Max Blokzijl op zijn jachtje Tramp, op de Wannsee in Berlijn

Leeuwarder Max Blokzijl was de eerste terdoodveroordeelde na de oorlog: hij moest boeten voor zijn radiopraatjes

Max Blokzijl op zijn jachtje Tramp, op de Wannsee in Berlijn

Het was de eerste terdoodveroordeling na de oorlog: de in Leeuwarden geboren propagandist Max Blokzijl moest met zijn leven boeten voor zijn radiopraatjes.

‘Het Hof heeft u ter dood veroordeeld’’, zei de president van het bijzonder gerechtshof in Den Haag, vandaag 75 jaar geleden. Voor hem stond Max Blokzijl, die tijdens de bezetting zo’n achthonderd pro-Duitse radiopraatjes had gehouden. ,,De stem van de duivel, die het (Nederlandse volk) tot twijfel wilde brengen, was de stem van Max Blokzijl’’, had de aanklager gezegd.

Een gratieverzoek aan koningin Wilhelmina, die hij in een radiocauserie ,,een oude dame die haar verstand verloren heeft’’ noemde, haalde niks uit. Op 16 maart 1946 werd hij uit zijn Scheveningse cel gehaald en om vijf voor zeven op de Waalsdorper vlakte geëxecuteerd.

Blokzijl was de eerste die na de oorlog werd doodgeschoten, er zouden nog een kleine veertig doodvonnissen worden uitgevoerd. Daarna werden de straffen milder. Collaborateurs kregen levenslang, soms gratie. ,,Deze man verdiende straf, maar niet de doodstraf’’, zou dominee Veldkamp zeggen, de pastoraal verzorger van de Scheveningse gevangenis. Mogelijk had Blokzijl gelijk, toen hij in zijn dagboek schreef: ,,Was ik in september 1946 aan bod gekomen in plaats van september 1945, dan zouden de dingen er wel anders hebben uitgezien.’’

Het neemt niet weg, dat hij populair en invloedrijk is geweest – nu zouden we hem een Bekende Nederlander of influencer noemen. Hij kreeg duizenden brieven van luisteraars, lovende en scheldbrieven. Hij citeerde er wel eens uit op de lezingen die hij gaf, altijd gekleed in NSB-uniform.

Geen andere NSB-spreker was zo charismatisch, dat maakte hem in de ogen van de rechtbank juist zo schuldig. Niet alle Nederlanders zaten in het verzet, en net zo min waren alle Nederlanders pro-Duits of nationaal-socialistisch. Juist op die grote groep daartussen, de zwevende kiezer als het ware, richtte Blokzijl zich. En op de jeugd – zijn lezingen voor leden van de jeugdstorm waren altijd druk bezocht. Hij liet zich Oom Max noemen, en hield ze voor, als ze als nationaal-socialistische jongeren op school beledigd werden: ,,Sla er op los, al is het midden in de les.’’

Blokzijl had een grillige levensloop. In 1884 werd hij in Leeuwarden geboren, aan de Voorstreek. Zijn vader was luitenant bij de infanterie en werd vaak overgeplaatst, zodat Max in Kampen opgroeide en na de scheiding van zijn ouders bij zijn moeder in Den Haag kwam. Hij schreef graag, op zijn zestiende maakte hij zijn eigen krantje, op zijn achttiende kwam hij aan het werk bij het Algemeen Handelsblad.

Daar leerde hij de vier jaar oudere Jean-Louis Pisuisse kennen, met wie hij een gekke journalistieke onderneming begon. De twee trokken als Italiaanse straatzangers door het land en schreven daarover. Hun rubriek was zo populair, dat er duizenden extra kranten gedrukt moesten worden. Er kwam ook een boekje, Avonturen als straatmuzikant , dat nog steeds verrassend aardig is om te lezen. Het duo bedacht het woord ‘levenslied’ voor wat toen nog chanson werd genoemd.

loading  

Daarmee gingen ze door, journalistiek en optredens door elkaar. Op eigen kosten maakten ze een lange reis langs Nederlands-Indië, China en Japan, en kwamen via Rusland weer terug. Pisuisse ging verder als zanger, Blokzijl als journalist. Hij werd als correspondent naar Berlijn gestuurd. Daar verdiende hij goed: met zijn vrouw Eleanore – kinderen hadden ze niet – bewoonde hij een villa, daarnaast had hij vier huizen in Amsterdam en een jachtje, Tramp .

Ergens in de jaren dertig moet hij bekeerd zijn geraakt door Adolf Hitler en diens partij. Eerder schreef hij geringschattend over die ,,Oostenrijksche behanger’’ en zijn ,,schreeuwerige groep’’. Maar dat draaide bij. Hij werd – in het geheim, het zou hem zijn baan bij de krant kunnen kosten – in 1934 lid van de NSB. Een keer heeft hij Hitler gesproken, bij een persconferentie in 1937, die net als elk optreden van de Führer neerkwam op een lange monoloog.

Toen Nederland was bezet, vroegen de Nederlandse omroepen hem voor een serie radiopraatjes, met titels als Ik was er zelf bij, Politiek weekpraatje en Brandende kwesties . ,,Mijn landgenooten weten te weinig van het nieuwe Duitschland en zien nog altijd tevele door beslagen en met opzet donkere brillen’’, zei hij.

De gewone hardwerkende man, daar ging het hem om. De elite had afgedaan, de ,,dames en heren van het deftige Nederland’’, de ,,intellectuelen in de villawijken, die ons nu, nu ze zitten te trillen van angst voor bezit en positie, hun ware natuur laten zien’’. Opvallend genoeg pleitte hij er ook voor om mensen ongestraft naar Radio Oranje, de verzetszender, te laten luisteren. Dan zouden ze er snel genoeg van krijgen, stelde hij.

In zijn voorlaatste radiopraatje, op bevrijdingsdag 5 mei 1945, waarschuwde hij: ,,De oorlog gaat verder, de vijand heet Moskou.’’ En een dag later sloot hij zijn laatste radiotoesprak niet af met het gebruikelijke ,,Tot morgenavond 7 uur’’, maar met: ,,Wij komen terug, luisteraars!’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct