Lisdodde.

Lisdoddenteelt is meer iets voor pioniers: 'Voorlopig staan de melkveehouders niet in de rij'

Lisdodde. FOTO SHUTTERSTOCK

De teelt van lisdodden is geen pasklaar alternatief voor melkveehouders in veenweidegebieden. Er is nog een lange weg te gaan.

Dat maakten Eddy Wymenga van het Friese project Better Wetter, en Frank Lenssinck van het Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld maandag duidelijk tijdens een digitale groenlunch van de Friese Milieu Federatie. Wymenga en Lenssinck zijn beiden betrokken bij experimenten met de natte teelt en de verwerking van lisdodden. Het is goed mogelijk om van deze plant – in Friesland bekender als ‘tuorrebout’ of ‘stjonksigaar’ – isolatiemateriaal, plaatmateriaal en meubilair te maken, maar daarvoor is wel een grootschalige en stabiele oogst nodig.

Er gaan nog jaren overheen voordat die situatie is bereikt, waarschuwde Lenssinck. ,,Een nieuw product in een nieuwe markt kost twintig jaar en we zijn nu pas vijf jaar bezig. Elke afnemer vraagt mij of we tien jaar lang dezelfde kwaliteit lisdodden garanderen. Dat kunnen we nu helemaal niet.’’

loading

Tegengaan van CO2-uitstoot

Er is bovendien nog veel meetwerk nodig naar de uitstoot van kooldioxide en methaan van lisdoddenvelden. Het tegengaan van die uitstoot is juist een van de redenen dat lisdoddenvelden in beeld zijn als optie voor veenweidestreken die kampen met maaivelddaling en de uitstoot van broeikasgassen. Het lijkt er voorlopig op dat de CO2-uitstoot een derde tot de helft lager ligt.

Wymenga: ,,Je moet voorkomen dat het beleidsmatig zo snel gaat dat je het als onderzoekers niet kunt bijhouden. Nieuwe ontwikkelingen moeten gestut worden door goed onderzoek en goede informatie.’’

Op het gebied van teelt en oogst zijn al wel stappen gezet. Een lisdoddenveld aan de praat krijgen gaat een stuk sneller met wortelstokken dan met zaad. De planten kunnen de eerste jaren zonder bemesting, maar voor de langere termijn is dat niet zeker. Voor de oogst zijn de machines die nu worden gebruikt om rietvelden te maaien prima bruikbaar, vertelde Wymenga.

'Het is echt een pioniersactiviteit'

De verdere verwerking is ingewikkelder. Van de proefoogsten, die nu worden verhakseld en gedroogd bij Grasdrogerij Opeinde, is op dit moment slechts 33 procent te gebruiken. Als dat percentage kan worden verdubbeld, komt rendabele verwerking binnen bereik. De hoop is dat de oogst op den duur zonder tussenkomst van de grasdroger naar een fabriek kan.

Voorlopig staan de melkveehouders niet in de rij, zei Lenssinck. ,,Wat je ziet is dat er nieuwkomers in de markt stappen die perspectief zien in natte teelt. Het is echt een pioniersactiviteit.’’ Het is nu ook niet rendabel kostbare landbouwgrond in te zetten voor lisdoddenteelt. Pas wanneer er een complete verwerkingsketen is opgetuigd, wordt het voor boeren interessant, zei Wymenga.

Het 70.000 hectare grote Friese veenweidegebied zal in de toekomst geen wuivend lisdoddenlandschap worden. Wymenga: ,,Het is niet het nieuwe Engels raaigras.’’ Lenssinck denkt dat natte teelten vooral kansrijk zijn in pure veengebieden. ,,Vooral op het hardcore-veen zal het heel lastig zijn om in de toekomst veehouderij te blijven bedrijven. Dat zijn ook de plekken waar je nu bedrijven ziet vertrekken.’’

De onderzoekers focussen niet alleen op lisdodden. Andere natte-teeltopties zijn cranberries, riet, en wilde rijst. Better Wetter onderzoekt ook de mogelijkheden van veenmossen. ,,Dat kan voor de biodiversiteit heel interessant zijn. En je kunt er heel interessante producten van maken, bijvoorbeeld luiers’’, aldus Wymenga. Ook hier zijn nadelen: ,,Veenmos groeit heel langzaam, dus daar kun je geen grote volumes mee maken. We zien veenmosbedden nu vooral als buffer voor natuurgebieden.’’

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct