Siebe Siebenga op de Hegewei in Nijega voor de plek waar het echtpaar Hiddema in 1867 werd vermoord. Toen stond er een andere pleats.

Lammert, Marcus en Auke Dalstra, de eerste Friezen die levenslang kregen (en de doodstraf net ontliepen)

Siebe Siebenga op de Hegewei in Nijega voor de plek waar het echtpaar Hiddema in 1867 werd vermoord. Toen stond er een andere pleats. Foto: Jilmer Postma

De doodstraf was net afgeschaft. Anders had Lammert, Marcus en Auke Dalstra 150 jaar geleden de strop gewacht voor de moord op het echtpaar Hiddema in Nijega. Als eerste Friezen kregen ze levenslang.

Hij was al tien jaar niet meer uitgevoerd. De doodstraf gold in de tweede helft van de negentiende eeuw al als wreed. En onbeschaafd. Er ontstond steeds meer weerstand tegen de ‘barbaarse excecuties’, die in het openbaar werden voltrokken.

Na zeven dagen debatteren in de Tweede en de Eerste Kamer was het dan zover: op 17 september 1870 werd met een zeer krappe meerderheid besloten dat de zwaarste straf uit het strafrecht moest worden gehaald. De doodstraf was afgeschaft.

En zo kregen vader Lammert (65), zoon Marcus (27) en neef Auke Dalstra (36) van de ‘Surhústerfeanster heide’ als eerste Friezen levenslang in plaats van de strop voor de moord op het rijke boerenechtpaar Wijtze en Sijtske Hiddema in Nijega.

Of voor hun ,,familieplan tegen de armoede’’, zoals amateur-historicus Siebe Siebenga uit Burgum de fatale belaging van 25 november 1867 noemt. ,,Want je moatte soks net sjen troch in bril fan hjoed, mar fan doe. Dy minsken hienen neat. En dat pear wie al op leeftiid. It hie gjin bern, mar wol jild. Dat koenen sy better brûke, fûnen de Dalstra’s.’’

De politie nam de spullen in beslag, waardoor het net zich verder om de Dalstra’s sloot

Siebenga verdiepte zich in de oude moordzaak en zette zijn bevindingen op papier: ‘De dûbele rôfmoard fan Nyegea’. Hij ontdekte dat schrijver Geert Mak een achterkleinzoon is van bakker Ludser van der Molen en Antsje van der Molen-Welling uit Drachtstercompagnie, bij wie Auke Dalstra een buitgemaakt, zilveren horloge beleende.

Het paar kreeg argwaan omtrent de herkomst en waarschuwde de politie. Die nam de spullen in beslag, waardoor het net zich verder om de Dalstra’s sloot.

Ook constateerde Siebenga dat veel Dalstra’s hun achternaam na de dubbele moord in ‘Dolstra’ hadden gewijzigd. Om niet met het moordende trio geassocieerd te worden. En kans te blijven maken op werk.

Als vrije landarbeiders kwamen Lammert, Marcus en Auke Dalstra ’s zomers nog wel aan de kost als boerenknecht. Maar in de barre wintermaanden viel er amper iets te verdienen. De opbrengst van bezem- en boenderverkopen was net genoeg om niet te sterven.

D at kon anders, vonden de mannen. Ze moesten een grote slag slaan. Op zaterdag 23 of zondag 24 november 1867, Marcus Dalstra wist zich de exacte dag voor de rechter niet meer te herinneren, kwam neef Auke uit Houtigehage bij hen langs.

Marcus woonde nog thuis bij heit Lammert en mem Fokje. Hun plaggenhut stond op de Surhuisterveensterheide, die het gebied tussen Surhuisterveen, Harkema, Houtigehage en Boelenslaan besloeg. De Dalstra’s leefden in de landerijen aan het pad dat nu de Bethlehemsreed is. Die weg valt tegenwoordig onder Boelenslaan.

loading  

In het armoedige onderkomen beraamden de mannen een plan om snel rijk te worden. Ze zouden toeslaan bij Wijtze en Sijtske Hiddema in Nijega, een kinderloos paar, beiden rond de zeventig jaar oud. Marcus had daar ooit als knecht gewerkt en wist waar het vermogende boerenechtpaar zijn kostbaarheden bewaarde.

Op maandagavond gingen de mannen op pad. In de duisternis liepen ze de 7 kilometer die ‘hun’ heidereed scheidde van de plek van bestemming, de grote pleats aan de Hegewei 6 in Nijega.

Ze wilden een koe kopen, hielden de Dalstra’s Wijtze Hiddema voor. De man had geen argwaan, hij kende Marcus immers. De boer nodigde het trio binnen voor koffie.

Na te hebben bijgepraat, gingen ze naar de stal. Toen de ‘koop’ gesloten was en ze de stal verlieten, sloegen de mannen zoals afgesproken toe. Lammert, die voorop liep met een olielamp, blies het licht uit. Daarop wurgde Auke boer Hiddema en Marcus diens vrouw.

Daarna gingen ze op aanwijzen van Auke naar de voorkamer. Uit het kabinet stalen ze een gouden oorornament voor een hoofdkap, een zilveren horloge, twee gouden gespen, dure lappen textiel, geld en een stuk spek.

E enmaal bij Lammert en Marcus thuis op de Surhústerfeansterheide werd de buit verdeeld. Ze deden lappen voor de twee raampjes om pottenkijkers te weren. Maar door een kier zagen Jan en Hendrikje Veenstra dat een van de mannen een grote zak op tafel zette en er een gouden hoofdkapspeld uit haalde.

Het paar was lopend op weg naar Heerenveen, waar het heidebezems wilde verkopen. Toen de Veenstra’s de mannen zagen naderen, verstopten ze zich in een greppel. Ze dachten dat het trio dronken was en hadden geen zin in een confrontatie, schrijft Siebenga in De dûbele rôfmoard fan Nyegea .

loading  

Toen Jan en Hendrikje Veenstra verder wilden lopen, zagen ze dat er lappen voor de ramen werden gedaan. Dat had hun nieuwsgierigheid gewekt. Ze hoorden Auke zeggen dat boer Hiddema ,,een taaie oude kerel’’ was. ,,Mijn arm doet nog zeer van de kracht die ik moest gebruiken.’’ De Dalstra’s begroeven het goud en zilver onder de varkenstrog. Het spek verdeelden ze onderling.

De volgende dag om half elf deed Wijtze van der Hei, boer in Nijega, een lugubere vondst. Hij wilde bij de Hiddema’s langs om over de huur van land te praten. De voordeur stond open. Omdat hij niemand aantrof, liep hij naar achteren.

In de karnhoek stuitte hij op het levenloze lichaam van Sijtske Hiddema. In het bûthús lag het stoffelijk overschot van haar man. ,,Op den rug’’, zo schreef de Leeuwarder Courant destijds. ,,Met de armen uitgestrekt.’’ Verder zag Van der Hei dat ,,de kat bovenop hem zat.’’ Hij was vervolgens ,,onmiddellijk ontsteld naar het naburige huis van Jonas Jacobi gegaan en heeft aan dezen zijn wedervaren medegedeeld.’’

Met Jacobi ging Van der Hei vervolgens opnieuw naar de pleats. De mannen zagen daar dat het kabinet in de voorkamer openstond en de laden waren uitgetrokken. Ook de bedstee- en kastdeuren waren open.

U iteindelijk zouden 40 mensen een getuigenverklaring afleggen tegen de Dalstra’s, die hun spullen ineens niet meer op afbetaling kochten. En vermiste goederen van het echtpaar Hiddema beleenden.

Hoewel de politie het trio al vrij vlot in het vizier had, kwam het drie jaar later pas tot een arrestatie. De late aanhouding zou te maken kunnen met de perikelen rond de invoering van de doodstraf. En de politieke ambities van officier van justitie Barend Brouwer in Heerenveen., vermoedt Siebenga.

loading  

Brouwer was lid van de liberalen, tegenstanders van de doodstraf. En vreesde dat hij door uitvoering van de zwaarste straf een loopbaan in de Tweede Kamer wel kon vergeten.

Hoewel het bewijsmateriaal rond de Dalstra’s zich opstapelde, vond Brouwer dat er nog meer verzameld moest worden: ,,Wij kwamen tot het besluit ons geduld om de zaak door hervatting der constructie tot klaarheid te brengen te onderdrukken en vooreerst geen nieuwe verhooren te houden.’’

Toen het door Thorbecke gevormde kabinet-Van Bosse-Fock op 17 september 1870 besloot tot afschaffing, stond niets een aanhouding meer in de weg. Nog geen drie maanden later was het zover.

O p 7 februari 1871 kondigde de Leeuwarder Courant aan dat de zaak op maandag 27 februari zou worden behandeld. Ook stond daarin de ‘Acte van Beschuldiging’ opgenomen. De Dalstra’s werden verdacht van ‘manslag’ met voorbedachten rade. Tijdens de zitting kwamen 27 getuigen aan het woord.

De drie Dalstra’s kregen levenslang en werden opgesloten in de Blokhuispoort in Leeuwarden. Lammert zou er nooit meer uit komen. Hij stierf in 1885 op 77-jarige leeftijd. Zijn zoon Marcus kreeg in 1894 gratie van koningin-regentes Emma. Hij overleed in 1911. Hij werd 68 jaar.

Auke, die als aanstichter van de dubbele moord werd gezien, moest uiteindelijk 35 jaar brommen. Hij was eerder al veroordeeld wegens veediefstal. Hij overleed op 84-jarige leeftijd in het armhuis in Drachten. Siebenga deed in de stukken een bizarre ontdekking. Op dezelfde plaats was in november 1867 sectie op de lichamen van het echtpaar Hiddema verricht.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct