LC Klimaatpanel: De economie elegant vergroenen

Prijsvechter easyJet waarschuwt voor stevig verlies door crisis ANP

Is een CO2-belasting gecombineerd met een CO2-dividend de versnellingsmotor die de energietransitie nodig heeft? Hoogleraar Rik Leemans legt uit.

Er is veel gebeurd met het wereldwijde klimaatbeleid het laatste jaar. Veel landen hebben nu ambitieuzere beloftes om hun uitstoot te verminderingen. Joe Biden, de huidige president van de Verenigde Staten, zet ook in op een effectief nationaal en internationaal klimaatbeleid. Eurocommissaris Frans Timmermans lanceerde in 2020 de Green Deal, een lijst met verregaande plannen om de EU in 2050 klimaatneutraal te maken. Deze plannen zorgen ervoor dat ook de Nederlandse regering snel zijn klimaatdoelen moet aanscherpen.

Al deze beloftes zijn helaas nog onvoldoende om het klimaatdoel van ruim onder een mondiale opwarming van 2 graden te halen. Robuuste wetenschappelijke analyses laten zien dat daarvoor wereldwijd nog striktere maatregelen nodig zijn. Hoe kan dat bereikt worden?

Snelle energietransitie

Er zijn veel plannen en technologieën, die ook in de afgelopen verkiezingsdebatten zijn besproken. Het beste is natuurlijk een snelle energietransitie, waarbij fossiele brandstoffen vervangen worden door duurzame energiebronnen. Ook biobrandstoffen, biomassa en kernenergie zijn genoemd. Deze bronnen zijn controversieel. Weinig mensen willen een grote bio- of kerncentrale in hun achtertuin. Andere oplossingen, zoals CO2-afvang en -opslag, zijn nauwelijks besproken. Veel partijen en organisaties zijn er faliekant op tegen, omdat dit de fossiele industrieën nieuwe kansen geeft, zonder te innoveren. Zo’n mogelijke uitruil kan toch door de politiek geminimaliseerd worden. Als politici hun verantwoordelijkheid nemen, zie ik nauwelijks een probleem voor al deze technieken.

De discussies gingen ook vaak over de kosten en het verlies aan werkgelegenheid, of over het verplaatsen van vervuilers naar het buitenland, waardoor de vervuiling slechts verplaatst wordt. Dit is allemaal wel relevant, maar gaat eigenlijk voorbij aan waar het werkelijk om gaat: een duurzaam gedrag van burgers, bedrijven en overheden. Hoe kan dat worden gestimuleerd?

Een oplossing kwam uit een onverwachte hoek. Een aantal conservatieve politici, CEO’s, investeerders en opinieleiders richtten in 2017 samen de ’Climate Leadership Council’ (www.clcouncil.org) op. De Council wil een effectieve beleidsagenda ontwikkelen om de broeikasgasuitstoot snel en doelmatig te verminderen, zonder bijwerkingen. Zij zijn uitgegaan van het beprijzen van uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Dit is volgens vooraanstaande economen de beste benadering en ook het wetenschappelijke tijdschrift Nature stelde dat dit plan zinvol is. Beprijzing van uitstoot is ook zeer succesvol geweest bij het bestrijden van zure regen in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar de Council zag ook in dat velen een extra CO2-belasting niet zien zitten. Extra belasting is niet sexy, zeker niet voor conservatieve Amerikanen.

Vier pijlers

Daarom kwam de Council met het samenhangende CO2-dividend-plan dat steunt op vier pijlers: 1. een steeds verder toenemende CO2-belasting. Deze belasting moet worden geheven bij de raffinaderij of elk ander punt waar fossiele brandstoffen het land binnenkomen. Deze belasting zou kunnen beginnen met 35 euro per ton CO2; 2. alle Nederlanders krijgen een gelijk dividend uit deze belastingopbrengst. Dit betekent dat alle huishoudens jaarlijks ongeveer 1750 euro krijgen. Dit bedrag groeit naarmate de CO2-belasting hoger wordt; 3. CO2 die in allerlei producten de grens overkomt wordt ook verrekend, zodat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat; 4. door dit systeem kunnen allerlei huidige wetten, regelgeving en subsidies die het verminderen van CO2-uitstoot bewerkstelligen, verdwijnen. De steeds hogere prijs voor de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zorgt ervoor dat de energietransitie steeds sneller zal gaan, en dat producten waarvan de productie met veel uitstoot gepaard gaat, navenant duurder worden en zich waarschijnlijk uit de markt prijzen.

Een voorbeeld hiervan is het verschil in duurzaamheid tussen treinen en vliegen, dat je niet in de prijs terugziet. Treinen in Europa zijn duur (BTW belast), terwijl vliegen extreem goedkoop is (geen BTW en accijns). De meeste treinen kunnen op groene stroom rijden (De NS doet dat al), maar vliegtuigen zullen de komende decennia nog wel afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Met het CO2-dividend plan wordt de trein niet alleen goedkoper dan het vliegtuig, maar de vliegindustrie wordt ook gestimuleerd om duurzame brandstoffen te ontwikkelen. Het CO2-dividend plan stimuleert duurzame groei en innovatie.

Een tweede voordeel van dit CO2-dividend plan is dat vooral huishoudens met een laag- en middeninkomen er op vooruit gaan. Deze huishoudens gebruiken in het algemeen ook minder energie en energieslurpende producten. De hoge inkomens verbruiken meer en zullen dus indirect (want de CO2-belasting wordt zonder meer verwerkt in de prijs van elk product) ook meer betalen, terwijl ze relatief minder dividend krijgen. Het ‘vervuiler betaalt’ principe wordt hier duidelijk toegepast. Iedereen kan natuurlijk ook de CO2-belasting makkelijk ‘ontduiken’ door louter duurzame producten te kopen. Het CO2-dividend plan helpt dus de sociale ongelijkheid te verkleinen en burgers duurzamer te laten consumeren.

Dit CO2-dividend plan krijgt momenteel erg veel positieve aandacht van niet alleen economen en andere wetenschappers, maar ook van internationale politici en media. Deze innovatieve benadering zou ook in Nederland en Europa zijn vruchten kunnen afwerpen.

Hoogleraar Rik Leemans staat aan het hoofd van de milieusysteemanalysegroep op de Universiteit van Wageningen. Hij zit in verschillende nationale en internationale onderzoekscomités die zich richten op klimaatverandering. Leemans doet onderzoek naar ecosystemen en biodiversiteit en hun veerkracht, kwetsbaarheid en duurzaamheid.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Klimaatpanel