Meer Friezen langdurig arm, concludeert Fries Sociaal Planbureau

Het aantal huishoudens in Friesland dat langdurig van een laag inkomen moet rondkomen, is de laatste jaren toegenomen.

Dat concludeert het Fries Sociaal Planbureau (FSP) uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Een op de twaalf huishoudens in Friesland (23.000) heeft een laag inkomen. Daarnaast zijn er de langdurig armen, huishoudens die vier jaar of langer op een laag inkomen zitten. In 2016 waren dat er 9300, 2200 meer dan in 2014; een stijging van 2,7 naar 3,5 procent.

Boven landelijk gemiddelde

De toename van langdurige armen is ook landelijk te zien, maar in Friesland ligt het percentage boven het landelijk gemiddelde (3,3 procent). Deze huishoudens zijn extra kwetsbaar doordat financiële buffers door de jaren heen steeds minder worden. Het FSP geeft geen eenduidige verklaring. ‘Een groeiende groep komt moeilijk uit de bijstand, ondanks blijvend economisch herstel.’

Uit de monitor inkomen van het FSP blijkt dat Leeuwarden het hoogste aandeel langdurige armen heeft: 5,8 procent. De Friese hoofdstad staat daarmee landelijk op de zevende plek. Ook Harlingen (4,4 procent) en Smallingerland (4,3 procent) scoren relatief hoog. Alleen Groningen en Noord- en Zuid-Holland hebben relatief meer huishoudens die langdurig van weinig geld moeten rondkomen.

Lonen relatief weinig gestegen

Het zijn niet alleen mensen in de bijstand of met een andere uitkering die langdurig op of onder het minimum zitten. Ook gepensioneerden, mensen met betaald werk of ZZP’ers kunnen er mee te maken krijgen. Volgens het FSP zijn er in Friesland zo’n 8700 werkenden met een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Begin deze maand bleek ook uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau dat het aantal werkende armen sinds het begin van deze eeuw met 60 procent is toegenomen. Belangrijkste oorzaak is dat lonen, mede door de crisis, relatief weinig zijn gestegen.

Het gemiddelde inkomen dat Friese huishoudens in 2015 te besteden hadden is 25.500 euro, 2300 euro minder dan in de rest van Nederland. Bewoners van Achtkarspelen (23.800 euro), het Bildt (24.300) en Harlingen (24.400) hebben gemiddeld het minst te besteden. Terschellingers (29.400) en Schiermonnikogers (29.200) het meeste.

De lage-inkomensgrens van het CBS lag in 2016 voor een alleenstaande op 1030 euro per maand, voor een paar zonder kinderen op 1410 en een stel met kinderen op 1940 euro.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement