Mentale gezondheid noorderlingen daalt naar dieptepunt sinds begin coronacrisis

Foto: ANP

Niet eerder sinds het begin van de coronacrisis was de kwaliteit van leven zo laag: Noord-Nederlanders geven hun leven op het moment gemiddeld een 6,9. Dit blijkt uit het Lifelines coronaonderzoek waarvoor zo’n 30.000 mensen uit Noord-Nederland sinds maart 2020 al 19 keer een vragenlijst invulden.

Van de deelnemers aan het onderzoek komt 37 procent uit Friesland. De vragen gaan over de mentale en fysieke gezondheid. Met name de mentale gezondheid heeft een duikvlucht genomen sinds afgelopen zomer, toen gaven mensen hun leven gemiddeld een 7,7. Aan het begin van de coronacrisis was dit een 7,4.

Deze dalende trend is in iedere bevolkingsgroep duidelijk te zien, merken de onderzoekers. In iedere groep is de geestelijke gezondheid nu het slechtst sinds het begin van de crisis. Ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, geslacht en soort huishouden: in alle lagen van de bevolking zijn er meer mensen die zich somber, lusteloos of eenzaam voelen.

Kwaliteit van leven van jongvolwassenen neemt duikvlucht

Vooral jongvolwassenen gaan gebukt onder de coronamaatregelen: hun leven geven ze nu een 6,0, terwijl dit in de zomer nog een 7,7 was. Een reden voor de daling van de kwaliteit van leven kan ook zijn dat mensen uit deze groep relatief vaak positief testten op het coronavirus of er werd een huisgenoot positief getest, waardoor bijvoorbeeld studentenhuizen in quarantaine moesten.

Ook schoot het gevoel van verbondenheid met de rest van Nederland drastisch omlaag, nog maar 48 procent van de deelnemers heeft dit gevoel. In maart 2020 lag dit percentage nog op 70 procent. Ondertussen zijn er volgens Lude Franke, hoogleraar genetica aan het UMCG, „ongetwijfeld mensen die zich afvragen of zij de enigen zijn die vermoeid of somber zijn”. „Ons onderzoek laat onmiskenbaar zien dat deze gevoelens in iedere laag van de bevolking worden ervaren. Wellicht biedt het mensen enige troost dat zij niet de enigen zijn die op dit moment worstelen met de gevolgen van corona.”

Minder thuiswerkenden dan in eerste lockdown

Een groot verschil ten opzichte van de eerste lockdown is dat veel meer mensen nu - ondanks de strenge maatregelen - naar hun werk gaan. In de eerste lockdown werkte 40 procent van de werkende respondenten op locatie, tegenover 51 procent nu. Met name hoogopgeleide mensen gaan weer vaker naar hun werk toe, laat het onderzoek zien.

De vaccinatiebereidheid van de mensen die meedoen aan het onderzoek blijft onverminderd hoog, het overgrote deel van de mensen zegt zich zeker te laten vaccineren wanneer het moment daar is. Ondertussen maken steeds meer deelnemers zich zorgen dat een naaste ziek wordt (69 procent) of dat ze zelf ziek worden (48 procent).

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Coronavirus