag ontmoedigt.

Online discussies

Burgemeesters gaan liever geen online discussies aan, concludeert Bantema. Ze zijn bang dan hun neutraliteit te verliezen.

Ze bevinden zich overigens vaak wel op social media. Driekwart maakt gebruik van LinkedIn en Twitter, de helft plaatst berichten op Facebook. Friese voorbeelden daarvan zijn Tjeerd van der Zwan van Heerenveen (4.061 volgers) en Johannes Kramer van Noardeast-Fryslân (2.378 volgers).

Ze posten doorgaans beroepsgerelateerde zaken.

Van burgemeesters die actief zijn op social media wordt ook tijdens crisissituaties een reactie verwacht. Het is vaak handiger via een gemeente-account te communiceren, zegt Bantema. Desnoods kan de burgemeester die berichten doorsturen of ‘liken’.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct