Ronduit schokkend zijn de onderzoeksresultaten die de Radboud Universiteit in Nijmegen twee weken geleden naar buiten bracht over de achteruitgang van het aantal insecten in Duitse natuurgebieden. De stand kelderde er met driekwart.

Schokkend, inderdaad. Maar onverwacht? Nou, nee. Eigenlijk wisten we het wel. We hoefden er alleen maar voor naar de vogelstand te kijken. Vogelbescherming Nederland wijst daar in een publicatie op naturetoday.com op.

Anders dan van insecten wordt van vogels al heel lang de stand bijgehouden. Jaar na jaar verschijnen er berichten over negatieve ontwikkelingen. De kievit doet het weer wat slechter, de grutto komt er maar niet bovenop en de scholekster had ook weer een slecht jaar.

Het went kennelijk, zulke boodschappen, want we nemen er met enige schrik kennis van en vervolgen onze weg.

Maar als we dan na een kleine veertig jaar alle cijfers eens op een hoop gooien, dan zien we pas echt hoe schrikbarend het is. Vogelbescherming komt met die optelsom: alleen al in Noordwest-Europa zijn sinds 1980 421 miljoen vogels verdwenen.

Insecten en vogels zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De ene eet de andere, dus als het de prooi slecht gaat, loopt het binnen de kortste keren fout met de eter.

Dioxines in de duinen die de kringloop in de war gooien, waardoor de tapuit het niet meer redt

We hebben het over de kuiken-overleving van weidevogels als groot probleem. Die kuikens eten insecten en als die er niet zijn sterven ze de hongerdood.

Vogelbescherming doet er nog wat voorbeelden bij. Dioxines in de duinen die de kringloop in de war gooien, waardoor de tapuit het niet meer redt. En het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die andere insectenetende vogels kansloos maakt.

Als we niet oppassen dreigen nu ook soorten die nog als ‘gewoon’ worden beschouwd het loodje te leggen. Vogelbescherming noemt in dit verband naast de kievit de spreeuw, de boerenzwaluwen de veldleeuwerik.

Gaat het met de insecten mis, dan is dat dus direct af te leiden aan de vogelstand. En zo weten we zeker dat het nu flink fout zit. Dan is het de vraag wat we er aan gaan doen.

Dat begint met praten. Wetenschappers, natuurorganisaties en boeren hebben al een afspraak voor een gezamenlijk overleg in hun agenda’s staan. Eerst maar eens zonder de politiek erbij. Dat is positief.

Als ze nu eens niet direct met de beschuldigende vinger naar elkaar wijzen en direct op zoek gaan naar oplossingen, dan zijn ze al een stuk verder.

Landbouwgif?

Een complicatie is dat er pas een oplossing voor een probleem gevonden kan worden als de oorzaak helder is. Dan blijkt al gauw dat er aanvullend onderzoek nodig is. Want weten we zeker dat de situatie in Duitsland vergelijkbaar is met die in ons land? Het onderzoek beschrijft de toestand in natuurgebieden. Hoe is het daarbuiten?

En de oorzaak? Daar wordt nu al over gesteggeld. ’t Is landbouwgif, stelt de milieubeweging. Bewijs dat dan eerst maar eens, roept de landbouwsector.

Zo koerst het overleg onherroepelijk af op de vraag naar nieuw onderzoek om leemtes in de kennis te vullen.

Dan zijn we jaren verder voor er daadwerkelijk actie kan worden ondernomen. Jaren van verdere achteruitgang die we ons niet kunnen veroorloven.

halbe.hettema@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct