Waar groot dooiermos groeit zit relatief veel ammoniak in de lucht. De soort kleurt boomschors geel en is ook vaak te vinden op stalmuren.

Korstmossen tonen aan: Friese natuurgebieden profiteren niet van minder ammoniakuitstoot veehouderij

Waar groot dooiermos groeit zit relatief veel ammoniak in de lucht. De soort kleurt boomschors geel en is ook vaak te vinden op stalmuren. Foto SHutterstock

Afgemeten aan de korstmossen op Friese zomereiken, profiteren natuurgebieden niet van de verminderde uitstoot van ammoniak door de veehouderij.

Dat concludeert onderzoeker Laurens Sparrius van de Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) na een vorig jaar gehouden monitoringsronde in Gaasterland, Zuidoost-Friesland en de Noardlike Fryske Wâlden, waarbij steeds wordt gekeken naar bomen op boerenland, in de bebouwde kom en in natuurgebieden.

Hetzelfde onderzoek, met telkens dezelfde eiken op 251 verschillende plaatsen, is ook uitgevoerd in 1991, 1996 en 2003. Dat gebeurt in opdracht van de provincie en volgens een methode die ook in de rest van het land wordt gebruikt.

Opvallende trends

De mosonderzoekers maken de balans op aan de hand van twee groepen korstmossen: soorten die van ammoniak houden en hun tegenhangers die juist gedijen in een zuurder milieu.

Ten opzichte van 2003 blijken de ammoniakminnende soorten terrein te hebben prijsgegeven op boerenland, vooral in Zuidoost-Friesland. In de bebouwde kom deden deze soorten het juist beter.

De zuurminnende soorten, die vooral te vinden zijn in natuurgebieden, blijken niet te hebben geprofiteerd van een verminderde ammoniakuitstoot. Die namen juist ook af, vooral in het Drents-Friese Wold en Gaasterland.

Sparrius noemt het opvallend dat Gaasterland slechter scoort dan in 2003. ,,daar is het tegen de trends in veranderd. Het was altijd een van de schoonste stukjes, maar je ziet daar blijkbaar het effect terug van de vergunningen die zijn verleend om stallen uit te breiden.’’

Effecten van zure regen

Het meetnetwerk is destijds opgezet om inzicht te krijgen in de effecten van zure regen, waarvoor vooral de natuur in zandgebieden gevoelig was. De korstmossen die destijds nagenoeg waren verdwenen hebben zich sindsdien goed hersteld. Daaruit put Sparrius hoop. ,,Als we willen bereiken dat de natuur vooruitgaat, zullen we moeten zorgen dat de stikstofuitstoot rond natuurgebieden meer wordt beperkt. Dan blijkt herstel heel goed mogelijk te zijn.’’

Korstmossen kunnen daarbij als gids fungeren, zegt de onderzoeker. ,,Elke conclusie over het effect van stikstof ligt gevoelig. Wat is er dan mooier om te meten aan de natuur zelf, in plaats van je te baseren op aannames en modellen?’’

Hoewel het determineren specialistenwerk is, kunnen niet-kenners aan bijvoorbeeld het groot dooiermos aflezen of er veel stikstof in de lucht zit. Sparrius: ,,Als de boomschors geel kleurt, zie je dat meteen.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct