Minister trekt zijn handen af van Tresoar, maar blijft betalen

Tresoar in Leeuwarden. FOTO LC/JOSHI KUIPER

Onderwijsminister Arie Slob trekt zijn handen af van het Friese historisch instituut Tresoar, ondanks bezwaren van het college van Gedeputeerde Staten.

Hij antwoordt dat op Kamervragen van het CDA. Tweede Kamerleden Harry van der Molen en Lenny Geluk-Poortvliet vroegen de minister het besluit te heroverwegen. Dat heeft alles te maken met de bijzondere positie van de Friese taal.

Slob erkent dat hier van een bijzondere situatie sprake is, maar dat doet aan zijn besluit niets af. Via de Bestuursafspraak Friese Taal en Cultuur 2019-2023 erkent het rijk al voldoende de gedeelde verantwoordelijkheid die rijk en provincie hebben voor het Frysk, vindt hij.

Scheiding

Het ministerie wil met ingang van 2024 uit de gemeenschappelijke regelingen met de Regionale Historische Centra (RHC’s) stappen. Dat geldt voor de centra in alle provincies. Het rijk wil een duidelijke scheiding aanbrengen met nationale taken. Voor de laatste is het Nationaal Archief ,,de aangewezen bewaarplaats’’ voor het beheer van het blijvend te bewaren digitale rijksarchief. De samenwerking met regionale historische centra in provinciehoofdsteden, zoals Tresoar, krijgt ,,een andere basis’’.

Het maakt voor Slob daarbij geen verschil dat Tresoar ook een bijzondere taak heeft voor de Friese taal en cultuur en dat It Fryske Boek en het Frysk Letterkundich en Dokumintaasjesintrum in Tresoar zijn opgegaan.

Angst onterecht

Het college van GS wil dat het rijk partner blijft en is bang dat de terugtrekking op termijn gevolgen heeft voor het geldbedrag dat er van het rijk naar Tresoar vloeit. Wat de minister betreft is die angst onterecht, zo schrijft hij aan de Tweede Kamer.

,,De huidige bijdrage aan Tresoar is gebaseerd op zowel het archiefbeheer voor het rijksarchief in de provincie als voor de uitvoering van taken in het kader van de Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer 2019-2023. Ik ben van plan deze beide bijdragen aan Tresoar te continueren.’’