Natuurbeleid provincie is te vrijblijvend, vinden natuurorganisaties

FOTO OANE VENEMA

Provinciebesturen denken te licht over hun wettelijke opdracht om waardevolle natuur te beschermen en te herstellen. Friesland is hierop geen uitzondering.

Dit is de teneur van een beschrijvend onderzoek van de provinciale natuurpolitiek door Kees Bastmeijer en Arnold van Kreveld. In opdracht van onder meer de stichting Friese Milieufederatie, de Waddenvereniging en de vereniging Vogelbescherming Nederland brachten de auteurs provinciale doelen en prestaties in kaart.

Friesland is de enige provincie waar de Staten nog geen Natuurvisie hebben vastgesteld. Wettelijk gezien had dat uiterlijk eind 2016 al gemoeten. In plaats hiervan willen Gedeputeerde Staten het natuurbeleid een plaats geven in de aangekondigde Omgevingsvisie. Volgens plan zou over dat document voor de zomervakantie moeten worden besloten.

Natuurbeleid te algemeen

In het ontwerp voor de Omgevingsvisie is volgens de onderzoekers het hoofdstuk natuur ,,veelal in zeer algemene zin’’ verwoord. Dit geldt zowel voor de uitbreiding van de ecologische hoofdstructuur (Natuurnetwerk Nederland) als voor bescherming van belangrijke bedreigde planten- en dierensoorten.

Het college wil de nog op te stellen lijst van die soorten helemaal wegwerken door herstelmaatregelen, maar denkt daar vijftig jaar voor uit te trekken. De selectiecriteria voor de Friese Rode Lijst zijn volgens de onderzoekers ,,streng’’. Ze betwijfelen of de Friese voornemens wel voldoen aan de Wet natuurbescherming.

Blijkens het onderzoek hebben Gelderland en Utrecht hun natuurhuiswerk nog het best op orde. Friesland krijgt een pluim voor zijn aandacht voor klimaatadaptatie en het verbinden van natuurpolitiek aan de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties.