Het onderzoek naar misbruik van kwetsbare jongens heeft onvoldoende bewijs opgeleverd om over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. Vooralsnog, stellen districtchef Sylvia te Wierik van de politie en Pieter van Rest van het Openbaar Ministerie.

‘Kwetsbare jongens in instellingen zijn het slachtoffer van seksueel misbruik en worden ingezet voor criminele activiteiten’. Dat verhaal bracht de Leeuwarder Courant in september vorig jaar. Er waren ‘tientallen signalen van het ronselen en misbruik van kwetsbare jongeren door volwassenen’. Politie en justitie waren op dat moment al anderhalf jaar bezig met het onderzoek naar die signalen.

,,Er zijn verklaringen van jongeren, er zijn aangiftes gedaan en er zijn verdachten gehoord in het onderzoek. Het lastige van het strafrecht is dat wij moeten bewijzen waar en wanneer het misbruik heeft plaatsgevonden. Het moet concreet gemaakt worden en bevestigd worden. We hebben echt veel onderzoek gedaan, maar uiteindelijk krijgen we het nog niet rond”, legt Pieter van Rest van het Openbaar Ministerie uit.

,,Het verhaal moet verifieerbaar zijn. Wie heeft het gedaan? Zijn er getuigen? Is het voldoende om het voor de rechter te brengen?”, vult Sylvia te Wierik aan.

In de LC kwamen in september meerdere jongeren anoniem aan het woord over het misbruik. Enkele van hen waren zelf slachtoffer, anderen waren getuige van misbruik. Een jongere was zowel slachtoffer als dader van misbruik. Allemaal noemden ze jeugdinstelling Woodbrookers in Korte Hemmen als locatie waaromheen het misbruik plaatsvindt. En ook Leeuwarden kwam meerdere keren in het verhaal voor.

,,Het onderzoek is begonnen rondom de signalen uit Drachten en Leeuwarden. Maar het komt voor in de hele provincie. Eigenlijk speelt het overal waar instellingen zijn, waar kwetsbare jongeren samenkomen. En de jongeren, die zijn mobiel, verplaatsen zich”, aldus Van Rest. Maar hoeveel jongeren het slachtoffer zijn van misbruik en uitbuiting? Zowel het Openbaar Ministerie als de politie weet het niet. ,,Er zijn tientallen signalen, maar over aantallen durf ik niks te zeggen”, zegt Van Rest. ,,Maar dat het plaatsvindt, daar twijfelen we niet aan. De signalen, de verhalen, de verklaringen. Maar ook de overleggen in het Veiligheidshuis waar we met gemeenten, politie, justitie en hulpverlening iedere twee weken bij elkaar komen. Alles geeft aan dat het gebeurt. We kunnen er niet omheen. En het is een thema waar je altijd ontevreden over blijft, je wilt het de kop indrukken maar we lossen het nog niet even op.”

Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, zei vorig jaar oktober in de Leeuwarder Courant dat misbruik en uitbuiting vraagt om een creatieve aanpak . Met wachten op aangiftes van jongeren kom je er niet, aldus Bolhaar.

,,Er zijn in dit onderzoek verdachten in beeld geweest, verhoord. Dat betekent dat je in zijn algemeenheid opsporingsmethoden inzet zoals observaties. Mensen hinderlijk volgen, ze laten weten dat ze in de gaten gehouden worden. We kunnen niet in details treden maar het feit dat er verdachten zijn geweest, betekent dat je dit soort methoden gebruikt”, leggen Te Wierik en Van Rest uit. ,,Als je op welk vlak dan ook in de fout gaat, dan ben je aan de beurt”, dat is dan de boodschap.

De jongeren die de LC sprak, gaven aan weinig vertrouwen in de politie te hebben. Soms door negatieve ervaringen, maar ook uit angst voor mogelijke gevolgen voor henzelf of hun familie op het moment dat ze naar de politie zouden stappen.

Van Rest: ,,Ik kan heel wat roepen over dat we daar gespecialiseerde mensen voor hebben, dat we maatregelen kunnen nemen, maar of dat deze jongeren over de streep trekt? We kijken er heel serieus naar, we maken het ook vaker mee dat slachtoffers uit angst geen aangifte willen doen. In theorie kunnen we mensen tijdelijk elders onderbrengen, we kunnen risico’s in kaart brengen. En let wel, wij hebben er belang bij dat het veilig kan. We gaan geen dingen gebruiken waar slachtoffers de dupe van kunnen worden.”

Naast angst kan ook schaamte een hindernis vormen om aangifte te doen: seksueel misbruik van jongens zit in de taboesfeer. Daarnaast blijkt uit meerdere onderzoeken dat de politie niet altijd goed reageert op het moment dat een slachtoffer zich meldt.

,,Er is altijd een speciale zedenrechercheur beschikbaar als een jongere zich meldt. Al kan het soms zijn dat die moet worden opgepiept. Maar op basis van informatie die we krijgen, zetten we ook wijkagenten in, sturen we rechercheurs de wijken in en proberen we het gesprek aan te gaan. Door de overleggen met alle instanties in het Veiligheidshuis is het bewustzijn over de problematiek ook bij de politie vergroot, zijn er veranderingsprocessen ingezet. Het feit dat het probleem nu op tafel ligt, maakt ook dat de mensen die nu contact met de jongeren hebben, dat anders doen dan twee jaar geleden. Omdat er meer informatie over is”, aldus Te Wierik.

Het onderzoek mag dan gestopt zijn en niet geleid hebben tot strafrechtelijke vervolging: dat kan elk moment veranderen, aldus Te Wierik.

,,Als we nieuwe informatie krijgen, dan kunnen we direct verder. Dat er nu nog niet voldoende is voor strafrechtelijke vervolging, houdt niet in dat we klaar zijn. Daarom zitten we iedere twee weken met alle partijen bij elkaar: is er nieuwe informatie? Wil iemand nu wel wat zeggen? Dit is een zaak die vraagt om een lange adem en volharding.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct