Leren van de ramp met de MSC Zoe: 'De golven waren gemiddeld zo’n 6,5 meter hoog. Dat is dus te veel, bij noordwesterstorm'

Onderzoekers van MARIN en Deltares proberen te leren van de ramp met de MSC Zoe. Er is al veel onderzoek verricht en er loopt een vervolgstudie. In een ‘tropische’ testruimte in Wageningen vinden allerlei proeven plaats.

‘Kijk!’’, roept Bastien Abeil door de grote, vochtige hal. Hij staat lichtjes voorover gebogen, met zijn handen leunend tegen de reling boven een kolossale bak met water, en wijst recht vooruit. ,,Kijk hoe heftig de Zoe heen en weer draait en slingert, in vergelijking met het kleinere containerschip erachter. Dat kleine schip beweegt heel anders. Het gaat vooral op en neer.’’

loading  

Enorme testruimte

Abeil is projectmanager bij maritiem onderzoeksinstituut MARIN in Wageningen. De bak met water, op het eigen terrein van het instituut, is een enorme testruimte. Een groot bassin om proeven in te doen met schepen op schaal. Samen met kennis- en waterinstituut Deltares onderzoeken medewerkers van MARIN hoe begin 2019 boven de Waddeneilanden de ramp met containerschip MSC Zoe kon gebeuren en hoe containerverlies in de toekomst kan worden voorkomen, ook bij kleinere schepen. De twee instituten werkten mee aan het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) dat donderdag verscheen.

Lees ook [PREMIUM] Dit gebeurde er op de brug van rampschip MSC Zoe: 'Containers glijden voor hun ogen de Noordzee in'

De combinatie van de felle zon op het dak van de hal en het vele vocht in de ruimte onder dat dak, maakt het binnen bijna tropisch warm. Enkele onderzoekers gaan er, tijdens twee voorbeeldproeven, flink van zweten. Jan Krijt heeft daar op het oog weinig last van. Hij is oud-kapitein en wordt door de onderzoeksinstellingen ingeschakeld als ‘man van de praktijk’. Want wetenschap en simulaties zijn belangrijk, maar Krijt weet hoe het reilt en zeilt in de ‘echte’ wereld. En wat daar wel en niet kan.

,,Eigenlijk ben ik met pensioen, maar ik werk nog als nautisch adviseur en simulator-instructeur. Ik blijf lekker bezig.’’ Krijt was 38 jaar kapitein en is in die tijd overal geweest. ,,Ik heb de hele wereld gezien’’, klinkt het vriendelijk en stellig tegelijk.

loading  

'Wachten bij Texel cruciaal verschil'

Bij de proeven met de Zoe-op-schaal (1 op 63, wat het schip nog altijd bijna 6,5 meter lang en 1 meter breed maakt) is Krijt ook betrokken. Vanaf een soort podium dat neerkijkt op het grote bassin vertelt hij openhartig over de ramp. ,,Er kwam stormachtig weer aan die avond. Als de kapitein van de Zoe was blijven wachten bij Texel, een paar uur maar, was er niks gebeurd. Maar ja, ze willen door. Geld hè. En bij Texel ging alles wel goed, ondanks het weer. Ik weet dat het achteraf makkelijk praten is hoor. Dit had iedereen kunnen overkomen, denk ik.’’

Krijt noemt de vaarroute door de ondiepe Noordzee boven de Wadden ,,van oudsher een rotstukkie’’. Hij vergelijkt het met het autoverkeer: ,,Het gebied is als een weg vol met gaten. Daar valt het schip dan in, bij flinke golven. Eeuwenlang gebeurt dat daar al en eeuwenlang gaat het al mis. Waarom denk je dat ze op de eilanden zo graag jutten?’’

Lees ook [PREMIUM] Kan de scheepvaart in de Noordzee nog op deze voet doorgaan?

loading  

Zuidelijke route lijkt uit systeem verdwenen

Het valt de nautisch adviseur op dat de laatste maanden geen enkel schip van de Zwitserse rederij MSC voor de zuidelijke van de twee vaarroutes boven de Waddeneilanden kiest. ,,Zelfs de kleinere schepen van MSC nemen de veiligere, noordelijke route’’, ziet hij online. ,,Ook op de terugweg en ook bij goed weer. Ze lijken de zuidelijke route helemaal uit hun systemen te hebben gehaald. Wellicht heeft de verzekeraar dit bepaald.’’

Net als Bastien Abeil even eerder deed, wijst de oud-kapitein op ‘de humane factor’. Hoe zit een kapitein in elkaar? In welke omstandigheden voelt deze zich lekker? ,,Een Nederlandse, Engelse of Duitse kapitein kiest eerder voor veiligheid en voor zijn eigen inschatting dan bijvoorbeeld een Indiase kapitein. Die gaat door en voert uit wat er van hem verwacht wordt. West-Europeanen durven meer te zeggen tegen de maatschappijen. Je kunt van alles testen en berekenen, maar ook dat soort zaken speelt mee.’’

loading  

Slingerende Zoe verrast onderzoekers

Onderzoekers kijken op van de forse ‘slingerbewegingen’ die zo’n groot schip als de Zoe boven de Wadden maakte. ,,Dat is toch wel de grootste verrassing’’.

Dat zegt Bas Buchner, algemeen directeur van maritiem instituut MARIN in Wageningen. Zijn club doet samen met kenniscentrum Deltares onderzoek naar de ramp met containerschip MSC Zoe op 1 en 2 januari 2019. Gisteren gaven onderzoekers van beide instituten extra uitleg. Delen van proeven werden nagedaan.

Vier factoren

Een combinatie van vier factoren bracht de Zoe in stormachtig weer aan het schommelen. Golven uit noordwestelijke richting beukten dwars op het schip en zorgden voor forse slingerbewegingen. Hierbij draaide het vaartuig om zijn lengteas. Daarnaast raakte het schip de zeebodem (of bijna), waren er ‘golfklappen’ tegen het schip en sloeg er water vanaf de zijkanten van de Zoe via de boorden steil omhoog, tegen de onderkant van de containers aan.

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat doen MARIN en Deltares tevens vervolgonderzoek. Zij bestuderen hierbij ook twee andere (kleinere) typen schepen dan de Zoe. In totaal gaat het om drie typen en hoe deze zich gedragen tijdens een storm. Steeds wordt er naar bovengenoemde vier factoren gekeken.

Laatste proeven

De onderzoekers willen op deze manier per type schip en per vaarroute de veilige golfhoogte bepalen voor het passeren van de Wadden, vertelt Buchner. De komende week worden de laatste proeven afgerond. Na de zomer verschijnt er een rapport met conclusies en aanbevelingen, bedoeld voor onder meer Rijkswaterstaat.

,,Het vaststellen van de veilige golfhoogtes is nogal complex’’, zegt Buchner. ,,Er zijn veel factoren.’’ Hij wil nog niet veel verklappen, op een inkopper na. Met een lachje: ,,De golven bij de Zoe waren gemiddeld zo’n 6,5 meter hoog en af en toe zelfs 11 meter. Dat is dus teveel, bij noordwesterstorm.’’

Voor grote schepen (langer dan 300 meter) hanteert de Kustwacht nu een golfhoogte van 5 meter als grens. Bij hogere golven moeten schepen de noordelijke van de twee vaarroutes boven de Wadden nemen, zo luidt het advies. Die route is het diepst en dus het veiligst. ,,Dat advies gaan wij straks dus aanscherpen, voor drie typen schepen en voor allebei de routes.’’

loading  

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct