Mestbeleid op de schop: grote gevolgen voor veehouderijen

Injecteren van mest. Foto: Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Om het mestbeleid simpeler en minder fraudegevoelig te maken, grijpt landbouwminister Carola Schouten drastisch in. Als het aan haar ligt, blijven er in ons land op termijn nog maar twee bedrijfsmodellen over voor veehouderijen.

Óf grondgebonden bedrijven waarbij alle geproduceerde mest op het eigen land of op dat van een collega in een (regionaal) samenwerkingsverband wordt uitgereden, óf niet-grondgebonden veehouderijen (intensieve veeteelt) waarbij alle mest wordt afgevoerd en verwerkt.

Dat blijkt uit haar plannen voor het toekomstig mestbeleid. Na bijna twee jaar overleg met belanghebbenden komen de resultaten daarvan vandaag naar buiten. Het huidige beleid is volgens het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) niet effectief genoeg. Er is nog steeds sprake van een mestoverschot en veel boeren klagen over te veel (technische) regeltjes. Daarnaast is ook de actuele stikstofproblematiek een aanleiding om het anders aan te gaan pakken.

Decennium

,,Ik wil vandaag het fundament leggen waarmee we de kringlooplandbouw stimuleren, de waterkwaliteit verbeteren en toewerken naar een eenvoudiger regulering van de mestmarkt. Om dit voor elkaar te krijgen, hebben we op z’n minst dit decennium nodig’’, aldus Schouten. Ze wil de sector perspectief bieden met een goed werkbaar mestbeleid, waarin boeren binnen gemaakte afspraken hun eigen keuzes kunnen maken en gestimuleerd worden tot innovatie. ,,Voor bedrijven die er voor kiezen om op een relatief extensieve manier dieren te houden, waarmee ze de milieurisico’s beperken, moet het mestbeleid zo eenvoudig mogelijk zijn. Een intensievere bedrijfsvoering is ook mogelijk, maar daarbij zijn wel aanvullende eisen op zijn plaats om de belasting voor het milieu te beperken.’’

Intensieve bedrijven zullen, als het aan Schouten ligt, hun mest dus moeten afvoeren. ,,Bij voorkeur naar dezelfde mestverwerker. Die kan dan mest leveren die is afgestemd op de behoeftes van de bodem. Deze toename van mestbewerking, in combinatie met stalaanpassingen waardoor mest snel uit stallen wordt gehaald en wordt gescheiden, moet leiden tot een hogere kwaliteit. Hierdoor neemt ook de stikstofuitstoot af.’’

Waterkwaliteit

Om de waterkwaliteit te verbeteren, is er volgens Schouten een gebiedsgerichte aanpak nodig. In veel gebieden is de kwaliteit op orde, met uitzondering van de zand- en lössgronden in het oosten en zuiden van het land. Schouten gaat nog niet zo ver dat ze vollegrondsgroenteteelt in deze gebieden aan banden legt, maar zegt wel dat ze de waterkwaliteit gaat monitoren. Als er geen verbetering optreedt, grijpt ze in.

De komende tijd gaat Schouten opnieuw in gesprek met boeren en andere belanghebbenden om haar mestbeleid uit te leggen.