Koehandel met een vluchteling van 14

O, o Den Haag. ILLUSTRATIE LC

Een wekelijkse kijk op politiek Den Haag. In deze aflevering: hoe het kabinet in 2011 koehandel dreef over de rug van de Friese vluchtelinge Sahar (14).

Ze haalde alle kranten als het eerste meisje dat in Nederland mocht blijven omdat ze te verwesterd was. Sahar Hbrahim Gel was veertien en woonde in het asielzoekerscentrum in Sint Annaparochie.

In april 2011 kreeg ze een verblijfsvergunning. Die kwam uit de lucht vallen. Het ministerie kwam op de proppen met een nagelnieuw argument: ‘deze vluchteling is te verwesterd om terug te gaan’. In het boek Mark Rutte blijkt waarom. Er was sprake van een ordinaire politieke ruilhandel in Den Haag om het gezicht te redden van het kabinet-Rutte I.

NRC-journaliste Petra de Koning beschrijft in Mark Rutte de tien regeringsjaren die achter ons liggen. De maniertjes van de premier, de sterkten en zwakten, de onderhandelingstechnieken, alles komt aan bod. Zo duikt op pagina 186 een boze partijvoorzitter Piet Adema (Drachten) van de ChristenUnie op, die er tijdens die lange zomerse formatie van Rutte-III het bijltje bij wil neergooien.

De CU-vrienden zijn fel tegen het verruimen van de embryo- en euthanasiewet. Rutte (‘Wat een leuk huisje!’) schuift hoogstpersoonlijk aan bij een fractieoverleg van de ChristenUnie in het huis van een fractiemedewerker nabij Den Haag CS. Hij strijkt de plooien glad.

Als er werkelijk stront aan de knikker is, zo blijkt, komt Mark Rutte in actie. Zo ging dat ook in 2011.

Tijdens Ruttes eerste kabinet, dat wonderlijke gedoogkabinet van VVD, CDA en PVV, was het dansen op een dun koord. Er lag een plan voor een trainingsmissie naar de Afghaanse provincie Kunduz. Dat was een explosief voorstel. GroenLinks kon blijkens haar eigen verkiezingsprogramma niet akkoord gaan met een ‘offensieve militaire operatie’. Nederland mocht hooguit wat politietrainers sturen.

Het kabinet had de steun van GroenLinks hard nodig, maar toenmalig GL-fractievoorzitter Jolande Sap neigde naar een ‘nee’. Rutte toog opnieuw naar een huiskamer in Den Haag, dit keer eentje van een fractiemedewerker van GroenLinks. Hij trok daar Sap over de streep.

Toen kwam Sahar (14) uit Sint Annaparochie in beeld. Dissident in de GroenLinks-fractie was namelijk Tofik Dibi. Hij trok zich het lot van het meisje erg aan en Dibi, zo wist Rutte, kon wel eens tégen de trainingsmissie stemmen.

Rutte bleef zich ermee bemoeien. Op de avond van de stemming in de Tweede Kamer belde hij met Gerd Leers, CDA-minister van Asiel en Immigratie. (...) Leers moest Dibi bellen, zei Rutte. En hem ‘ruimte geven’. ‘Dan steunt hij Jolande Sap’.

Tofik Dibi schreef er later over op de website Vice.

Leers had hem die avond geen harde belofte gedaan (...) maar Dibi had het idee dat zijn dreigement had geholpen. Drie maanden later was er iets bedacht waardoor het meisje kon blijven. Ze was zo ‘westers’ geworden dat ze volgens Leers niet meer kon worden teruggestuurd naar Afghanistan.

Leers zelf vond het telefoontje van die avond typisch de werkwijze van Rutte: wheelen en dealen.

Tofik Dibi stemde op 28 januari 2011 vóór de trainingsmissie naar Kunduz. De enige GroenLinkser die tegen stemde, was Ineke van Gent.

Van Gent kreeg later gelijk. De missie zou een militair karakter krijgen.

Sahar, leerlinge van het Stedelijk Gymnasium, kreeg op 8 april 2011 in Sint Annaparochie een verlossend bericht. De kranten noemden Leers’ actie met dat nieuwe verblijfscriterium een ‘lepe zet’. Ze schreven over een ‘slimme minister’. De link met Kunduz werd nooit gelegd.

Sahar mocht blijven, net als haar vader, moeder en broertje. Met dank aan Mark Rutte. De wheeler en dealer van Den Haag.

saskia.van.westhreenen@lc.nl