Grutto in karakteristieke pose.

Natuurlijk: Redden wat er nog te redden valt

Grutto in karakteristieke pose.

Er is geen ontkomen aan: predatie beheerst op dit moment – en dat is niet voor het eerst – de discussies over het behoud van de weidevogels.

Het was de BFVW die de kat de bel aanbond. In het veld ziet amper een kievit kans de eieren uit te broeden. Heel veel nesten vallen ten prooi aan dieren als vos, steenmarter en kokmeeuw. Dat is het beeld dat de vogelwachters deze lente schetsen.

In bepaalde kringen is die bron verdacht. De voornaamste kreten uit die hoek: de vogelwachtersbond heult met de jagers, heeft als eierzoekersclub een groot eigenbelang en wil niet zien dat de werkelijke oorzaak gezocht moet worden in de tegenwoordige landbouwpraktijk. En de verslaggever die de bevindingen van de mensen in het veld publiceert, is kortzichtig en deugt van geen kant.

Polarisatie viert hoogtij, zware beledigingen komen van alle kanten, de sociale media stromen ervan over. Zo gaat dat tegenwoordig, maar het helpt de discusie geen steek verder. Het schiet niet op als argumenten ondersneeuwen door emoties. Dat geldt voor beide kanten.

Feit is dat eieren en kuikens opgepeuzeld worden door roofdieren. Dat vogelwachters zo vroeg in het seizoen al alarm slaan, doet het ergste vrezen. De vergelijking met 2016 dringt zich op. Met cijfers van wellicht minder verdachte bron dan de BFVW. Na het broedseizoen van twee jaar geleden maakten onderzoekers van Rijksuniversiteit Groningen de balans op. Zij houden op 10.000 hectare in de zuidwesthoek de verrichtingen van de grutto bij.

De resultaten waren dat jaar dramatisch: van de gruttonesten kwam slechts 40 procent uit en van de kuikens die dat opleverde, sneuvelde ook het merendeel. Van de duizend gruttoparen zag slechts 5 procent een of meer jongen uitvliegen. In harde cijfers: slechts vijftig op de duizend grutto’s zorgden voor nageslacht. Dat is bij lange na niet genoeg om de stand op peil te houden.

De oorzaken, volgens de onafhankelijke onderzoekers destijds: predatie en voedselgebrek.

Dat laatste heeft alles te maken met de moderne landbouw. Op het boerenland is de insectenstand de laatste decennia gekelderd, zodat er te weinig voedsel is voor kuikens van soorten als kievit en grutto. Diepontwatering en monocultuur van raaigras maken van het land een ongeschikt leefgebied voor de weidevogels. Dat is klip en klaar de hoofdoorzaak van de problemen. De oplossing zal vooral ook daar gezocht moeten worden.

Dat gebeurt ook, met het streven naar natuurinclusieve landbouw. Misschien komt die omslag er wel. Enig optimisme mag best. Maar dat duurt nog wel even. Tot die tijd is het zaak de weidevogels te laten overleven, want als de grutto de komende decennia uitsterft nog voordat het landschap weidevogelvriendelijk is ingericht, schiet het niet op.

De overheid lijkt daarvan doordrongen. De provincie Fryslân steekt jaarlijks 12 miljoen euro in weidevogelbeheer om te redden wat er te redden valt. Als dan het grootste deel van de eieren en kuikens ten prooi valt aan predatoren, kachelt de vogelstand nog verder achteruit. Tot nul, als we niet oppassen. En daarom is een gerichte aanpak van roofdieren gerechtvaardigd. Zolang het niet een hetze wordt.

halbe.hettema@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct