Tussen de boeken die ik in verhuisdozen stopte, vond ik laatst ook een schriftje. Toen ik het opende, herkende ik meteen het handschrift van mijn vroegere pianolerares. Ze tekende korte noten met een vlaggetje en lange doorzichtige met alleen een stokje. Eronder schreef ze ‘Ene’, ‘Ene - tweeë-e’. We klapten met onze handen de maat, zodat ik wist in welk tempo ik ze daarna moest spelen.

Van mijn vierde tot mijn dertiende kreeg ik een keer in de twee weken les. Dat halfuurtje vond ik best prima, maar het huiswerk dat ermee gepaard ging, ervoer ik heel anders. Meermaals heb ik mijn ouders gesmeekt of ik mocht stoppen, maar in hun poging tot een muzikale opvoeding was daar geen denken aan. ,,Der komt in dei dan bist ús tankber’’ was hun verweer, maar daar had ik weinig vertrouwen in.

Totdat de lessen stopten en ik zo nu en dan op eigen initiatief popliedjes speelde. Ik kreeg een pianoboek van Ludovico Einaudi – makkelijk te spelen – maar met een harmonieus resultaat. De partituren gingen mee naar mijn bijbaantje in een restaurant, waar het pianospelen, tussen bedienen en afwassen door, tot grote fooien leidde.

Met het studeren verliet ik het ouderlijk huis, en dus ook de piano. Pas toen begon ik het spelen te missen. Luisteren naar de muziek bleek niet afdoende te zijn en het keyboard dat ik via Marktplaats kocht, voelde ook niet hetzelfde. Ik beloofde mezelf dat ik in mijn huis – later – ruimte voor een piano over moest laten.

Mijn ouders gaven me het mooiste cadeau dat ik had kunnen wensen

Dat huis is er inmiddels, en de afgelopen weken heb ik het daarom al vaak met mijn vriend gehad over de ‘pianomuur’, waar ooit eens een mooi zwart exemplaar zou moeten komen te staan. Niet wetende dat die plannen ook in huize Breteler al weerklank hadden gevonden.

Afgelopen week werd ik 25 jaar en terwijl ik woensdag aan de keukentafel zat te werken, zag ik ineens Sjoerd Piano langs het raam lopen. Sjoerd, de pianostemmer uit IJlst, stak lachend zijn duim op, waarna de zwarte Yamaha om de hoek werd geduwd. Mijn ouders gaven me het mooiste cadeau dat ik had kunnen wensen; de piano waar ik het spelen op leerde.

Het is lastig om niet in clichés te vervallen als het over muziek gaat. Het is zo’n beetje het meest universele fenomeen dat bestaat, maar woordelijk laat het zich niet goed vatten. Bijna alle antropologische termen zijn er op toe te passen, want het gaat om betekenisgeving, symboliek, een collectieve, maar tegelijkertijd ook een individuele uiting van de mens. Het vormt groepen, versterkt banden en laat verschillen zien. Het kan dienen als subtiel verzet, als nationaal erfgoed en als persoonlijke ervaring.

Ieder vrij moment afgelopen week besteedde ik achter de piano. Voor mij functioneert muziek vooral als een relativering waar ik me in kan verliezen. De klanken van de toetsen overstemmen de valse geluiden van de dag. In een biografie van Nietzsche vind ik een mooie benadering van dat gevoel: ‘Alles kan immens lijken – het eigen leven, het kennen, de wereld – maar het is de muziek die zo op het immense afstemt dat je het daarin niettemin kunt uithouden.’

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct