Minister ontstemd: Jehova-bestuur weigert aanbevelingen over aanpak seksueel misbruik over te nemen

In het hoofdkantoor van Jehovah's Getuigen in Emmen werd een inval gedaan in verband met onderzoeken naar seksueel misbruik. Foto: Archief DvhN

Het bestuur van de Jehova’s Getuigen weigert om de aanbevelingen uit het rapport over seksueel misbruik over te nemen. Dat schrijft minister Sander Dekker van Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer.

,,Recent heeft naar aanleiding van het rapport naar seksueel misbruik een gesprek op mijn ministerie plaatsgevonden met het bestuur van Jehova’s Getuigen.

Lees ook | Rechter: Het rapport over seksueel misbruik bij de Jehovah's mag openbaar worden

Daarbij is er bij het bestuur op aangedrongen om de aanbevelingen uit het rapport actief op te pakken”, aldus minister Dekker. ,,Het ging dan met name om het instellen van een meldpunt binnen de gemeenschap van de Jehova’s Getuigen waar slachtoffers van misbruik terecht kunnen. Tot mijn ongenoegen reageerde het bestuur hier afwijzend op.”

Bestuur ontkent noodzaak voor meer erkenning slachtoffers

Het Nederlandse hoofdkantoor van de geloofsgemeenschap is gevestigd in Emmen. Uit de brief van de minister blijkt dat de Jehova-leiding zich blijft verzetten tegen meer openheid en erkenning van de positie van slachtoffers binnen de gemeenschap. ,,In plaats zich daarvoor in te zetten, ontkende het bestuur de noodzaak daartoe. Intussen heeft het bestuur tijd, middelen noch moeite gespaard om publicatie van het rapport tegen te houden.”

Verandering vanuit gemeenschap meest effectief

De VVD-minister doet nogmaals een oproep aan de leiding van de geloofsgemeenschap. ,,Nu de rapporten openbaar zijn, wil ik in een laatste indringend gesprek het bestuur oproepen de aanbevelingen uit de rapporten over te nemen. Verandering ingegeven en uitgedragen vanuit de gemeenschap van de Jehova’s Getuigen zelf is immers het meest effectief. Dit staat los van de mogelijkheden die de overheid op het gebied van wetgeving en officiële hulpverlening heeft om tegen misstanden op te kunnen treden.”